Posts tonen met het label Jan Eijkelboom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Eijkelboom. Alle posts tonen

donderdag 1 maart 2012

Mist & Sneeuw




Gedicht Mad as the Mist and Snow van W.B.Yeats (1865-1939), recent op muziek gezet door de Brits/Ierse band The Waterboys.

Zanger-gitarist-musicus Mike Scott verwerkte 20 gedichten van de Ierse Nobelprijswinnaar in liedjes op de bevlogen Waterboys-cd  An Appointment With Mr. Yeats (Proper/Pork Records, 2011).
Bovenstaande live-uitvoering van het nummer is afkomstig uit het BBC-muziekprogramma Later With Jools Holland.

Ook rechtstreeks te zien en te beluisteren op:
http://www.youtube.com/watch?v=HHSPSL64R-8


- met dank aan de BBC/Jools Holland en YouTube-uploader pkrips0791 -






WOORDEN



Ik dacht een tijd geleden:
'Mijn lief kan niet begrijpen wat
ik gedaan heb of wat stand hield
in dit blind bitter land.'

En ik werd lusteloos in de zon
tot mijn denken op ging klaren
en 'k mij herinnerde dat wat ik kon
gedaan werd om het duidelijk te maken;

dat ik elk jaar maar riep: 'Eindelijk
begrijpt mijn lief dit allemaal
daar ik mijn wasdom heb bereikt
en meester ben over de taal.'

Wat was, had zij aldus besloten,
er afgevallen bij het zeven?
Ik had het pover woord misschien verstoten
en was content geweest met leven.



© W.B.Yeats



- uit het Engels vertaald door Jan Eijkelboom -







Uit: W.B.Yeats Al keert het grote zingen niet terug, in een vertaling van J. Eijkelboom – Sliedrecht, Wagner & Van Santen, 1999.





Words


I had this thought a while ago,
'My darling cannot understand
What I have done, or what would do
In this blind bitter land.'

And I grew weary of the sun
Until my thoughts cleared up again,
Remembering that the best I have done
Was done to make it plain;

That every year I have cried, 'At length
My darling understands it all,
Because I have come into my strength,
And words obey my call';

That had she done so who can say
What would have shaken from the sieve?
I might have thrown poor words away
And been content to live.




- W.B.Yeats

maandag 22 augustus 2011

Tussen schrijfmachines


NU DAN



Nooit was het stiller
dan toen ik werkte op die zaal
waar schoorsteen- en wereldbrand
opgingen in de rook van zware sigaretten,
waar telefoons en schrijfmachines
als rinkelende troffels een muur opbouwden
en het rumoer zichzelve buitensloot.

Liever geen lees- en studiezaal
waar het zo oorverdovend kucht,
waar dunne pagina's zich zuchtend omslaan
en waar de man die lacht om wat hij leest
sissend wordt neergestoken.

Nu dan een kleine kamer,
een deur op schragen als tafel,
huistempel van het onbewaakt moment
waarin het ongehoorde
zich soms zo duidelijk laat horen
dat wie daar zit en luistert
raar opkijkt van het nooit gewetene
dat hij herkent.




© J. Eijkelboom




Uit: J. Eijkelboom Kippevleugels, Amsterdam/Antwerpen, de Arbeiderspers, 1991



Jan Eijkelboom (1926-2008), voormalig adjunct-hoofdredacteur van Vrij Nederland, werkte in de jaren zeventig en tachtig o.a. als chef opiniepagina op de redactie van Het Vrije Volk aan de Rotterdamse Witte de Withstraat.
Op de vierde en vijfde verdieping van dat gebouw, tegenwoordig een politiebureau, waren niet ver van de NRC-drukkerij zo'n 150 redacteuren ondergebracht in een open, lawaaiige kantoortuin. Wie als verslaggever de hectiek van het dagelijks maken van een krant bij het schrijven van zijn of haar verhaal wilde ontvluchten was aangewezen op enkele - overbezette - 'stiltekamertjes' of op een hoek tussen de knipselmappen van het wat bedaagdere redactiearchief beneden.


