Posts tonen met het label D. Alle posts tonen
Posts tonen met het label D. Alle posts tonen

zaterdag 6 april 2013

Nooit meer later




Teruggevonden na een lange winter in een boekenkast, 
nadat zij het huis voorgoed had verlaten:

boekomslag van een toneelstuk van Jan Wolkers (1963)





totaal witte kamer




laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen -




© Gerrit Kouwenaar 



Uit: Gerrit Kouwenaar Totaal witte kamer - Amsterdam, Querido, 2002










In dankbare herinnering aan

Mariet Brouwers 

[Nieuwenhagen, 21 september 1947 - Rotterdam, 27 maart 2013]




"Ik zou je zó gunnen dat na mij iemand komt tegen wie je weer aan kunt liggen,
iets dat ik je niet meer kon bieden"

- nog gedeeltelijk bij bewustzijn, op haar ziekbed, 18 maart 2013 -  



"Wir haben die Kunst, damit wir nicht an der Wahrheit zugrunde gehen. "

(Nietzsche)


zaterdag 9 juni 2012

Op water slaan


Mijn opa ziet de duiven in de avond. Ze koeren tegen hem

voor hij naar binnen gaat om naar het nieuws te luisteren
op de radio, het is laat, het schemerlicht maakt zacht.
Mijn opa woont op zandgrond bij het bos waar tanks
en Engelse kanonnen tussen bomen staan. Hij is
de vader van mijn moeder, zijn vrouw is doodgegaan
dus hij is steeds bedroefd en stil maar weet wel waar
wij spelen in de tuin, met stokken in een teil op water slaan.



*



Mijn opa is een brief die in het mooiste handschrift
lieve dingen zegt met de stem van mijn moeder.
Brabant is zo ver, de trein zo traag, zo duur.

Mijn moeder huilt en roept o nee, o nee in dialect
wanneer haar zuster aan de telefoon vertelt dat hij is doodgegaan.
We krijgen nieuwe kleren aan en lopen langs de baar.
Hij ligt daar wel, maar is niet dood, ik weet het zeker
ik hoor hem zingen in het koor voor hij naar het kerkhof gaat
's nachts roept hij mij of ik hem wil bevrijden.


© Ineke Holzhaus


Twee gedichten uit "Opa Overloon", in:
Ineke Holzhaus Waar je was Maastricht/Amsterdam, Azul Press, 2011

dinsdag 28 februari 2012

Zwaaiend



Ik wil niets meer
dan dit mooie uitzicht, naar mij


Zwaaiende vissen. De sluier van je haren en heuvels

Die glooien. Een ode aan alles wat langzaam verdwijnt.
 
 
 
© Hans van de Waarsenburg








- uit de nieuwe bundel van dichter Hans van de Waarsenburg, Schaduwgrens. Verschijnt 10 maart as. bij Wereldbibliotheek, Amsterdam.
 
 
 
 
 

maandag 23 januari 2012

Mandarijn


morgen is de dag die de andere

dagen verdeelt als een moeder de
maaltijd voor haar kleine kinderen

wij zijn arm van vreugde schip
en wind zullen wij trotseren zonder
een partje van de mandarijn te krijgen

en wanneer wij landen is het schemer.


© Hans Lodeizen



Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996

woensdag 3 augustus 2011

Nadering


SNAGS...




Snags as ek, wawyd aan die slaap, wegglip
uit hierdie leë huis om rond te staar
deur al die jare tot ek jou gewaar
dan wag jy nog en nader ons mekaar
met woordelose vergiffenis en begrip...


