Posts tonen met het label M.Vasalis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label M.Vasalis. Alle posts tonen

dinsdag 28 juni 2011

Grote lucht


Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar ’t meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.


© Vasalis


Uit: M.Vasalis Op een vlot van helderheid, bloemlezing - gekozen en ingeleid door Hagar Peeters Amsterdam, Van Oorschot, 2009

vrijdag 28 januari 2011

Haperend


OUDERDOM

Ik oefen als een jonge vogel op de rand
van ’t nest, dat ik verlaten moet
in kleine haperende vluchten
en sper mijn snavel.

© Vasalis

Uit: M.Vasalis Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot, 2006

zaterdag 8 januari 2011

Zonder dat


OCHTEND




Zo kalm als op een vlot van helderheid
en rust, gelegen op mijn rug
dreef ik de ochtend in, het ochtendlicht,
land, lucht en water waren één en zonder dat
er van hun eigenheid maar iets verloren ging.




© Vasalis



Uit: M.Vasalis Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot, 2006

zondag 28 november 2010

Oceaan


EB





Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigend eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?


 
© Vasalis


Uit: M.Vasalis Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot, 2006

maandag 20 september 2010

Wimpers


Je gezicht, sluimrend van tederheid

zichtbaar, tastbaar, binnen mij.
O lief, lief, lief, zegt het, zeg ik
en de lippen beven even
en de ogen, met de wimpers,
gaan even dicht. 



© Vasalis



Uit: M.Vasalis Vergezichten en gezichten Amsterdam, Van Oorschot, 1954

woensdag 18 juni 2008

Waterleven



De idioot in het bad



Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot naar 't bad.

De damp, die van het warme water slaat
maakt hem geruster: witte stoom...
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaamaan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.





© VASALIS



Uit: M.Vasalis Parken en woestijnen (oorspr. 1940, Stols), herdr. Amsterdam, Van Oorschot, 1991

donderdag 12 juni 2008

Geen brief


ANGST



Ik ben voor bijna alles bang geweest:
voor 't donker, voor figuren op het kleed,
voor stilte, voor de schorre kreet
van de avondlijke venter, voor een feest,
voor kijken in de tram en voor mezelf.
Dat zijn nu angsten die ik wel vertrouw.
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij 's morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterend licht en dat ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.


VASALIS

Uit: M. Vasalis Parken en woestijnen (1940), herdr. Amsterdam, Van Oorschot, 1991

zaterdag 7 juni 2008

Genoodzaakt in vrijheid te bedelen



De vierde wereld


psychose

Ook zonder oorlog, honger of discriminatie
genoodzaakt om te bedelen, onvrij te zijn,
bevoogd te worden, krom te lopen van de angst, de pijn.
Om 't allerlaatst het allerkleinste plaatsje in te nemen
niet ópziend, hopend niet gezien te worden.
Antwoorden, als ´t moet, met een heel zachte stem.
Zelfs door vernederingen nog te veel geëerd, te zeer aanwezigen
's avonds in het park in de verwarde mist
met tenen in de schoenen opgetrokken, voeten naar elkaar gekeerd
te wachten - er verandert niets, geen hulp kan komen -
buiten 't bereik van de zo moederlijke bomen
te wachten tot de vreselijke vogel binnenin de schaal verbreekt
en uitkomt. En dan twee te zijn: de vreselijke vogel
de lege schaal - zonder verband, alleen een samengaan.
Dan leeg, onwezenlijk maar zeer behoeftig iedereen
die maar een vinger uitsteekt vast te pakken, te omhelzen
tot op het bot glimlachend, springend van
wanhoop tot wanhoop als Eliza op de schotsen.
Zelfs Jezus niet - die door zijn vader was verlaten, god,
aan 't kruis en zo bescheiden klaagde toen hij hing
heeft deze eenzaamheid gekend, deze verbijstering.


VASALIS


Uit: M. Vasalis De oude kustlijn. Nagelaten gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 2002

zaterdag 31 mei 2008

Zoveel soorten



Sotto voce

 


Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.



Arm en beschaamd zo arm te zijn.




M. VASALIS (1909-1998)



Uit: Maria Vasalis Vergezichten en gezichten, Amsterdam, Van Oorschot 1954

woensdag 30 april 2008

Losgeraakt



DROOM






Ik liep vannacht - van een optocht los-
geraakt - ineens onder een hoog en luchtig
viaduct, jong, naast mij liep een grote
vrij zware jonge man. De pijlers werden bomen
en het beton werd losse grond.
En ogenblikkelijk stonden we stil, zijn mond
boog zich half open neer, ik richtte
mijn gezicht omhoog, de zekerheid
van kussen en omhelzen was er toen
ik wakker werd en is er nog altijd.


VASALIS


Uit: Vasalis De oude kustlijn Nagelaten gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 2002.



De combinatie dichter/psychiater komt weinig voor in de Nederlandse letteren. Rudi van den Hoofdakker alias Rutger Kopland is een van de uitzonderingen. En Frank Koenegracht. Een eerder, interessant voorbeeld van deze combinatie is Vasalis (1909-1998).
Vasalis - eigenlijk haar gelatiniseerde meisjesnaam, pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans -
debuteerde in 1940 met de bundel Parken en woestijnen. Haar werk - dat ze strikt gescheiden hield van de baan als kinderpsychiater - is veelvuldig bekroond, onder andere met de Constantijn Huygensprijs (1974) en de P.C. Hooftprijs (1982).
Vasalis' nagelaten gedichten in De oude kustlijn werden, op haar verzoek, uitgegeven door haar kinderen op basis van haar eigen commentaar.