Posts tonen met het label Maria Barnas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maria Barnas. Alle posts tonen

donderdag 11 augustus 2011

Het lekt


PLAATSEN



Wat doen we hier?
De tafel is nog niet gedekt.
Er lopen scheuren langs de wand
of zijn het kreukels in papier
dat ons in steeds dunnere verf
over de rand doet vloeien. Het lekt

herinneringen aan gebeurtenissen
die ik nooit heb meegemaakt. Een bliksemschicht
zoekt - heel decoratief - een baan door de kamer.
Raakt een vaas, vazen die schaduw plaatsen.
Ik ben hier thuis op een manier. 


© Maria Barnas



Uit: Awater, poëzietijdschrift, zomer 2010 - nieuw werk van Maria Barnas (drie gedichten)

donderdag 4 augustus 2011

Radijsjes


MANNEN



Ik denk aan de man die ik liefhad.
Heb ik hem lief?
Hoeveel angsten zijn dat?

Onze borden raakten leger
En aan de rand ligt een bloem, gesneden
uit radijsjes. Een klein uitbundig leven.

Niet om te eten, weet hij.



© Maria Barnas



Uit: Maria Barnas Twee zonnen Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 2003

maandag 20 september 2010

Gewatteerde huid


EEN OGENBLIK, EEN MAN SLAAPT




Het opstaan, het baden en voortdurend
het gaan van jou. Het is laat
en ik zeg dat ik plaats maak,
er is geen tijd om te rekken

als tijd. Met lange nagels
kras ik zigzag over de lakens
en een ooglid trilt. Er is een ogenblik.
De man ontwaakt. Hoe val ik

in het licht? Je draait me in de leegte
van een bed. Terwijl: binnen de randen
van een ronde handspiegel zoek

ik de meest gunstige uitsnede
van mijn met vlees gewatteerde,
droge huid. Zo zag ik eruit.



© Maria Barnas



Sonnet van Maria Barnas in Tirade, 1996/1

zondag 7 februari 2010

Hart van papier


KRALENZEE




De stad draaide zich om
toen ik omkeek. Neem me niet kwalijk
ik dacht dat je een ander was.

Ik heb een goed scheldwoord,
een kwalijke kraal op mijn tong.

Ik knip een gestreept hart van papier,
Durf ik niet dat ik je nodig heb?

De wereld is moe en op de blauwe lijnen
in een schrift is het koud.

Eerst sliep hier nog een man.
Nu staat het lichaam op.
Ik ben er stil van.



© Maria Barnas



Uit: Maria Barnas Twee zonnen, Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 2003

zondag 15 juni 2008

Scheef



TWEE ZONNEN


Wanneer ik ga slapen ligt de zee nog steeds beneden
en altijd is de zon me voor.

Ik sta bij een uitsnede
van donker water en later ben ik bij de boten

met zeilen wit zo licht als opgeluchte stemmen
en tussen de schaterende meeuwen weleens opgetogen.

Maar in de ring die ik kreeg sta ik scheef
naast een datum. En ik zie hem in de verte
gaan, met een zon. Slordig herhaald in het raam.

Hij noemde me Bloem. Ook wel Lente, Sexy, Liefste,
Liefde, Lief en de laatste tijd steeds vaker
Lieverniet, Neelater, Alsjeblieft.


MARIA BARNAS


Uit: Maria Barnas Twee zonnen, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2003.

Schrijver-dichter-beeldhouwer Maria Barnas ontving tijdens Poetry International voor deze debuutbundel de C. Buddingh' Prijs 2004. Ook werd het boek in hetzelfde jaar genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs.