Posts tonen met het label gerrit komrij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gerrit komrij. Alle posts tonen

vrijdag 6 juli 2012

Maskers - bij de dood van Gerrit Komrij (1944-2012)


SCHRIKBEELD



Neem me de poëzie af
En ik ben een brievenbesteller
Een defecte toerenteller
Een man zonder toverstaf
Trek me mijn maskers af
En ik ben een gesteven minister
Een gediplomeerd redetwister
Op weg naar mijn marmeren graf 
Een sukkel in sukkeldraf 
Op weg naar het avondrood 
Op mensenliefde staat straf 
En de sukkels moeten dood



© Gerrit Komrij



Uit: Gerrit Komrij Spaans benauwd Amsterdam, De Bezige Bij, 2005.




tekening: G. Komrij door Theo Daamen






Bericht van vannacht: polemist, criticus, columnist, vertaler, schrijver, dichter en bloemlezer Gerrit Komrij is 
op 68-jarige leeftijd overleden in een Amsterdams ziekenhuis.
Komrij was een letterkundig omnivoor en een soms eenvoudig, maar vilein waarnemer. Menigeen vreesde zijn kleurrijke, dikwijls virtuoze en in ieder geval scherpe pen.
Voor duizenden was hij een gids en wegwijzer in de poëzie, onder meer door zijn bloemlezing - inmiddels een heus standaardwerk - van  meer dan 4.000 pagina's over de Nederlandse dichtkunst in de afgelopen zeven eeuwen.
Gerrit Komrij werd in 1993 onderscheiden met de P.C. Hooftprijs voor zijn beschouwend proza. Van 2000 tot 2004 was hij de eerste Nederlandse poet laureate  resp. Dichter des VaderlandsIn 1970 vormde hij de 'openingsact' van het eerste Poetry Internationalfestival in de Rotterdamse Doelen.
Komrij was niet altijd onomstreden; bij leven had hij gaandeweg ook diverse vijanden om zich heen verzameld. Wat door velen geroemd werd als "sublieme scheldstukken" beschouwden anderen als "krenkende uitvoering van allerlei privéoorlogjes". De kwaliteit van zijn dichtkunst lag soms eveneens onder vuur met kwalificaties als "niet buitengewoon, een soort rijmelarij". De brede lof in veel herdenkingsstukken na Komrij's overlijden wordt door een aantal van zijn tijdgenoten juist opgevat als "weinig kritisch, moedig en voorspelbaar" resp. "cultureel-politiek correct".  

zondag 5 februari 2012

Wit


HELS



Nu zijn we niets dan licht

tussen lakens en hitte
die wit als een lawine is.




© Reine De Pelseneer



Uit: Gerrit Komrij [red.] De 21ste eeuw in 185 gedichten (bloemlezing met verzen van jong talent, dichters geboren na 1976). Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

donderdag 17 november 2011

Mechanisch


220 VOLT



met kracht stoot hij
haar lichaam open
inspecteert hart
en longen

vraagt beleefd
of de buren ooit
hebben geïnformeerd
hoe hij haar doorbrandt
elke nacht

zij kijkt hem aan
met grote glazen ogen
knippert mechanisch
naar het licht

kantelt haar hoofd
en laat de rook
uit haar geopende mond
ontsnappen.



© Maurice Buehler



Uit: Maurice Buehler Grasaap te water Amsterdam/Antwerpen, Contact, 2004.

Ook opgenomen in: Gerrit Komrij De 21ste eeuw in 185 gedichten (bloemlezing met
 verzen van jong talent, dichters geboren na 1976) Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

dinsdag 7 juni 2011

Speelvuur


MASKERS



De man die vrolijk met zijn masker speelde
Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
Muurvast één leven met zijn masker deelde:
Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.

Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
Zou ik bewijzen dat het anders kon:
Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
Weer van je hoofd kon, als een capuchon.

En lang heb ik daar heilig in geloofd.
Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
Zuiver zou blijken als de eerste morgen.

Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
't Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
Het is alsof je aan de hel moet wennen.
Het is alsof je kijkt in een leeg graf.



© Gerrit Komrij


Uit: Gerrit Komrij Alle gedichten tot gisteren Amsterdam, De Arbeiderspers, 1999

vrijdag 11 juni 2010

Niet tijdelijk


Poëzie is geen tijdelijk onderdak.

Poëzie is kost en inwoning.

- GERRIT KOMRIJ

zaterdag 22 mei 2010

Muziek door het huis

JE KAT


Vanmiddag gaf je je kat een kopje en likte haar
Staart schoon, toen ze plotseling naar je opkeek
Zoals je daar op je knieën zat, en merkbaar
Aangedaan zei ze: 'Jongen, wat zie je bleek.'

Ze merkte niet meer hoe je naar haar terugkeek.
Ze kneep haar ogen toe en legde haar kop
Plat over haar voorpoten heen. Even streek
Je haar huid nog glad en hield toen verslagen op.

