Posts tonen met het label Benno Barnard. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Benno Barnard. Alle posts tonen

donderdag 2 februari 2012

Winterschapen


II


Licht en dag versmelten
Hier als blinde geliefden, bloot
Als de zee, wild als de golven strandend
In ogen die ogen het denken benemen.
En van ver, wind in de wol, grasvretend, winterschapen

Onder stormachtige
Sterns, meeuwen boven de vloedlijn -
Het kimstrakke tweespoor van armoe en
Verlatenheid (gezicht dat het weten ontgaat),
Eenzame jacht van de zeevalk tegen windvlagen in.

Tussen de blauwe kust
Van het westen en de grijze
Zeehoek van het grimmige noorden loopt,
Uit het lood hangend door de gesel van de wind,
Een vrouw met zeegroene ogen die vergat om te zien.

Op de zwarte hakken
Van het lot (dat wijst naar een deur
Met een mat van 'en maar wachten' ervoor),
Worstelt ze, nacht voor noch na, in het middelpunt
Van de leegte, naar niets dat haar haar naam zal toezeggen.  


© Tsjêbbe Hettinga


Uit: Tsjêbbe Hettinga Aan schor en Stad Niks voorbij (Oan leech en Stêd Niks foarby) - in het Nederlands vertaald door Benno Barnard en Tsjêbbe Hettinga - Leeuwarden / Rotterdam,
Friese Pers Boekerij / Poetry International, 2010


woensdag 21 september 2011

In water geschreven


HET MEER IN MIJ




Het meer in mij vloeit uit in een ander meer,
beneden voort. Het is niet vergelijkbaar groot.
Het is een woord, waarvan de diepte anders is.
Je kunt erin verdrinken, maar je gaat niet dood.

Zijn oorsprongen verwisselbaar? Alles stroomt
ook naar boven, want wateren zijn van hun bron
al evenzeer de bron. Begin dat nooit begon.
Eeuwig is er een rivier, niets blijvends, tussenin.

Mijn meer is niet beneden. Beneden reflecteert
de zon, de schittering van het verleden. Je naam,
in water opgeschreven, vervalt nog niet daarom.



© Benno Barnard



Titelgedicht uit: Benno Barnard Het meer in mij, Amsterdam, Arbeiderspers, 1986

maandag 11 oktober 2010

Doordat je gaat



FOTO MET MIJ


Zo zat je vaak. Je hand knijpt in de leuning
tot het bot, alsof je zoekt naar het gevoel
dat in je eigen arm ontstaat. Je grondvesten
een stoel, die jou natuurlijk niet begrijpt.

Ik til een glas tot halverwege, dat ik al
was het leeg niet eens kon legen. Een paradox
weegt in mijn lijf, zodat ik niets meer goed kan
maken en niet praten en maar zitten blijf.

Je kijkt verwoed naar voren. Het is blind
in je ogen, het is de zon die verkeerd staat.
Naar binnen toe ben je bang. Voorgevoel. Vrouw
naast man. Stoel naast stoel. Je lacht te laat.

Ik droom ervan. Een hand waarin je hart slaat
houdt me tegen. Blijf, blijf. Pulseren wordt
mijn enige bewegen. Je blijft doordat je gaat.



© Benno Barnard



Uit: Benno Barnard Het meer in mij Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 1986