Eijkelboom stoorde het lawaai op de open redactiezaal nauwelijks, ook niet overdag.
Bij voorkeur werkte hij 's avonds of  's nachts, pal achter ratelende telexen en piepende ontvangstapparatuur van internationale fotopersbureaus.
In een schamel hoekje bij de buitenlandredactie - met in de vensterbank twee eeuwig verdorde potplanten - maakte hij vanaf een roestig metalen bureau in enkele uren een volle pagina kopij persklaar: achtergrondartikelen, opiniestukken, hoofdredactionele commentaren en columns die hij met zijn potloodje nog even fijnzinnig had bijgepunt, voordat de papiermassa voorzien van koppen per ondergrondse buizenpost werd 'doorgeschoten' naar de zetterij. Als de buizenpost weer eens defect was moest een speciale loper of koerier uitkomst bieden voor transport van het laatste nieuws naar de drukkerij.

Jan Eijkelboom, altijd al de stilte en innemendheid zelve, klaagde nooit over zijn onalledaagse werkomgeving. Ook niet als het er tijdens avonduren in volume nog heftig aan toe ging - met een weliswaar grotendeels ontvolkte redactieverdieping, maar met enige tientallen zojuist hijgend binnengevallen reportageredacteuren en fotografen die met de al aanwezige colonne opgewonden sportverslaggevers op zaal  in moordtempo nog aan de slag togen voordat de krant van de komende dag weer zou 'zakken'.

De werkomstandigheden met prettige geluidshinder op de moderne redactiezaal van het Rotterdamse restant van wat ooit de grootste krant was van Nederland beschreef hij, eenmalig, in bovenstaand gedicht. 
In een column in het blad Pictura van april 1996 over het geluid van dit tekengenootschap in Dordrecht, waar hij een eigen werkkamertje had waar hij dichtte en vertaalde, meldde Eijkelboom jaren later een vreemde gewaarwording. Dat we vooral niet moesten denken dat het hem ooit gestoord had, integendeel, dat lawaai al die jaren op zijn redactie "waar ik moest werken op een zaal met zo'n dertig collega's, met dertig schrijfmachines en dertig telefoons en ook nog eens elkaar voordurend toeroepende collega's". 
De dichter: "Ik moest eerder wennen aan de stilte toen ik voor mezelf ging werken."

- met dank aan Gert van Engelen

zondag 7 augustus 2011

Vaart


OMEROS



Dit was de schreeuw waar iedere odyssee om draait,
die stille roep om een rif of een vertrouwde vogel,
niet de oorlogskreet, niet de verwarde intriges

van een visnet, maar als een golf rijmt op iemands dood,
een doodkist op een boot, die parallel wordt overschreden,
de scheiding tussen meester en slaaf gesloopt.

Dan is een opgestoken riem sterker dan marmeren
Caesars geheven handpalm, en een snelle zeilboot
gezwinder dan zijn galeien in haar heerlijke vaart.



© Derek Walcott


- uit het Engels vertaald door Jan Eijkelboom -

fragm. uit Omeros (New York, 1990), het belangrijkste werk van de Caraïbische dichter en Nobelprijswinnaar Derek Walcott, waarin o.m. wordt verwezen naar de Atlantische slavenhandel.
In Nederland, in de vertaling van J. Eijkelboom, verscheen deze omvangrijke uitgave bij De Arbeiderspers, Amsterdam 1993.

donderdag 2 juni 2011

As


WOORDJES LEREN *





Jongens, heb je verdriet,
sprak toen de leraar Grieks,

dan moet je woordjes leren, woordjes
leren. Hij knikte energiek

zodat er as viel op zijn vest,
maar dat was toch al vies.

Wij lachten halfvertederd,
halfmeewarig, want tragiek

daar wist je alles van en hij,
heel oud, haast vijftig, niets.

En dat het overging als je maar
woordjes leerde, dat was iets

zo absurds, zo dolkomieks
dat het in omloop kwam als een

gevleugeld woord. Het klapwiekt
nu verdrietig om mij heen

omdat ik later woordjes leerde
waarmee je 't monster kunt bezweren

en ik hem niet meer zeggen kan
hoe ik soms naar die stem verlang,
naar dat onhandige advies.




© J. Eijkelboom



In: De Tweede Ronde, zomernummer 1990.



* Ter herinnering aan de dappere, kleine onafhankelijke poëzie-uitgeverij Wagner & Van Santen te Sliedrecht die na een tijdelijke inactiviteit dezer dagen noodgedwongen definitief de handdoek in de ring heeft geworpen.


