Posts tonen met het label EK2008-WK2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label EK2008-WK2010. Alle posts tonen

donderdag 5 juli 2012

Buitenbad


Liet me argeloos vallen die dag in andermans leven, andermans

autorijles, boodschappenlijstjes, college, in andermans
aarzelingen, beginnende benen op dansles.

En overal wist ik de weg, ik wandelde talloze wezen
naar propere ouders en leerde een drinkende man
op de duur van zijn glas te vertrouwen,

ik stormde bont en blauw geslagen vrouwen huizen uit,
schuifelde bedelaars kastelen in, liet een kille moeder
tijdig knielen bij een kind dat viel,
was het kind dat viel.

Ik leerde een voetballer in God te geloven als in de klap
tegen de lat, een blinde alles wat hij miste
zonder vragen terug te vinden, ik was
het talent dat de schilder bezat
aan zijn licht te ontkomen.

Alleen het echt vanzelfsprekende te water gaan
van een magere zwemster, 's ochtends vroeg,
in het buitenbad tussen de bomen,
verliep uiterst krampachtig.

Boven het water bleef ze machteloos zweven terwijl ik
teruggleed, opnieuw in beweging, haar huivering
uit, de moed opgegeven, het badpak
al bijna verdwenen.




© Ester Naomi Perquin




Openingsgedicht uit Ester Naomi Perquin Celinspecties Amsterdam, Van Oorschot, 2012

woensdag 13 juni 2012

Hoogmoed & Bescheidenheid



Aarzel daarom niet  

Het kleine volk kan het
niet altijd blijven verliezen



W.S. Rendra (Indonesië, 1935-2009)





Schone regels, rondrijdend Rotterdams vuilniswagengedicht -

dinsdag 27 maart 2012

Liggend in het gras: Stadion Feijenoord (1937-2012)

75jaar_feijenoord-Stadion

Vers voor een jarige: vandaag wordt Stadion Feijenoord, in de volksmond De Kuip, 75 jaar. Het volgens deskundigen "mooiste stadion van Nederland"  is nog als werkverschaffingsproject aangelegd tijdens de crisisjaren. De roemruchte voetbaltempel in Rotterdam-Zuid werd op 27 maart 1937 officieel geopend. Bouwer en architect Leendert van der Vlugt maakte de feestelijkheden niet meer mee, hij overleed in 1936.






ALS




Als ze winnen zullen ze elkaar omhelzen
liggend in het gras, zingen ze liedjes
in de bus en gaan ze nog niet naar huis
nog lange niet, want als ze winnen

dekt een feloranje hemel alle wanhoop toe
en wist kwetsuren uit. Gezwellen slinken
en verloren kiezen staan weer gaaf
in het gebit. Wie kaal was krijgt een kop

vol haar. De doden komen terug: de vader
van Dirk Kuyt, de vriend van Engelaar. Als
ze maar winnen danst mijn dochter
door het huis en hangt de vlaggen uit.




© Anna Enquist




Uit: Anna Enquist Nieuws van nergens Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2010.


Psychoanalytica en schrijfster Anna Enquist [Amsterdam, 1945] is Feyenoordfan.
Enquist verloor haar dochter in 2001 toen die op de fiets in het centrum van de hoofdstad werd overreden door een vrachtwagen (zonder dode-hoekspiegel).

donderdag 25 augustus 2011

Troepen


DE EERSTE LENTEDAG



op het plein werd nog gevoetbald
aan open ramen werd muziek geoefend
er was iets zuiders in de straat
de deuren stonden op een kier

we brachten brieven naar de post
blij en opgewonden als kinderen
de avond voor de schoolreis

elders kwamen de troepen
weer in beweging


© Miriam Van hee





Uit: Miriam Van hee De bramenpluk Amsterdam, De Bezige Bij, 2002

donderdag 9 juni 2011

Arie & Faas


VADERDAG




We liepen door de Lijnbaan
De zon scheen stralend warm
Van verre kwam een man aan
met een koninklijke gang
Ik zag dat het Faas Wilkes was
de voetballer des vaderlands
en stootte terloops m'n vader aan
Die deed oftie 'm dagelijks zag


