Posts tonen met het label Koos van Zomeren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koos van Zomeren. Alle posts tonen

zaterdag 7 mei 2011

Situatie



OP DE STOEPRAND




Je vraagt je af of God (als Hij
het is geweest) toen Hij
de wereld schiep wel aan de
omstandigheden heeft gedacht.
Niet de heersende omstandiugheden
natuurlijk, die waren er nog niet -
vanuit het niets sloegen ze toe
als blauwwieren grepen ze in
Zijn Werk (als het het Zijne was)
om zich heen.

Omstandigheden. Altijd. Overal.
Je kunt geen straat in lopen of daar
zijn ze, samendrommend en elkaar
verdringend op de stoeprand. Geen
situatie denkbaar of ze staan er al
met eindeloze ach-en-wee's omheen.
Zo leef je steeds met het gevoel:
er is hier net een ongeluk
gebeurd.



© Koos van Zomeren



Uit: Koos van Zomeren Ik heet welkom, Amsterdam, de Arbeiderspers, 2007

maandag 30 juni 2008

Op z'n Fongers - wielervers


FIETSGEDICHT



Doe mij maar een gewone koe
In een gewone uiterwaard
Aan het gewone water van de Waal
Doe mij het licht van vroeger maar
Een boer die als wilg geworteld is
En als het even kan o Heer
De fietser nog een keer
Die ene fietser op z'n Fongers op de dijkdijk


Koos van Zomeren

[Brabants Dagblad, 2004]

vrijdag 13 juni 2008

Nulnul, de toto-uitslagen van vanmiddag luisteraars!



HET LAND VAN DE DICHTER


D.W.S. - Spcl. Enschede 3 - 1
Heracles - G.V.A.V. 0 - 0
Sparta - Feyenoord 0 - 3
(Vitesse - Z.F.C. 0 - 0)


Zondag 18-10-'64


KOOS VAN ZOMEREN



in: Koos van Zomeren De wielerronde van Hank, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1965.
Ook opgenomen in Zeg eens bal - bloemlezing, Rotterdam, Bèta Imaginations, 2000

maandag 14 april 2008

Een taal die men niet spreekt


Er is een taal die alles laat
zoals het is - maar niemand
kan hem spreken.

Lieveling blijft lieveling
in deze taal en leeuwerikje
leeuwerikje.
Of ijs of spanrups of
de Dom van Keulen, niets heeft
iets van deze taal te vrezen.

Natuurlijk, kogel blijft
in deze taal een kogel, hij
heeft geen wonden, lest
geen dorst, lenigt
geen verdriet. Maar wat
doet het ertoe:

er is geen woord voor in deze
taal, niemand kan hem spreken.


KOOS VAN ZOMEREN


[uit: Koos van Zomeren Ik heet welkom. Amsterdam,
de Arbeiderspers, 2007]

donderdag 3 april 2008

Een geval van serendipiteit


Tegenover Arie


Ik dacht aan mijn geboortejaar
en toen zag ik een stuiver
liggen, op zondagmorgen, de brug
naar de stad, schuin tegenover
de kroeg die door de jongens Arie
werd genoemd - de kop van Wilhelmina
geslagen in 1947
bijna goed.

Dat is sterk dacht ik, en als
ik dat gedacht heb moet ik hem
hebben opgeraapt, en als ik
hem heb opgeraapt moet ik hem
hebben meegenomen, en als ik
hem heb meegenomen moet ik hem
kunnen vinden en als ik hem
niet kan vinden, heb ik
die stuiver dan wel zien
liggen, toen op die morgen
daar op die plek?

Gedenk de dingen die je
kwijtraakt door te zoeken.


KOOS VAN ZOMEREN


[uit: Koos van Zomeren Ik heet welkom. Amsterdam,
de Arbeiderspers, 2007]

Koos van Zomeren (1946) debuteerde in 1965 met gedichten:
De wielerkoers van Hank.
Ruim veertig jaar en vijftig boeken verder verscheen in 2007 zijn tweede poëziebundel.