Posts tonen met het label Tjitske Jansen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tjitske Jansen. Alle posts tonen

vrijdag 5 augustus 2011

Een prins zoals ik


DE STIEFMOEDER




Kleed je uit.
Buig je hoofd.
Kijk me aan
als ik je met een natte dweil in het gezicht sla.
Je denkt dat je een prinses bent
een prins zal je komen halen
maar alle prinsen
op paarden
die jou komen halen
zullen zijn als ik.



© Tjitske Jansen



Uit: Tjitske Jansen Het moest maar eens gaan sneeuwen Amsterdam, Podium, 2003.


Tjitske Jansen (1971) ging op haar twaalfde wonen in een pleeggezin.

dinsdag 14 december 2010

Dekbed


VOOR ZIJN VERJAARDAG


Ik weet de kleur waar hij het liefst op loopt
Ik weet de kleur die hij bij voorkeur draagt

Maar lopen is niet hetzelfde als slapen
en dragen niet hetzelfde als wakker worden.

Ik heb hem dus gevraagd: in welke kleur wil jij het liefste
slapen, in welke kleur wil jij het liefste wakker worden

In de kleur van jouw ogen zei hij, in de kleur van jouw huid.
Ik heb er niet naar gezocht. Ik wist ook zonder zoeken wel

dat er geen winkel bestaat die dekbedovertrekken verkoopt
in die kleuren. Er zit niets anders op. Ik moet voor altijd

bij hem slapen.



©
Tjitske Jansen


Uit: Tjitske Jansen Het moest maar eens gaan sneeuwen, Amsterdam,
Podium, 2003

woensdag 7 juli 2010

Fanfare


Er was mijn oma, de moeder van mijn moeder, die me vertelde dat mijn
vader, toen hij de eerste keer op bezoek kwam, een boek onder zijn arm
had. Nadat hij zich had voorgesteld, ging hij op de bank zitten lezen.

Er was mijn vader die me leerde duiken en onder water zwemmen.
Na het duiken en zwemmen kreeg ik nootjes met chocola erom,
waar ik een beetje bibberend, natte haren, handdoek omgeslagen,
van at. Ik zag hoe hij keek naar de duikplank, de lucht, naar de grond
en naar mij. Ik merkte hoe hij zocht naar iets om te zeggen.
'Zijn de snoepjes lekker?' vroeg hij. Door zijn onhandigheid heen
voelde ik wie hij was.

Er was een man die op de begrafenis van mijn vader vertelde dat toen
mijn vader en hij zestien waren, ze op hun rug waren gaan liggen.
Het was mijn vaders idee. Alle lichten moesten uit en ze spraken,
in het geluid van een ruisende kachel, over het heelal.

Er was mijn vader die, toen ik in een weekend bij hem was, aanbood
om voor te lezen. Ik wist dat dit erop zou neerkomen dat hij doorging
met waar hij de hele dag al mee bezig was geweest maar dan hardop,
zodat het leek of het voor mij was. Ik wilde dat niet. Het zou eruitzien
alsof wij samen waren en daar kon ik niet tegen, dat het er dan wel
zo uitzag maar dat het niet zo was.

Er was mijn vader die als kind een keer met zijn trommel achter de fanfare
aanliep. Hij marcheerde en trommelde vol overgave mee. Opeens zag
hij zichzelf lopen, zag dat mensen hem zagen, schaamde zich, en bleef in
schaamte staan terwijl de fanfare verder liep.


© Tjitske Jansen



Uit: Tjitske Jansen Koerikoeloem, Amsterdam, Podium, 2007

zondag 6 juni 2010

Terloops


WAKKER WORDEN IN DE TIJD



Wakker worden in de tijd
als in de fijnste zijde.
Een ochtendvogel
doet een ijzerzaagje na.

De boormachine die je hoort
is de boormachine
van de buurman lang geleden,
tot je weet dat dat niet kan.

Er ligt een laken in de linnenkast
te wachten op een hand
die deuren opengooit, een shirt,
een broek, een handdoek zoekt,

daarbij terloops haar aanraakt,
even op haar liggen blijft.



© Tjitske Jansen


Uit: Tjitske Jansen Het moest maar eens gaan sneeuwen, Amsterdam, Podium, 2003

zaterdag 4 juli 2009

Niet bedoeld om er te zijn



ENVELOP MET FOTO'S
I



Dit zijn dus de foto's die ze
om ik weet niet welke reden
niet meer in een boek liet.

De meeste hebben de kwaliteit van industrieterrein -
niet bedoeld om er te zijn, als je er niet hoeft te zijn,
niet bedoeld om er te wandelen op zondag.

Juist daarom kom ik er zo graag.
Ik neem het kind dat ik niet heb
ermee naartoe.

Hier is de tijd die per ongeluk overbleef.
Hier is de onbedoelde ruimte.
Mijn broer leerde me er bochtjes achteruit.


© Tjitske Jansen



Uit: Tjitske Jansen Het moest maar eens gaan sneeuwen, Amsterdam, Podium, 2003

donderdag 8 mei 2008

De beste manier waarop ik in zee ben geweest


En dan
ligt de leukste jongen van de avond naast je.
Geen camera kan een foto maken van wat jij nu ziet.
Zo totaal dichtbij is hij nu ook bij mij vraag je je af.

En dan denk je aan hoe mensen de zee in rennen, aan hoe dieren spelen met elkaar,
aan een jonge kat die zich verloor in de knopen van jouw bank, aan de mus
die in je hand lag. Shocktoestand. Nog nooit een mus van zo dichtbij gezien.

Als ik er maar niet in hoef, in die ogen,
als dat beest maar niet naar mij gaat kijken, niet op mijn krant gaat zitten,
want dan moet je weer aaien, met te bewust gestuurde handen, terwijl je denkt:
ik wil verder lezen en dat je wel nooit een goede moeder worden zult.

Dan moet je na een tijdje
dat dier weer van je krant afduwen
minuten lang niet lezen kunnen van het schuldgevoel
en van verdriet, want moeder zul je dus niet worden.

De beste manier waarop ik de zee in ben geweest,
is door ernaast te gaan liggen. Aan een zee hoef je zoiets niet te vragen.
Maar hoe doe je dat bij de leukste jongen van de avond?


© Tjitske Jansen



Uit: Tjitske Jansen Het moest maar eens gaan sneeuwen Amsterdam, Podium, 2003

donderdag 24 april 2008

Twee keer Tjitske



OVERSPEL



In een huid die nog zacht is van ochtend
liggen wij in het schip van je kamer.
Door de ramen weten we de zee
van gras, raven weven een kleed
van gekras, dat wij deze dag zullen dragen.




*




MEVROUW JULIA DOET DE RAMEN OPEN


Mevrouw Julia doet de ramen open
en ze weet geen woord voor de lucht die haar wangen aanraakt
en de zon heeft de kleur van honing

en ze weet
vandaag gaat het gebeuren
en ze denkt
maar eerst blijf ik nog even staan.



© Tjitske Jansen



Uit: Tjitske Jansen  Het moest maar eens gaan sneeuwen, Amsterdam, Podium, 2003