Toen Wilkes op gelijke hoogte kwam
groette hij met geheven hand
'Ha die Arie...' 'Ha die Faas...'
Verbaasd keek ik m'n vader aan
Kende Faas Wilkes hem bij naam?
Ja wie kende Faas nou niet?
Daar was toch niks bijzonders aan?
Waarom hadtie mij dat niet verteld?
Waarom wél? Omdat elke vader dat
had gedaan! Hij was elke vader niet


Zwijgend vervolgden we ons weg
Er werd niet meer van gerept
Maar Wilkes zei m'n pa gedag
Dat pakte niemand mij meer af



© Jules Deelder



Uit: J. A. Deelder Ruisch, Amsterdam, De Bezige Bij, 2011

woensdag 5 januari 2011

Een spoor (hommage)



COEN
*



Ik liep door het bos,
Volgde een spoor van sneeuw.

Het leidde naar een heuvel,
Met veel rondslingerend hout.

Opeens stond ik voor een
Reusachtige wijdvertakte eik.

Ik dreigde binnendoor te gaan,
Maar ging toch buitenom.



© John Schoorl




* Eerbetoon door Volkskrantverslaggever, dichter en auteur John Schoorl aan de na een herseninfarct overleden Feyenoordvoetballer Coen Moulijn (1937-2011),
linksbuiten met een onnavolgbare passeerbeweging en bescheiden volksheld in Rotterdam en ver daarbuiten.

[Bron: Poëziewebsite DeContrabas.com van 4 januari jl.]


vrijdag 24 december 2010

Ster


KERSTLIED VAN DE SUPPORTERS


We waren van 't voetbal teruggekeerd,
we hadden een treinstel verruïneerd
en we liepen nog wat door de angstige stad
en toen riep er eenje: Hé! Zie je dat!
Daar is verdomme
een ster gekomme!

Toen riep er een ander: 'Heremejee,
dat is een nieuw geintje van de ME:
nu jagen ze ons weer op de vlucht
met helicopters, hoog in de lucht,
en er zijn honden
aan vastgebonden.'

Maar je hoorde geen motor, het bleef zo stil,
en min of meer tegen onze wil
liepen we mee met die zwervende ster
en Japie zei nog: ik zie al van ver
waar die ster heengaat:
'Tweede Jan Steenstraat.'

Een dronken kerel zong er een lied:
'Driehoog achter is het geschied.'
En hij had gelijk in zijn dronkenschap,
dus wij liepen over een donkere trap
zachter en zachter
naar driehoog achter.



© Willem Wilmink



Uit: Willem Wilmink We zien wel wat het wordt - liedjes voor kinderen in de groei,
Amsterdam, Bert Bakker, 1985

zondag 4 juli 2010

Vals


VADERS INTERLAND


Mijn vader heeft het voetballen uitgevonden -
de televisie kan er nog van leren -
maar ze luisteren nooit.

En wat erger is: de andere landen spelen vals.
Pas als Nederland heeft gewonnen
zegt vader dat het mooi en eerlijk was.

Ik vind het zoenen leuk, al kussen ze
alleen spelers van de eigen ploeg.
Of kun je maar maximaal met zijn elven vrijen?



© Ted van Lieshout


Uit: Ted van Lieshout Van, Als & Och Amsterdam,Leopold, 1995

donderdag 1 juli 2010

Feestelijk (toen)


NEDERLAND - BRAZILIË

- kwartfinale - *


Net nu een uitzending op de tv
nog nooit met zo'n kijkdichtheid werd aanschouwd,
gaven mijn ouders, vijftig jaar getrouwd,
een feestelijke borrel en diner.

Het Gouden Paar kreeg flarden wel en wee
in toespraken en liederen ontvouwd.
Soms klonk discreet, niet verder onderbouwd:
'0-0 bij rust.' '2-1 voor hen.' '2-2.'

Daarna, op het gras van Groenendaal,
tijdens de koffie, klonk een luidkeels 'Ach!'
vanuit de kamer van het personeel.

Toen deze leegliep na het eindsignaal
vertoonde 't beeldscherm één en al gevlag.
Het werd me voor de ogen groen en geel.


Jan Kal


* Sonnet geschreven naar aanleiding van de voetbalwedstrijd tegen de onoverwinnelijk geachte, 'goddelijke blauw-geel-groene kanaries' van Latijns-Amerika, tijdens het toernooi om het wereldkampioenschap van 1994. Nederland, dat volgens een Belgische commentator "de meubelen niet kon redden", verloor het beladen duel van de latere wereldkampioen met 2-3. De kenners oordeelden destijds dat het roemruchte Braziliaanse samba-spel "allang niet meer te zien is op het veld, maar nog slechts op de dansende tribunes".
Hoop op een wonder: morgen speelt Nederland opnieuw tegen - alweer titelfavoriet - Brazilië.
Eveneens in een kwartfinale, nu om het WK 2010 in Zuid-Afrika.

Uit: Jan Kal 1000 Sonnetten 1966-1996. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1997.

Ook opgenomen in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs – met tien illustraties van Len Munnik], Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

zondag 16 augustus 2009

Zoolbeslag - bij de hervatting van de voetbalcompetitie (1)



HET TWEEDE VAN BETHLEHEM


Als Jezus Christus gevoetbald had, al was het

maar in het tweede van Bethlehem geweest of
desnoods bij de sabbatmiddagamateurs
(hij had immers twaalf discipelen, dat zijn er
wel een paar te veel met de Heiland zelf
meegerekend, maar om te beginnen had Hij
Judas Iskariot, die voor dertig zilverlingen
een transfer naar Golgotha voor Hem op het
oog had, nog voor de verraderlijke kus in de
hof van Gethsemane tegen een schorsing voor
het leven kunnen laten oplopen)
dan was het mij in mijn jeugd nooit verboden
geweest om op straat achter een kaalgetrapt
tennisballetje aan het vuur uit mijn sloffen te lopen.
En dat vuur is niet alleen figuurlijk bedoeld,
want in de crisistijd voor de oorlog had je ijzeren
zoolbeslag onder je schoenen, zodat je
verwoede aanvalsdrift vaak door een regen
van vonken om je enkels begeleid werd.
Het was een koorts.
Het schoot door je aderen heen als vuurwater
door het bloed van de Indianen van Karl May.
Ik was net een krolse kat,
die houd je ook niet binnen.


JAN WOLKERS



Aanhef uit "De knieën van Jacquet", herinneringen van Jan Wolkers aan een vooroorlogse doelman,
in volledige vorm gepubliceerd in Hard gras nr. 3 / april 1995.

Fragm. naderhand opgenomen in Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'

[samenst. en red. Ben Herbergs – illustr. Len Munnik], Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.


Hemelpoort - hervatting (2)



SPARTAANS GEDICHT

(voor Jan)


Vroeger of later
ga je dood
Dat staat als een paal
boven water
Zo oud als Sparta
word je nooit

En als je gaat
is het je tijd geweest
Dat is een ding
dat zeker is

Zo niet
ofter een hemel is
maar àlster een is
dan zal je zien
dat de Hemelpoort – o!
brok in ons keel –
verdacht veel weg heeft
van het Kasteel


JULES DEELDER


oorspr. in Lijf- en andere gedichten (1991), later opgenomen in de verzamelbundel
J.A. Deelder Renaissance -Gedichten '44-'94, Amsterdam, De Bezige Bij, 1994.


Ook in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten',
Rotterdam, Bèta Imaginations, 2000.

De geur van natte mannen - hervatting (3)



ABE LENSTRA


We stonden bij Achilles, het regende en woei,
in een geur van sigaren, nat gras en natte mannen,

het gromde en stampvoette om ons heen,
voetbal was oorlog, toen al.

Vader, weet je nog hoe het even doodstil werd,
de bal kwam, hij kwam uit de grauwe lucht
en woei voor het doel,

niemand had gezien dat hij daar stond.

Weet je nog hoe hij toen even met zijn hoofd knikte,
bijna ootmoedig, bijna verlegen, bijna
verontschuldigend.

We hadden verloren voor we het wisten. Abe.


Rutger Kopland




Oorspr. gepubliceerd in juni 1994, in WK-voetbalbijlage van NRC Handelsblad.
Later verschenen in Tot het ons loslaat (Amsterdam, Van Oorschot, 1997) en opgenomen in de Rainbow-uitgave Geluk is Gevaarlijk, een keuze uit Koplands gedichten (Amsterdam, Maarten Muntinga/ Van Oorschot, 1999).

Hier uit: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs – illustr. Len Munnik],

Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.

Guur weer - hervatting (4)



DE REGENJAS



Het is niet de trainer, maar de regenjas!
Diens kraag, opgezet, is het
die de spelers nauwlettend gadeslaat
zijn revers zijn het die
Mannuuhh, aanvalluuhh
brulluuhh!

O, vraag mij daarom niet het verschil
tussen de trainer van Excelsior
& de exhibitionist
in het Kralingse Bos bij guur weer...

Vraag het Excelsiors ballen!




Manuel Kneepkens




Uit: Ode aan mijn kleren - over poëzie en beeldende kunst, bundel naar aanleiding van een gedicht van Pablo Neruda; project i.s.m. Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, redactie & samenstelling Cathrien Berghout. Oss, Uitgeverij Reinart Edities, 1997.

Ook in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten', Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.

zaterdag 15 augustus 2009

Menschenbeesten - hervatting (5)



VOETBAL-HYMNE


O Spel, dat hoofd en hart der knapen vult,
Die dagelijks 't gedaas der krant verslinden,
In hartstocht, die geen smaak voor 't hoog're duldt,
Dat menschen beesten maakt, en zienden blinden -

Hoort, hoe het plebs uit rauwe kelen brult,
Terwijl het aan 't afzichtlijk schouwspel smult,
Als daar een horde woestaards en ontzinden
In 't schunnig schop-werk vuile vreugde vinden...

Ziet, hoe des lichaams schoonste lijn zich kronkelt,
De pees zich opbolt als een boos gezwel,
Wijl 't oog van een onheil'gen vuurgloed fonkelt...

Ja, duizendwerf vervloekt zij 't voetbalspel,
Waarbij bedrogen wordt, gewed, gekonkeld...
Voort! vuige voetbalbende - vaar ter hel!


Charivarius

Charivarius (= kabaal), pseudoniem van Gerard Nolst Trenité, was een Nederlands letterkundige, anglist en taalcriticus.
Onder eigen naam schreef deze Utrechtse predikantenzoon (1870-1946) ook schoolboeken. Met zijn schuilnaam verwierf hij grote bekendheid als columnist voor de Groene Amsterdammer, totdat deze krant in 1940 door de Duitse bezetter verboden werd. In de Groene had hij een taalrubriek, waarin de strenge taalleraar stijlfouten, vreemde zinswendingen en taalkundige misstanden aan de kaak stelde; allerhande ongerijmdheden die volgens Charivarius het pure Nederlands aantastten. Charivarius ging ook vurig tekeer tegen germanismen en andere buitenlandse invloeden die de Nederlandse taal binnenslopen. Vermoedelijk weinigen zouden zónder Charivarius ooit gehoord hebben van contaminatie, germanisme of pleonasmen als 'witte sneeuw', taalfouten die tegenwoordig meer door de vingers worden gezien dan in zijn tijd.
De oprichting in 1931 van het Genootschap Onze Taal is waarschijnlijk een gevolg van Nolst Trenité's hardnekkig ijveren voor correct taalgebruik.

Een deel van zijn columns is gebundeld in Charivaria (1913-1916).
Charivarius nam wel meer op de hak. Naast zijn taalrubrieken schreef hij veel spotrijmen, zoals het bovenstaande 'voetbalvers', dat voor het eerst werd gepubliceerd in het vijf delen tellende Ruize-rijmen die tussen 1914 en 1917 afwisselend in o.a. Haarlem (uitg. Tjeenk Willink) verschenen.
In 1922 werden de spotverzen definitief gebundeld (Amsterdam, zonder uitgever).