© Elisabeth Eybers




Uit: Elisabeth Eybers Gedigte 1958-1973. Amsterdam, Querido, 1978

zondag 21 november 2010

Klein verraad



IN HET LEESBOEK VOOR DE BOVENBOUW
(Ins Lesebuch für die Oberstufe)




Lees geen odes, mijn zoon, lees de dienstregelingen:
die zijn secuurder. Rol de zeekaarten op
voor het te laat is. Wees waakzaam, zing niet.
De dag zal komen dat ze weer lijsten op de deur
plakken en nee-zeggers tekens op de borst
verven. Leer onherkenbaar te gaan, leer meer dan ik:
van buurt te wisselen, van pas, van gezicht.
Wees vertrouwd met het kleine verraad,
de dagelijkse, morsige redding. Bruikbaar
zijn de encyclieken om vuur aan te steken,
de manifesten: om boter in te pakken en zout
voor de weerlozen. Woede en geduld zijn nodig
om in de longen van de macht te blazen
het fijne dodelijke stof, gemalen
door degenen die veel hebben geleerd,
die zeker zijn, van jou.


©
Hans Magnus Enzensberger


- uit het Duits vertaald door Martin Mooij -


In: H. M. Enzensberger Verdediging van de wolven, een keuze uit de gedichten 1957-1999
- vert. M. Mooij - Amsterdam, De Bezige Bij, 2002

zondag 24 oktober 2010

Gebaar



Als een klein scherp mes
zal ik van je houden.
Je omzichtig openen
op de juiste plaatsen

alle vogels uit je vrijlaten
ze over het brede water
laten wegvliegen.

Ik zal een gebaar maken
waar je niet van schrikt.

Zo kunnen we ons
laten insneeuwen.



© JAN BOERKOEL (1945-2010)



Gedicht van de Maand, de favoriete keuze van stadsdichter Jana Beranová - Rotterdam, oktober 2010

Zie voor méér:

http://www.bibliotheek.rotterdam.nl/NL/Informatie/Pages/GedichtvandeMaand.aspx

zaterdag 5 september 2009

Aardappelen van schaamte



DE AFDALING VAN DE REGEN




ik ben water van regen
ik ben water
ik ben regen

door een gat in mijn hoofd
sijpelt regen

ik ben de verwaterde

regen, val scheef
door het licht, door het gericht
van mijn ogen. hang regenvanen
uit mijn toren

veel ogen heeft de regen
veel oren heeft de regen

de regen hoort alwie
luistert naar regen
zittend onder de poort
van de regen

ik ben dronken van goden
ik ben dronken van regen

spreek tot mij schemering, spreek

naderen hoor ik je
achter de wegkromming nabij
het tuinhuis, opspringend in
mijn gehoorbuis

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

trommelregen, oude woudregen
regen die komt na het leven, regen
van vóór de geboorte

oor, hoor
de doodsregen

naaldfijne hakken van regen
stadsregen, straatstenenregen
zedepreker regen die steden
tegenspreekt

regen die zegt
nee

regen, op je harp spelend
boven zee, boven pijnboom-meren
boven bontgerokt vee

ijzeren regen, spoorstaven
regen, vertrekkende regen, aankomende regen
die signalen onkenbaar maakt, stationsklokken opjaagt
overkappingen weergalmen laat

maak, regen, geluk
tot een zitplaats aan het raam

maak ogen onuitputtelijk
zing lof onophoudelijk

spring over sprinkhanen
haal hazen in, laat vogels
rondedansen maken
kraai mee met morgenhanen


ontmaak mij, sla mij
genadig, sla mij met je naam
maak mij tot je renpaard
ga met mij, nachtraaf

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

in putten waaiende
druppelregen, hinkende regen,
regen die kantwerk maakt
van zwaluwen

geef mij schuinte van sleepsterren
geeft mij schuine getallen, geef mij
spiegelende karresporen, snikkende
slikregens van dennen

maak mij kraai, maak mij
uitzinnig, maak mij glinsterend
van blijdschap, laat mij zitten
onder hazelaren waar ik
tussen varens mij
inspin

maak mij dorpser dan dorsvloeren, maak mij
stichtelijker dan kerkportalen, maak mij
krommer dan kromhorens, geef mij
kwader gesternte

