Posts tonen met het label Peter Verhelst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Verhelst. Alle posts tonen
dinsdag 14 februari 2012
Zilvermond
DE GLOED VAN INSTRUMENTEN
Zet het koffertje op de grond. Het licht van binnenuit op
als bevat het radium.
Het meisje gaat op de zwartgelakte stoel zitten.
Ik zal voor haar knielen, doen wat gedaan wil worden.
Sluit je
Ogen.
Traanvormige viool in haar hals gelegd.
De letters die ik in je lik
komen opzetten als hars uit hout. Schaduw in de vorm van een meisje
dat een koffertje op de grond zet en opkijkt. Zilveren mond.
Roodfluwelen voering.
Leun achterover en zucht. Kom nu, kom.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden Amsterdam, Prometheus, 2008
dinsdag 10 januari 2012
Met haar mond
MAGNESIUMLICHT (SOMS)
2 - ring -
Soms lig je op een wiegend ponton in zee. Wijdbeens komt ze
boven je staan, haren in vuur en vlam. Glimlachend buigt ze
achterover, de beenspieren opsplitsend, duikt ruggelings in het water -
ze zal met haar mond een ring van de bodem plukken en die keer op keer
over je vinger schuiven, zilverkleurig als een dolfijn.
's Nachts
zullen vlammetjes over het water rennen. Aan land springen.
Door de bergflanken vreten. Wijngaarden bezielen. Ondergronds rijpt
het vuur. Uitverkoren zijn zij die een glimp opvangen.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008
zondag 1 januari 2012
Hoe dichter
Denk.
Hoe dichter we bij het licht komen,
des te minder sterren we zien.
Hou nu op
met denken.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Zoo van het denken, Amsterdam, Prometheus, 2011
woensdag 7 december 2011
Magneet
ALS EEN TAFELBLAD GLANZEND
Op bed kijken we elkaar
uit de kleren op de vloer
een jurk, een hemd meer valt niet
uit te trekken; hoe we op handen en knieën
bijenwas in de vloer wrijven
tot het hout was opgeeft
terwijl we elkaar op bed liggen te bekijken
op de vloer, glad als een tafelblad waarover dingen
uit eigen beweging beginnen te schuiven
tegen elkaar aan, van elkaar weg
traag over de was glijdend, het lijkt ze
geen moeite te kosten, de magneet onder tafel onzichtbaar
ademend; een tepel uit een borst, een borst
uit een jurk, een hoofd uit een hemd,
het hoofd in de nek
zo graag had ik me
aan haar mond totaal
opengesneden
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008
dinsdag 30 augustus 2011
Samen apart
LIFE ON MARS
Was zo graag samen
gevallen
maar iedereen viel
apart
Was zo graag samen gevallen
maar iedereen viel apart
alleen
wij
Was zo graag samengevallen
maar iedereen viel apart
alleen wij
sprongen naar de sterren.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008
zondag 17 april 2011
Onderrug
Je komt op me zitten
met je rug naar me
toe
je buigt achterover,
in je ruggengraat
buigt een adder mee:
de twee kuiltjes in je onderrug
zijn ogen.
Ik hou me aan je adder vast.
Het beest en ik.
Hoe dieper we elkaar aankijken
des te beter voelen we
hoe we elkaar zijn
verloren.
© Peter Verhelst

Uit: Peter Verhelst Zoo van het denken, Amsterdam,
Prometheus, maart 2011
zondag 20 februari 2011
Misschien getuige
KLEIN MOGADISHU
Raar maar
waar is alles gebleven waar we van droomden – is alles uiteindelijk toch maar
een hoop vet van een stoel in een afvoergeul glijdend?
Uit de plooi in het normale puilt materie: vrouw
met de armen rond de buik geslagen, buiten zichzelf geschud
op de vloer van een bankkantoor. Erboven een hoofd, geduwd
in een Mickey Mouse-masker. De man heeft de loop afgezaagd
van de dingen: gulpende kern onder de handen van de vrouw,
knipperlichtogen, rode vinger op zoek naar de alarmknop.
Men beweert dat materie bestaat
uit leegte, als hij al bestaat. Of dat de dingen niets meer zijn
dan mogelijke bewegingen van het bewustzijn, neuronenwindingen
waaruit vonken opspatten.
Een tepel trekt samen op de borst
van de vrouw. Een vlek vormt een plas
kloppend als een kinderhart. Een vlies trekt over de leegte
onder de hand van de vrouw, verhardt
tot een ruggengraatje.
Misschien zijn we getuige, misschien medeplichtig,
misschien zijn we ons leven anders aan het dromen, maar we knielen bij de vrouw
als betuigen we eer aan een wonder. Hoofdje, schouders, materie
in onze handen. De glazige navelstreng. We voelen ons menselijk.
Na de feiten trekt betekenis terug in de dingen. Het masker lost op
en de man loopt achterwaarts het bankkantoor uit. De plas kruipt
in de vloertegels. De vrouw komt moeizaam overeind. We rapen
een brandende sigaret van het trottoir en elke keer als we zuigen
wordt de sigaret langer. We stappen in een auto en rijden naar huis.