De site van Wagner & Van Santen meldt de ondergang in drie regels:  "Zoals veel collega-uitgeverijen heeft ook Wagner & Van Santen het treurige besluit genomen te stoppen met uitgeven. Het is daarom niet meer mogelijk langs deze weg boeken te bestellen. Het ga u goed."

Wagner & Van Santen werd in 1996 opgericht door beeldend kunstenaar-vormgever Richard van den Dool en Carolien van Santen. Bij de uitgeverij die zich specialiseerde in vertaalde poëzie verschenen ruim 70 titels, veelal tweetalig: o.a. werk van W.B. Yeats, Walt Whitman en Emily Dickinson (in de vertaling van J. Eijkelboom, op wiens homeground bij de Merwede de uitgeverij zowat gevestigd was). Volgens de letterennieuwssite DePapierenMan.be onderscheidde de ter ziele gegane Sliedrechtse kwaliteitsuitgever zich ook door een "opvallend verzorgde vormgeving en de luxueuze afwerking, waarbij alles grote boekenliefde uitstraalde".
Het fonds van Wagner & Van Santen en de distributie van de resterende boeken wordt na de zomer overgenomen door het PoëzieCentrum van Willy Tiberghien in Gent (B.).

 
Nog meer slecht nieuws voor de liefhebbers van het goede en mooie boek: ook boekhandel De Balustrade van Folco de Jong en Christine Bosch in Rotterdam-Delfshaven sluit na drie jaar de deuren. De boekwinkel, een fris initiatief voor een avontuurlijk, jonger lezerspubliek in een multiculturele omgeving, stopt er eind juni voorgoed mee. Maar in stijl: Out with a bang!
Schrijver Marcel Möring gaf afgelopen week alvast het startsein voor een vrolijke begrafenis: de uitverkoop.
Internetbestellingen, de e-reader, de tijdgeest, lokale omstandigheden, crisis in het boekenvak... wie draagt de schuld?
De eigenaren van de laatste zelfstandige boekwinkel in Rotterdam-West houden het bij deze schriftelijke verklaring aan de verbouwereerde cliëntèle: "Onze literaire kring is in de tussentijd aardig uitgebreid, en daar zijn we heel blij mee! Helaas is onze omzet niet genoeg gegroeid om een levensvatbare onderneming op te bouwen. Vandaar dat we hebben besloten, en dat was moeilijk, om te stoppen. Graag nodigen wij u uit om onze derde en laatste verjaardag mee te vieren.  Geneert u zich niet om lekker rond te komen kijken. Het zou fantastisch zijn als iedereen ons helpt om alle boeken de deur uit te krijgen. Dus trommel al uw familie, vrienden en kennissen op, maak er een personeelsuitje van, koop cadeautjes voor de rest van het jaar of trakteer uzelf alvast op wat vakantieboeken!
Daarna heffen we graag het glas of het flesje met u op de mooie jaren die we samen beleefd hebben."

zondag 14 november 2010

Dagmars


DIT EILAND




Heden voelen mijn voeten zich goed
in hun sokken en die weer
in hun ruime maar nog niet
sloffende schoenen.

Waarom dan niet de paden op,
de bergen in, de velden over
bij deze stad vandaan
waar stegen uitlopen op steigers

niet meer door boten gebruikt.
Wel kan men daar gaan staan uitkijken
over het eeuwig veranderlijk
zichzelf blijvende water,

ervaren dat tussen benauwenis
en ruimtezucht een afgepaald
maar onbeklemd domein kan liggen:
dit met een dagmars af te ronden

eiland.



© J. Eijkelboom



Uit: J. Eijkelboom Heden voelen mijn voeten zich goed, Amsterdam/ Antwerpen,
de Arbeiderspers, 2002

zaterdag 30 oktober 2010

Betrapt


O





O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.


Maar nee, wat bij mij ingaat
moet bezinken,
verdicht zich tot een sprake-
loos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.



O, klonk het nog eens ongehinderd.




© Jan Eijkelboom



Uit: J. Eijkelboom Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam/ Antwerpen, Arbeiderspers, 2002


Ook in 1996 geplaatst op een muur aan de 4e Binnenvestgracht/Gerestraat in Leiden -
zie voor dit en meer Leidse muurgedichten:
http://www.muurgedichten.nl/eijkelboom.html

dinsdag 12 oktober 2010

Weggedacht



HET VEERHUIS



Wie heeft niet gedroomd er ooit te wonen,
hier in dit nooit bewoonde huis?
Er was een gaan, er was een komen,
De kaartjesverkoper alleen was er thuis

Maar ook hij moest het pand 's nachts verlaten.
Deed hij die rood-witte luiken dan dicht?
Alleen het water bleef dag en nacht praten,
eb en vloed kwamen langs, souverein, onverplicht.