verschoppeling regen, maak mij
zwerfregen, maak mij zwerfsteen
lange akker, kronkelig
lopende steenweg waar overheen
eenhoorns snellen

dakloze regen
regen met bittere armen, met gebogen
knieholte, maak mij
een verweesde

geef mij jouw voetzool
dat ik dool tussen
kikvors en eendekroos

regen, je vioolsnaren
zijn van zilver, je garen
wind je af van
oude klossen

je speelsnaar is
van korstmossen

muisgrijze regen, liever dan
over appels en rozen loop je
over kevers

sta je langer stil
bij distels, val je dieper
in sneeuw

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

ga struikgewas binnen, hang
er druppels, ga bukkend
onder lijsterbessen
de schemering binnen, langs slingerende
paden, gele lissen waar mossen
de enkels vinden
van vlinders

prevelaar in de waterput met
ijzersmaak in je praatmond: hoor je
het plonzen van de roerdomp, de gelukkig
slurpende oerbron

haak regenhaken
in mij, vang mij,
spartelende vis, berg mij
in je groot visnet

bind rond mijn lichaam je wikkels
wikkel in pijn mij in

maak mij tot een waaiende
reiger, die de ruimte van de hemel
met zijn vleugels vult

zit aan mijn tafel:
brood van tranen, aardappelen
van schaamte, schaduw
van vlees

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

nederige regen, glinster
minder dan
bliksem

grasregen, glansregen
maak van de wereld as, maak
er misgewas van

bittere boze regen, stamp
op het asfalt
van de stad die jou niet
overleven zal

maak donker het zilver, dring ijzer binnen
maak blinder het bestek, jij
ooglichtbezerende

regen, engel die de lippen
losser maakt, vleugels van
zwaluwen lichter

laat mij springen
als een vis boven het water, maak mij
kleiner en
verbaasder

tik tegen het glas
van de maan, laat het tikken
in de straat mij
slapen en waken en slapen

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

open de kamers van rouw
ga er binnen, haal de oogst
van het rijke verdriet
eindelijk binnen

sluip in het oog
van de dagpauw

sla feller tegen
de windvaan, koppel de bergen los
van hun hengsels en stort
hen in zee

klop de geest
uit het donker los, klop
het donker los uit het nachtbos, gorgel
in de mond van de bronnen

kir als een nachtegaal
in waterklokken

stotter in keelholten, bloos
in het bleekste

regen
maak mij een vlot
maak mij zee

ga met de wandelaar, laat hem
jouw dwars pad gaan, veldwegen vol
zoete dwalingen

laat hem op toppen
van windvlagen winters
en alleen staan

kroon hem, beroof hem
van slijm en leem

zwijgregen in
nazomerdagen als oogharen
trillen gaan, poorten zich openen
naar het najaar

augustusregen, alle dagen
een andere hooinaam

nader trappelend
met de hoef van het paard
de boomgaard, sla de zwaarden
uit zijn hand, maak zijn zwaarte
ontoelaatbaar

laat uit verre schuren
het muizegraan rollen
in mestwater

woed tegen
smeedijzeren hekken, stambomen
en stamnamen. maak scheuren
in grafkapellen, roestplekken
in familiewapens

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

maak mijn ogen open, maak
mijn knieën
buigzamer, mijn haren losser
mijn rug bevlogener

regen op mij
je nee

tranen druppelen langs de snaren
van je viool, gekrulde regen, vismonden
regen, pianospeler
op zee

sla tegen het ijzer
van de hemel, beitel in steen
mijn gezicht tot welfsel
van been

plunder feestzalen, sla kerktorens
tot puin, maak kathedralen
tot geraamtes, ontbloot
de kaken van
nachtbrakers

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

lenteregen, welke kleur heeft
lenteregen, rozeblaadjeskleur?

smalle heupen, smallere
ogen, o langzaam dalende ogenregen, jij
uitnodigende bruiloftsregen, schuifelend
over rozen

landregen, zoete hooiregen, jij die je
leegschudt op dorpshoven

gelukkige
paarse aprilregen, oorbellenregen
in gras gelegen vlinderregen
die vleugels hangt in de boom, ze weer loshaakt,
ze prijs geeft

herfstregen die wegwist, die de kleur wegwist, die
de verte wegwist, weg wist wat op de wereld
ooit vol schroom is verschenen

wis, regen, de wereld weg
op een doodgewone herfstige
achternamiddag, maak
een aarde zonder
verten

wis de dansers weg

leg mij, een ledige
terug in het ledige

maak schuilhoeken voor
lachers, maak nissen
waar zich hun lachen
kan verpozen

laat de eenzaamste bomen
door de wind zijn verlaten, ga slapen
nabij nesten van
regenvogels

waai vanachter bosschages
naar mij toe waar ik wacht op de schuinste
pessoaanse regenval

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

leg je leeslint tussen
de druppels, dat ik
blad na blad
lezen kan van
je gemis

geef mij
je leeslamp die ruist
van jouw ruisen dat ik
nog even kan voortbestaan

laat de wereld bestaan
uit lettertekens, laat ze bestaan
uit doornstruiken
uit dovenetel

laat, regen, mij aan je vasthouden
dat ik niet te laat kom

troostregen, regen van erfgrond, van dodemansgronden,
van stichtelijke wortels, van ongebruikte
oogbollen, holteregen, waterwolfregen

daal eindelijk af, murmel
in mijn broekzak, slaap in de luier
van slaap

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

daal in erfgoden, kraai boven
de haan, boven de bokkesprong, ga binnen
in spinrokken, waai
door het oog van het paard
ga naar braakland, zet
honderd regenstoelen klaar
voor nazaten

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

verschijn in klaslokalen
kras namen in lessenaars
zeg dat regen woorden heeft
voor klaproos en ratelaar,
dat regen zingt op
het asfalt als
honderd katers

wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm

graas, regen, het gras weg
graas het schaap weg, graas de tong weg
van het schaap, waai achter de sneeuw aan
van verleden jaar, waai tegen
sneeuwpaarden aan

waai mijn naam weg waar
ik lig op mijn slaapsteen
alleen alleen alleen

wees aandachtig in hout
dring door tot mijn houtworm


© LEO HERBERGHS, 17 augustus 1999



Het episch vers DE AFDALING VAN DE REGEN verscheen, als aparte ingenaaide bijlage (16 p. in druk), bij de dichtbundel Daarmee Wordt Gezwegen van Leo Herberghs.

De uitgave werd gepubliceerd ter gelegenheid van de eerste Dag van het Gedicht, later de jaarlijkse Gedichtendag in Nederland en Vlaanderen. (Rotterdam, Bèta Imaginations, januari 2000)

vrijdag 4 september 2009

Waar je bent en hoe je kwam



DE ENE REIZIGER ZEI TEGEN DE ANDERE

WIJ KOMEN NIET TERUG ZOALS


Ik ken de woestijn niet
maar aan haar randen grοeide ik in woorden
die woorden zeiden en ging
als een verstoten vrouw, als haar gebroken echtgenoot

Ik οnthield niets dan het ritme
dat ik hoorde
en volgde
en ophief als een duif

op weg naar de hemel
van mijn lied
Ik ben een kind van de Syrische kust
waar ik woon als punt van vertrek οf verblijf
tussen zeevolk
maar de luchtspiegeling bindt mij in het oosten
aan oude bedoeïenen
Ik drenk de mooie paarden
en voel de klop van het alfabet in de echo
Ik kom terug als een venster naar twee kanten
Ik vergeet wie ik ben
οm een menigte in één persoon te zijn, tijdgenoot
van gezang van vreemde zeelui onder mijn venster

een brief van soldaten aan hun familie
Wij komen niet terug zoals wij gingen
Wij komen niet terug, ook niet af en toe
Ik ken de woestijn niet
al bezocht ik die vaak in gedachten
In de woestijn zei de verborgene tegen mij
Schrijf
Ik zei: in de luchtspiegeling is een ander schrift
Hij zei: schrijf, opdat de luchtspiegeling groen wordt


Ik zei: ik mis verborgenheid
en ik zei: ik heb de woorden nοg niet geleerd

Hij zei tegen mij: schrijf οm ze te kennen
en te weten waar je was en waar je bent
en hoe je kwam, en wie je morgen bent
Leg je naam in mijn hand en schrijf
οm te weten wie ik ben, en ga als wolken

de ruimte in
En ik schreef wie zijn verhaal schrijft, erft
de wereld van het woord en bezit de betekenis

Ik ken de woestijn niet
maar neem afscheid: dag
stam ten oosten van mijn lied: dag

familie van wie velen door het zwaard vergingen: dag
zoon van mijn moeder onder zijn palm: dag
mοe'allaqa die onze planeten kenden: dag
volkeren die voorbijgaan als een herinnering: dag

begroeting van mij tussen twee gedichten
Een gedicht werd geschreven
en een andere dichter was verliefd gestorven

Ben ik ik
Ben ik daar οf hier
In elk 'jij' ben ik
Ik ben jij, de aangesprokene. Het is geen verbanning

jij te zijn. Het is geen verbanning
dat mijn ik jij is en geen verbanning
dat zee en woestijn
het lied zijn van een reiziger voor een reiziger

Ik kοm niet terug zoals ik ging
Ik kοm niet terug, ook niet af en toe



© Mahmoud Darwish


- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -

Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.

maandag 31 augustus 2009

Meedogenloze schoonheid



Zonder begeerte, zonder hoop

op beloning, ook niet uit angst voor straf,
de roekeloze, de meedogenloze schoonheid

te fixeren waarin leegte zich meedeelt,
zich uitspreekt in het bestaande.

Laat de god die zich in mij verborgen houdt
mij willen aanhoren, mij laten uitspreken,
voor hij mij met stomheid slaat en mij
doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.


© HANS FAVEREY

- laatste gedicht uit Het Ontbrokene (1990, Amsterdam, Bezige Bij), door Faverey geschreven kort voor zijn dood -

vrijdag 14 augustus 2009

Hang mijn dromen aan de kast



DE ZEVEN DAGEN VAN DE LIEFDE

- twee fragmenten -


(...)

Woensdag: Namis


Vijf en twintig vrouwen is haar leeftijd. Zij werd geboren
zoals zij wilde. Zij loopt rond haar spiegelbeeld
alsof zij in het water iemand anders is: mij ontbreekt

een avond om in mijzelf te rennen en mij ontbreekt
de liefde om boven de toren uit te springen. Zij stapt weg

van haar schaduw om de bliksem voorbij te laten gaan
zoals een vreemdeling voorbijgaat in zijn gedicht


(...)

Vrijdag: Een nieuwe winter


Als je ver weg bent, hang mijn dromen
aan de kast als herinnering aan jou of mij
Er zal een nieuwe winter komen en ik zal
twee duiven op de stoel zien. Dan zie ik
wat je met de kokosnoot deed: uit mijn taal
is melk over een ander kleed gevloeid

Als je weg bent, neem de winter!



© Mahmoud Darwish



- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -


Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
Oorspr. titel Limâdhâ Tarakta al-Hisân Wahîdan (Beirut, 1995).


Mahmoud Darwish (1942-2008, Palestina) is een van de belangrijkste hedendaagse dichters uit het Arabisch taalgebied. Zijn poëzie is verschenen in meer dan dertig talen. In Nederland is hij vooral bekend door zijn optredens als gastdichter tijdens het Poetry International-festival in 1972 en 1986.
'Waarom heb je het paard alleen gelaten' wordt gezien als een collectieve herinnering van het Palestijnse volk aan wat dat sinds 1917 overkomen is. De dichtbundel wordt door velen beschouwd als hoogtepunt van het werk van Darwish.

De latere Stem van Palestina, geboren in Al Birwa (Galilea), moest in 1948 als zesjarig kind met ouders en familie naar Libanon vluchten toen hun dorp werd vernietigd tijdens de Arabisch-Israelische oorlog. In Haifa, waar hij later lange tijd woonde, sloot hij zich oorspronkelijk aan bij Rakah, de Israelische communistische partij. Darwish werd herhaaldelijk gearresteerd en gevangen genomen omdat hij zijn woonplaats zonder toestemming had verlaten en uiteindelijk werd hem ook zijn Israelische nationaliteit ontnomen.

Uit de dichtbundel Staat van beleg (Hâlat Hisâr ) is dit bekende fragment van hem afkomstig:

Hier, tussen de glooiende heuvels, bij zonsondergang
staan we voor de afgrond van de tijd,
bij boomgaarden die van hun schaduw werden beroofd
en doen we wat gevangenen doen,
doen we wat werklozen doen:
we koesteren hoop.

[Breda, De Geus, 2009 – met vertalingen van Ward Vloeberghs, John Nawas en Tine de Betue]

Mahmoud Darwish ontving diverse internationale onderscheidingen, in Nederland kreeg hij in 2004 voor zijn literaire verdiensten de Prins Claus prijs.
Hij overleed vorig jaar op 66-jarige leeftijd in Houston, Texas.


Na drie dagen van nationale rouw, afgekondigd door de Palestijnse president Mahmoud Abbas, werd Darwish op 13 augustus 2008 door een stoet van duizenden mensen begraven in Ramallah.

donderdag 13 augustus 2009

Wikkel me in woorden



BLOEDWARMTE


Je zei:
De gevangenis is koud
Ik zal je een wollen mantel sturen
Wikkel die om je heen
Ik zei:
De kilte wordt verwarmd
door liederen van kameraden
herinneringen aan liefde die
bloeien in de takken van omarming
En het is warm
als jij in mijn dromen verschijnt
Je verlangende stem, een opgerakeld fel vuur...
Ik wikkel me in jouw woorden als een gloeiend hout dat zegt:
Vrijheid.
Ik klamp me vast aan mijn visioen, beteugeld door de geest
bedwing mijn stromende pijn.
Stuur me geen wollen mantel
maar
kom naar me toe
met de droom.


Ali al-Sharqawi


Gedicht van Ali al-Sharqawi (Bahrein), oorspr. in: Salma Khadra Jayyusi The Literature of Modern Arabia, Routledge, Oxford (1988).
Deze vertaling uit: Vrijheid hoe maak je het? Samenst. Amnesty International/ Daan Bronkhorst, Breda, De Geus, 1997.

zaterdag 25 juli 2009

Appels



4.00



Kom, wij gaan wachten op de dood. Ik hou

je hand goed vast, ik laat je niet meer los
zolang je leeft. Nu kijk. Zie je de kleine
vlekjes wel op het behang, de zon gaat schijnen

tegen het raam; kijk aan de rand van het bos
staat Goossens paard tot aan zijn buik in goud.
En zoveel rijpe appels aan de bomen.
Notaris mag wel met twee emmers komen.


EVA GERLACH

uit de reeks De Uren in:
Eva Gerlach Voorlopig verblijf, gedichten 1979-1990, Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 1999.

donderdag 23 juli 2009

Wachtend gras



IN MEMORIAM


Ik droomde dat je naast me lag vannacht.
Je was al ziek. Je zei: tot in mijn merg
ben ik van dood. Vind je het erg
dat je niet in me kunt? Hou me maar zacht

tegen je aan. Ik zei: je was zo wit
en moe toen ik je zag – en dan onzicht-
­baar in een kist waar ik het pad af ging,
de regen en het dorp in.Wachtend gras

lag naast de kuil in zoden opgetast.
Hoe ben je dan weer hier. Je zei: ik wou
nog doen wat ik waarom had nagelaten:
praten met je in bed hoe levens praten.
Maar wat ik nu ben heeft geen taal bij jou.