We worden liefdevol gekust.
Niet langer dan een seconde zijn we ons
van geen kwaad bewust.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008
zaterdag 6 november 2010
Wijdbeens
KIJKEN IN DE FLITS
Gij zult en zult Met volle mond Met volle kracht
Met heel uw lijf Met alles wat gij in u hebt Op
leven en op dood Als voor de laatste keer Met volle
teugen Wijdbeens Kijk niet achterom In stijl Uit
liefde Juichend Koortsig Gelukzalig Zwijmelend
Met volle moed Met open mond Van links naar
rechts Van voor naar achter Op je knieën Op je
mond Als nieuw Genietend Als het ons maar de
door de nacht sleept Ons verlost De uitputting
voorbij De hoop voorbij Verdriet voorbij Immer
vooruit Als voor de eerste keer Al weten wij Al
kennen wij Al hopen wij vergeefs want zijn we niet
vergeefs – dat vieren wij, dat willen wij, dat jaagt
ons op en maakt ons mooier, trekt ons uit onszelf,
buiten onszelf, dat laat ons branden, want zo zijn
we, vuurwerk opspuitend in de lucht
Alleen als we vallen
Hebben we het hart van de zon bereikt.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008.
zondag 31 januari 2010
Breekbaar
VAAS
Kun je een vaas haar breekbaarheid verwijten
of een hand het breken van de vaas?
Misschien is het zo bedoeld
dat de vaas de hand op zich af zingt,
zodat de hand niet kan weerstaan,
hoewel de hand weet dat hij slaat
en in de vaas al scherven zingen
voor ze zijn ontstaan.
Waarom zou de hand verlangen naar een vaas
die, als een hals, zich uitstrekt naar de hand
die haar wil slaan? En waarom wil de vaas
haar scherven naar de oppervlakte zingen
zodat de hand haar niet langer kan weerstaan?
Misschien droomt de vaas wel van de hand
een roos te maken, wil de hand op zoek gaan naar de vaas
om eindelijk de scherf te vinden
waarmee hij rozen uit zijn eigen pols kan slaan.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008.
'Vaas" kreeg in 2009 de Gedichtendagprijs. De dichtbundel 'Nieuwe Sterrenbeelden' werd in hetzelfde jaar bekroond met de Herman de Coninckprijs en eerder, in 2008, met de Jan Campertprijs.
woensdag 25 maart 2009
Schoonheid
LUNA
Alsof het was bedekt met hevig licht
bleef haar lichaam mij weerkaatsen,
even zinloos dreigend
zoals de glans aan messen hangt.
Ik bedroog haar met geweld:
mijn lichaam liet haar voor de liefde leven,
haren werden touw toen ik ze opbond,
een verwonding opsmuk, een gevlamde tatoeage.
Voor mijn schoonheid moest zij dood.
Uit haar schreeuwden tegenstrijdige bevelen.
Vuistgroot trilde ik boven haar uit.
Vallen was genade.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Otto. De juwelen het geweld, het geweld de juwelen. Antwerpen/Amsterdam, Manteau, 1989.
zondag 4 januari 2009
Gloeidraad
IN HET DONKER LIGT EEN LAMP TE BRANDEN
We wisten van het bestaan af
van de donkere kamer. Het was een kwestie
van juiste tijd en plek om elkaar te vinden. Stilte
en donker dat je zenuwen lamlegt. Geduld om hitte
tot ontwikkeling te laten komen. We waren op de hoogte
van de voorwaarden voor een gelukkig leven.
Met uitgestoken handen gingen we de kamer binnen. Na een tijd
leek het donker op marsepein, van binnenuit verlicht, maar
het gedroeg zich als een lichaam, met alle gevolgen van dien.
In de donkere kamer brandde een lamp
en die lamp waren wij: gloeidraad en glas, gas en oog
om traag in uit te doven, lang nadat we zullen zijn
verdwenen. En ooit, en ooit, en ooit, zongen we, jubelde het
ons de ogen uit. Nooit, nooit, nooit, echode het.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008
dinsdag 25 november 2008
Groeven
DE PIJNBOOM EN HET HIJGEN
Elke ochtend zijn de groeven in de stam vers,
dierlijker
Overdag moet het zich ingegraven hebben,
houdt het zich opgerold onder ons schuil
tegen het licht, klauwtjes over de borst gevouwen
In het avondlicht zwelt een roze wolk
We lossen elkaar af bij de vuren
Voor wie van ons
opent het rekt het
stulpt het zich
zacht jammerend uit -

© Peter Verhelst
Openingsgedicht uit:
Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden,
Amsterdam, Prometheus, 2008.
Omslag: het schilderij Paolo en Francesca van Ary Scheffer (1795-1858). Dit liefdespaar is in Dantes Goddelijke Komedie symbool voor de onmogelijke liefde die maar niet bekomen kan van de werveldwind die hun passie is.
Abonneren op:
Posts (Atom)