Aan de overkant stond onder statige bomen
zo'n heel oud café, waar men veel langer wacht
dan men zich had voorgenomen.
Waterstaat heeft het weggedacht.

Ook de Veerdienst ging heen. Er kwam een nieuw bootje.
Het doet dienst, het vervoert, je koopt kaartjes aan boord.
Het dobbert geducht, 't kan tegen een stootje.
Maar och, van een pont heeft het nimmer gehoord.

Het Veerhuis bleef staan, onbewoond, onbezet,
maar aanweziger dan de hoogste flat.

En als het weer in gebruik wordt genomen
zal het water niet sneller of langzamer stromen.

Maar wij, we komen er graag om te staren,
te eten, te drinken, denkbeeldig te varen.

Wie hier zit zwerft én voelt zich thuis,
ver van de wereld, weg van huis.
Wie verlangt er
naar meer?

Het heen-en-weer
ging hier voorgoed voor anker.



© Jan Eijkelboom


Uit: J. Eijkelboom Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam/ Antwerpen, Arbeiderspers, 2002

zaterdag 11 september 2010

Op de uitkijk


DREAMTIME





Er is geen begin en het einde is zoek.


Moge het sterven sereen zijn
toch zet het zich voort
in het bloedbad van een geboorte,
de geboorte van iemand anders dan,
dat valt niet te ontkennen.

Maar in het leven is ons gegeven
te doen alsof er geen dood was,
niet met de kop in het zand
maar juist op de uitkijk
naar weer een ander land,
een te bevaren kust.

En onderweg vermaan je nog een kind
dat zegt dat het zich dood verveelt:
ga in gods naam wat doen.
En het kind roept: maar ik bèn er toch?


Liefst zijn ook wij ons van geen kwaad bewust.





© Jan Eijkelboom



Uit: J. Eijkelboom (1926-2008) Heden voelen mijn voeten zich goed, Amsterdam/ Antwerpen, De Arbeiderspers, 2002

donderdag 6 mei 2010

Dichter tussen mes en vork





Voor wie nog wil aanschuiven: servetten en papieren tafellakens - in damastpatroon - uit de reeks Poëten Aan Tafel van de onvolprezen stichting Plint. Vijfenzeventig servetten bedrukt met één gedicht, zoals hierboven Bert Schierbeek,
plus een papierrol van tien meter met teksten van acht - wisselende - dichters (onder).

Maaltijdpoëzie, altijd vers!

En goed voor het milieu, voor wie daar in tijden van loze verkoopargumenten nog gevoelig voor is.
De papieren gebruikspoëzie kan na het diner in de prullenmand, vaatwasser volkomen overbodig.

- klik voor groter beeld -



woensdag 31 maart 2010

Verlof


DE SURVEILLANT



's Nachts mag het carillon niet klinken.

De Spaanse scharen zijn gestut.
Ook het schommelend tumult
van de zwaarste klokken op zondag

is uitgesloten nu. Maar waar
in dit donker ligt Nu?


Een enkele klok heeft verlof
de hele en halve uren te slaan,
doet dat uiteindelijk drie keer.
Je staat maar op en ziet aan de wand:
't was nog een halfuur eerder,

een halfuur langer te gaan.

Later aan tafel hoor je
de slepende tred
van het eigentijds uurwerk:
elektrisch maar met ingebouwde tik,

surveillant die over je schouder meekijkt.

Sterf, oud verdriet, eerder dan ik.

© J. Eijkelboom

Uit: J. Eijkelboom Het arsenaal, Amsterdam/ Antwerpen, De Arbeiderspers, 2000.
Ook in: Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam/ Antwerpen, Arbeiderspers, 2002.

vrijdag 14 augustus 2009

Verbleekt


DE KOMST VAN DE KONING



De ratelende wielen in de verte
en het veelvuldig hoefgeklop.
Dan, dichterbij, de splinters licht
die van de zwarte spaken ketsten.