Met dank aan Lizet Kruyff

Zonder pijn - hervatting (6 & slot)



DE LAATSTEN DER MOHIKANEN

Daar staan ze
gebakken uit zeldzame klei.
De punten van hun laarzen
wijzen omhoog
om de aarde
geen pijn te doen.


Jana Beranová



Uit: Ode aan mijn kleren - over poëzie en beeldende kunst, bundel naar aanleiding van een gedicht van Pablo Neruda. Oss, Uitgeverij Reinart Edities, 1997.

Ook opgenomen in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten', Rotterdam, Bèta Imaginations, 2000.

woensdag 12 augustus 2009

Verse bril



EEN HALVE DUITSER


mijn vader is een echte hollander
mijn moeder duitse van geboorte
dat maakt van mij een halve duitser

vooral toen ik in 1949
zes jaar oud
naar de lagere school ging
vier jaar na de oorlog

tegenwoordig zou je zeggen
dat mijn uitgangspositie
voor verbetering vatbaar was

als ik toen recht had gehad
op één telefoongesprek
dan zou ik een advocaat
hebben gebeld


ik moest het doen
met zes brillen
waarvan er elke dag
een van mijn kop werd geslagen

de dames uit de werkplaats
van de opticien
vonden mij aardig
gaven mij limonade en dropjes
brachten mijn gezicht op orde
en zetten mij een verse bril op

thuis vonden ze
dat ik wat minder fanatiek
moest voetballen


© Hans Wap


Uit: Hans Wap De laatste lemming, Varik, De Weideblik, 2008

donderdag 18 juni 2009

Waar wolken aanmeren



GANG


al die bierdoppen
waarheen vervoerd door stromende straten
dat jaar spijbelde ik, in bioscopen
in eindeloze gangen van het scherm
werd ik abrupt vergroot
dat moment werd een rolstoel
de dagen duwden mij op verre reizen

zaakwaarnemers van vrijheid in de wereld
sloegen mij op in hun reuzencomputer
een leenwoord ingeslopen in het woordenboek
een andersdenkende
of een verwijdering van de wereld

aan het eind van de gang lagen woorden te roken
een raam beroofd van glas
met zicht op de winter der bureaucratie



© Bei Dao



ZAAIER


een zaaier loopt de hal in
buiten is het oorlog, zegt hij
en jij zwelgt in leegte
verzaakt de plicht alarm te slaan
ik spreek in naam der velden
buiten is het oorlog

ik loop de hal uit
rijke oogst allerwegen
ik maak een ontwerp van oorlog
ik speel de dood
gewas door mij in brand gezet
verheft zich als wolvenrook

deze gedachte maakt me gek:
hij zaait zaad, op marmer


© Bei Dao




RUST

ten slotte bereik je
een zondag waar wolken aanmeren

rust is net als leugens
oppassen dat niemand kijkt

rust bespeelt de toetsen
witte dag en zwarte nacht

bespeelt de dag van morgen
ketting van geluk

doden werpen schaduw af
doen de hemel op slot



© Bei Dao



GIF


rook houdt adem in
raam van balling legt aan
op vleugels losgelaten diep uit zee
wintermuziek zeilt naderbij
als verschoten vlaggen

het is wind van gisteren, het is liefde

berouw daalt neer als sneeuw
steen onthult afloop
nu huil ik om de rest van mijn leven

geef mij een nieuwe naam

ik vermom me als ongeluk
om zon der moedertaal te weren



© Bei Dao



Uit de cyclus Wolvenrook - vertaling Maghiel van Crevel - in Het trage vuur nummer 11, september 2000.

‘Wolvenrook’ is een Chinese uitdrukking voor rooksignalen.

Bovenstaande gedichten zijn later verschenen in Bei Dao’s dichtbundel Landschap boven nul (Meulenhoff, 2001) en Raster # 107 (2004).

Bei Dao is vanavond in de Rotterdamse Schouwburg een van de bijzondere gasten van oud-directeur Martin Mooij tijdens de jubileumeditie van het 4o-jarige Poetry International Festival.