Er was geen lamp. Hoe ik je dan toch zag.
'k Viel in de droom in slaap. Je hield me vast.
Koud bleef de kamer tot ver in de dag.



Willem van Toorn


Uit: Willem van Toorn Gulliver en andere gedichten. Amsterdam, Querido, 1985

maandag 20 juli 2009

De zee leest (2)




een paar dingen noem ik

van mij: struik,
brandnetel, kei

een paar dingen noem
ik met naam: graszode
kikker, wandelmaan

van de rest
weet ik niet



*



dat ik daar ooit
geweest was, dat ik er
weggegaan was, altijd
opnieuw was weggegaan en
er niet was gebleven, mijn voet
niet vastgezet had tussen
wortels, eeuwig en
onbewegelijk


Leo Herberghs


Uit: Leo Herberghs Dit. Gedichten. Leiden, Plantage, 2009 i.s.m. Huis Clos, Amsterdam-Rimburg, 2009.

donderdag 28 mei 2009

Herleid tot zichzelf


De mooiste vogel, die door ijsvogels

kan worden gemaakt, is zelf

een ijsvogel.

Al het water van de zee
wast niet al het water van de zee weg,
en tussen de stekels van de egel in de heg

krioelt het van de vlooien. Zo heeft het
mijn daimoon gericht, hij die

het bestaande erkent
het vernietigt en onophoudelijk
herleidt tot zichzelf.

© Hans Faverey


Slotvers uit de reeks Een Gieter, in:
Hans Faverey Het ontbrokene, Amsterdam, De Bezige Bij, 1990.

zaterdag 11 april 2009

Wetenschap



MONOLOGUE INTÉRIEUR

VAN YEORYOS CHORTATZIS


De bomen rukken alle naar het bos op

en delen dan in groter eenheid mee.
Het bos rukt ook weer naar een ander bos op.

De stier van Minos naar Pasiphaë.

Wat schepping scheef doet breit wetenschap weer recht.

Bij penalties lossen de cracks het schot.
De boeg is altijd spitser dan de achterplecht.

De liefde dan het lot.


Násos Vayenás

Uit: Násos Vayenás Biografie en andere gedichten – vertal. uit het Grieks: Marko Fondse en Hero Hokwerda.
Amsterdam, Het Griekse Eiland, 1990.

dinsdag 17 februari 2009

Veel gedaan



RAFELS



Toen ving een roodbruine stam nog
de ochtendzon op, puur cederhout
van caran d'ache.

Later fladderden er raven
tussen de al even gerafelde takken
van de lariks.

Een schicht: de schaduw
van één zwaluw schoot
door de zomer.

En in het sprookjesbos
is plotseling de stinkzwam
dwingend aanwezig.

Doodgaan behoort tot het zeer weinige
dat niet zou mogen. Toch
wordt het veel gedaan.

© Jan Eijkelboom


'Rafels' werd in 2001 door Poetry International onderscheiden met de Gedichtendagprijs.

Uit: J. Eijkelboom Het arsenaal, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2000.
Ook in: Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam, Arbeiderspers, 2002.

maandag 23 juni 2008

Planken


HOUT



alle kruinen met mijn oren
alle takken met mijn ogen
alle bomen met mijn voorhoofd

alle stammen met mijn namen
alle bladeren met mijn adem
alle wortels met mijn haren

alle bijlen in mijn handen
alle scherp geslepen messen
alle schoongezaagde planken

alle zware houten kisten





© Leo Herberghs


Uit: Leo Herberghs Portret van een landschap, Gedichten 1953-1997. Omvangrijke bloemlezing uit eerder gepubliceerd werk, onder redactie van Jolanda Bloemen, Wiel Kusters en Ben van Melick. Leiden, Plantage, 1998