Ik was het kind dat als gestorven
neerviel van vaders schouders
in moeders armen. En dat bleef leven
tot alle sjerpen waren verbleekt,
de vorst in statie opgeborgen.

© J. Eijkelboom


Uit: J. Eijkelboom Het arsenaal, Amsterdam/ Antwerpen, De Arbeiderspers, 2000.
Ook in: Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam/ Antwerpen, Arbeiderspers, 2002.

dinsdag 21 juli 2009

Schalen viooltjes



VERANDA'S VOORAL




Geef ons huizen die zich te buiten gaan
aan erkers en serres en soms een veranda.

Ze halen de bomen naar binnen

en stulpen een kamer de tuin in.

Erkers van toen je de weelde nog kende

van middagen vol verveling. Serres met

schalen viooltjes, hun bruin wel zo diep

als dat van lang met was bewerkt mahonie.

En buiten bloeit de nooit door luizen aangevreten
volmaakte roos van het verleden.

Ja, geef ons veranda's vooral,
het lang gekoesterde gif van de weemoed.



J. Eijkelboom


Uit: J. Eijkelboom Het arsenaal, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2000.
Ook in: Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam, Arbeiderspers, 2002.

zaterdag 30 mei 2009

Uitglijder



DE STAD EEN VOGELRESERVAAT



Ik zag een meeuw die uitgleed o
p het ijs
en hoorde eens bij ondergaande zon twee
hanen kraaien in een boom.

Ook zag ik o
p een stille zondagmorgen een
sperwer ορ de stoep van een kantoor;
hij had een muisje in zijn klauwen
en keek mij zo woest aan
dat ik maar liever verder liep.


Voorts heb ik waargenomen

dat vogels 's morgens vroeg
graag oρ de rijweg lopen
en later als met tegenzin
de lucht in gaan.

Ik heb het allemaal gezien, gehoord.

Gelukkig maakt wie niets verzinnen kan
veel mee.


© Jan Eijkelboom


Uit: Jan Eijkelboom Hora incerta, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1993.
Ook in: J. Eijkelboom Tot zo ver - De meeste gedichten,
Amsterdam, Arbeiderspers, 2002.

vrijdag 8 mei 2009

Alsof ze niet weet



VOOROORLOGS


1.

Rechtvaardig aan tafel, hij,
vοοrzitter van het gezin,
machinist van het uurwerk -
mahonie met koperen plaat -
dat zijn vrouw glans geeft.

Recht als zijn scheiding de stoel
waarop hij tussen scheurkalender
en potplant luistert naar de radiο
waarop een bakelieten stem de wereld uitlegt,
feillοοs.


2.

Het hondje kijkt in de lens
maar zij, ze doet alsof ze niet weet
dat ze gekiekt wordt.

De leliën op de ronde tafel
geuren naar teraardebestelling. Aan de
wand het oplichtend wit van de geit,
meermaals uitgebeeld door een
schilder die vroeg overleed aan de
tering.

Maar de fluitketel zingt
en het theelichtje blinkt.

Zij zit zo weelderig in haar crapaud,
kijkt dom van geluk
neer op het hondje
in haar satijnen schoot.

Zij gaat zo kennelijk nooit dood.


Jan Eijkelboom





Uit: J. Eijkelboom Tot zo ver - De meeste gedichten,
Amsterdam, de Arbeiderspers, 2002.

woensdag 15 april 2009

Uitweg


NOORDEREILAND




Hij zat weer zijn dag te verdoen
in café Vlag en Wimpel

met uitzicht op de Hef.
In regens van bliksem
snelden treinen voorbij
naar steden waar hij niet meer kwam,
om wat ook te zoeken:

een uitvlucht, een uitweg?

Aan een tafel ver van de deur
zaten de zware gokkers. Met hun

verfrommelde gezichten en biljetten
hadden zij toch maar een doel voor ogen,
stonden voortdurend op scherp,
hingen als haviken op te letten.


Voor het raam stond in die dagen
een kribbe van triplex op korstmos.
Twee wijzen uit het oosten staarden
dof naar een kindje in doeken.
Bing Crosby kwam uit de juke-box
want de wereld is wel van god
los maar blijft onveranderlijk draaien.

De Mededinger uit Wemeldinge
lag voor de wal. Old Crosby bleef zingen.

Treinen bleven de tijd aangeven
in regens van bliksem.