Bei Dao (1949), pseudoniem van Zhao Zhenkai, geldt als een van de belangrijkste dichters van de zogeheten 'duistere poëzie', die zich verzette tegen een Chinese regering die trachtte literatuur te onderwerpen aan politieke regels. Zijn verzet als 'politiek'-dichter-tegen-wil-en-dank maakte het Bei Dao na zijn vlucht onmogelijk terug te keren naar zijn vaderland, China.
Tegenwoordig woont en werkt hij afwisselend in de VS, Frankrijk en Nederland.
Bei Dao (lett. Noordelijk Eiland) wordt al jaren genoemd als potentiële Nobelprijswinnaar.

*

Nóg een bijzondere gast vandaag tijdens het Poetry-programma "De keuze van Martin Mooij" (Schouwburg Rotterdam, Grote Zaal, 20 uur): de Japanse Kazuko Shiraishi.

Shiraishi (1931, Vancouver) keerde met haar ouders vlak voor de Tweede Wereldoorlog terug naar Japan. Ze begon al vroeg met schrijven en debuteerde in 1951. Als een van de eerste Japanse dichters schreef ze surrealistische poëzie, waarbij ze zich vaak liet inspireren door jazz. Haar werk is in vele talen vertaald. Ze geniet wereldwijd faam, onder meer dankzij haar memorabele optredens.
Shiraishi ontving een keizerlijke onderscheiding en leeft tegenwoordig in Tokio.

Een gedicht van haar staat op:

http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2008/06/in-het-dak-van-mijn-hart-voetbalvers-13.html

zaterdag 11 april 2009

Wetenschap



MONOLOGUE INTÉRIEUR

VAN YEORYOS CHORTATZIS


De bomen rukken alle naar het bos op

en delen dan in groter eenheid mee.
Het bos rukt ook weer naar een ander bos op.

De stier van Minos naar Pasiphaë.

Wat schepping scheef doet breit wetenschap weer recht.

Bij penalties lossen de cracks het schot.
De boeg is altijd spitser dan de achterplecht.

De liefde dan het lot.


Násos Vayenás

Uit: Násos Vayenás Biografie en andere gedichten – vertal. uit het Grieks: Marko Fondse en Hero Hokwerda.
Amsterdam, Het Griekse Eiland, 1990.

donderdag 26 juni 2008

Voetbal Is Oorlog (R.Michels, trainer)



'Zij die vielen rezen
juichend
op uit hun graf'


JULES DEELDER


- in 1988, na de overwinning van het Nederlands elftal met 1-2 op 'Angstgegner' Duitsland,
43 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, tijdens de halve finale van het Europees voetbalkampioenschap in Hamburg.

Favoriet en gastland/organisator West-Duitsland werd door de oranje nederlaag uitgeschakeld, waarna Nederland op 25 juni door in de finale te München met 2-0 de Sovjet-Unie te verslaan Europees kampioen kon worden. De zogeheten tweede gouden voetbalgeneratie, met wereldspelers als Gullit, Rijkaard, Van Basten en Koeman werd tijdens het gedenkwaardige EK-toernooi twintig jaar geleden getraind door bondscoach Rinus Michels -

maandag 23 juni 2008

Wintergras



NOG GEEN LICHTMASTEN

(Before floodlights)


We hadden geen lichtmasten op ons voetbalveld:
De lantaarns op Alfred Crescent zuchtten amper
Als ongetrouwde meisjes in de schemer rondliepen
Met zonen schoppend in hun buik.

Ieder jaar hoopten we op een wonder:
Dat de lichtbron ons zicht met een uur zou verlengen,
Wintergras uitdagend scherp zou maken
En onze schaduwen verveelvoudigen.

Maar elke junimaand daalde de avond
Voor zessen uit de iepen om het veld
En gleed over de achterlijn
Om zijn verdedigend spel te spelen.

Dampend van adolescentenzweet
Gingen we er hard tegenaan, dreunden de zware bal
Tussen doelpalen die oplosten in mist,
Vloekten tegen het ongeslagen donker.


© Tom Petsinis

- vertaling: Willem van Toorn -



Tom Petsinis (Australië) was in 2006 eregast op het festival The Maastricht International Poetry Nights