© J. Eijkelboom


Uit: J. Eijkelboom De wimpers van de dageraad, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1987.
Ook in: J. Eijkelboom Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam, Arbeiderspers, 2002.

dinsdag 17 februari 2009

Veel gedaan



RAFELS



Toen ving een roodbruine stam nog
de ochtendzon op, puur cederhout
van caran d'ache.

Later fladderden er raven
tussen de al even gerafelde takken
van de lariks.

Een schicht: de schaduw
van één zwaluw schoot
door de zomer.

En in het sprookjesbos
is plotseling de stinkzwam
dwingend aanwezig.

Doodgaan behoort tot het zeer weinige
dat niet zou mogen. Toch
wordt het veel gedaan.

© Jan Eijkelboom


'Rafels' werd in 2001 door Poetry International onderscheiden met de Gedichtendagprijs.

Uit: J. Eijkelboom Het arsenaal, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2000.
Ook in: Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam, Arbeiderspers, 2002.

Reusachtig



DAT ONSTUITBARE



Houden ze zich aan elkaar overeind?
Hoe dan dat onstuitbare te duiden
van hoe zij voortgaan, voetje voor voetje
weliswaar, maar vastberaden.

Al wordt dat weer gelogenstraft
door haar verdwaalde halve lach
waarnaast zijn fonkelnieuw gebit
het zonlicht evenaart.

Hij heeft nog alles voor haar over:
haar tasje bungelt
aan zijn reusachtige hand.


© J.Eijkelboom


Uit: J. Eijkelboom Heden voelen mijn voeten zich goed, Amsterdam, Arbeiderspers, 2002.

zondag 15 februari 2009

Briket in zilverpapier



SLIKKERVEER




Hier hoorde mijn moeder in negentien vijf
het drinkwater aan komen ruisen
door de net aangelegde buizen.

Hier zag ik tegen de ochtendzon
mijn grootvader thuiskomen van de Noord
die hij heen-en-terug was overgezwommen
om zijn zestigste verjaardag te vieren.

Hier hoorde ik als jongen
een uiteenvallende briket ritselen
in het fornuis en dacht:
het klinkt als zilverpapier
dat terug tracht te komen
uit zijn verfrommeling.

Ik borg dat op voor later -
voor nu.



© Jan Eijkelboom

Uit: J. Eijkelboom Hora incerta, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1993.

donderdag 5 februari 2009

Geknoei



DE RAND VAN DE TAFEL



Half boven de rand van de tafel
het kinderhoofd met opgedroogde
waterpokken en ogen als kijkers.

Het lacht, maar aarzelend, want
net heeft dit kind krassen gezet
in een bundel die je had opengelegd
bij een wonderlijk mooie passage.

Ach, de dichter zelf zal ook
het nodige hebben geknoeid
eer hij dacht dat het af was.


© J.Eijkelboom


Uit: J. Eijkelboom Het Arsenaal, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2000.
Ook in: Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam, Arbeiderspers, 2002.

maandag 4 augustus 2008

Stoet van uitgewiste namen


21 november 1981

Je liep daar naast mij in je gouden jack.
Ik liep je nog te leren kennen,
jij moest nog aan de oorlog wennen
die ik nog niet had afgelegd.

Wij gingen tegendraads de mensen tegemoet
die als een kalme waterval
vanaf de hoge bruggen kwamen.
Het was de allereerste stoet
die ik ooit zag waarin de namen
van allen waren uitgewist
en waarin elk gezicht
toch toebehoren bleef
aan wie daar samen waren.

Geen leus kwam uit de vele monden,
alleen ging keer op keer de donder,
de zachte donder van de vrede door
de gelederen die niet marcheerden.

Wij gingen stroomopwaarts over de Rozengracht,
legden soms aan en dronken om de naam
likeuren die op andre dagen
te zoet zijn zouden voor een keel
die meer op rauw geweld
was ingesteld, maar die nu mede
te fluisteren begon, wat
allengs aanzwol tot de donder,
de zachte donder van de vrede.

Jij stond daar naast me in je gouden jack.
Het oproer bleef uitbundig stromen.
Ik heb mijn ransel afgenomen
en achteloos opzijgelegd.

J. EIJKELBOOM

uit: Jan Eijkelboom (1926-2008) De gouden man.
Amsterdam, Arbeiderspers, 1982