Tuberculeuze muziek dreef door het huis en
Je voelde je kleiner worden - onverwacht
Werden haar poten zo groot als leidingbuizen
En lag je verschrompeld tegen haar vacht.



© Gerrit Komrij


Uit: Gerrit Komrij Alle gedichten tot gisteren. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1999

vrijdag 7 mei 2010

Postzegels & Pedalen: de Giro d'Italia begint in Nederland



Noord-Italië, wielerbedevaartskerk Madonna del Ghisallo op ruim duizend meter hoogte in de Alpen boven het Lago di Como: maglia rosa, de roze leiderstrui van Fiorenzo Magni, alias "De Witte Wolf", die de Giro won in 1948, 1951 en 1955 . Links naast Magni's trofee aan dezelfde kerkmuur de regenboogtrui van wereldkampioen en vijfvoudig Girowinnaar Alfredo Binda. Binda's record van 41 Giro-etappeoverwinningen in één wielerleven hield meer dan zeventig jaar stand, totdat sprinter Cipollini - ook wel Il Re Leone of "Mooie Mario"- begin deze eeuw zijn totaal aantal ritzeges in de Ronde van Italië op 42 bracht (in 2003).


FIETSTOCHT


Het verre postkantoor was de magneet.
Niet om de luchtpostzegels of de taal
van overzeese stempels - nee, het deed
op tweehoog 's middags dienst als jeugdleeszaal.

Tweemaal, op dinsdag en op donderdag,
verdween ik in het ruime trapportaal
en kwam weer buiten met een brede lach.
Ik had mijn voorraad boeken andermaal.

Met in mijn hoofd een eerste regel die
ik vluchtig had gezien bij een verhaal
werd, fietsend, al naar het vervolg gegist.

Toch geselde ik vervaarlijk het pedaal
om sneller thuis te zijn, omdat ik wist:
het boek is beter dan de fantasie.


Gerrit Komrij


Uit: Gerrit Komrij Luchtspiegelingen, Amsterdam, De Bezige Bij, 2001




Aan het kerkplafond, links: de groene Bianchi-fiets waarmee Felice Gimondi in 1976 de Giro d'Italia won. Onderop: gezegende en vervolgens weggeschonken olympische en wereldkampioenstruien van Italiaanse wielerhelden, op het altaar van de Madonna del Ghisallo. [fotoarchief 2005]



Méér over het wielerbedevaartsoord Madonna del Ghisallo bij Como (It.) op:

vrijdag 19 juni 2009

Luchtledigheden


MAAGDENBURGSE HALVE BOLLEN


Er speelt al jaren in je achterhoofd
't Idee een melodrama op te schrijven.
Dat wil niet lukken met je zwemmend hoofd,
En 't staat niet deftig om door te drijven.

Van 'n stille koehandel huilend vertellend,
Hoef je dus van doodsangst niets te bekennen
Dan hazepaden, die in de zon vervellen,
Luchtledigheden, die om je benen rennen.

Je leidt het leven van een dertienmaster.
'n Verneutelde dwerg sikkeneurt om de reus.
Garçon, nog een glas hier! Tegen de laster!
Tegen het feuilleton! Je bent heel serieus.


Gerrit Komrij



Uit: Gerrit Komrij Alle gedichten tot gisteren. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1999

zondag 29 maart 2009

Niet thuis


CONTRAGEWICHT



Er is een land dat ik met pijn verliet,
Er is een land dat ik met pijn bewoon.
Een derde land daartussen is er niet.
Mijn leven volgt een zonderling patroon:

Want waar ik heenga voel ik me niet thuis
En waar ik thuis ben wil ik telkens weg.
De grens wordt smal tussen geluk en kruis,
Steeds minder denk ik wat ik hardop zeg.

Ik heb, om aan dit noodlot te ontkomen,
Een derde land verzonnen in mijn hoofd,
Een land vertrouwd met leugens en fantomen.

Aan diepgewortelde en zware bomen
Hangen honkvast de loden trossen ooft
Van al mijn vederlicht geworden dromen.

Gerrit Komrij

Uit: Gerrit Komrij Luchtspiegelingen - gedichten, voornamelijk elegisch. Amsterdam, De Bezige Bij, 2001

maandag 16 februari 2009

Kerf


ALLES BLIJFT



Daar stond een muur die ik heb aangeraakt.

De muur werd afgebroken. Van het puin


werd verderop een fundament gemaakt.


Ik plantte een fruitboom in mijn oude tuin.


Die werd geasfalteerd. Vijf meter diep


Houdt zich een wortelstronk nog grommend koest.


Vijf eeuwen lang desnoods. De Spaanse griep


Landt ooit op Mars omdat ik heb gehoest.


Er was een vriend aan wie ik heb geschreven,


Een rots waar ik mijn naam in heb gekerfd.


Je bent een deel van alles bij je leven


En alles blijft bestaan wanneer je sterft.




© Gerrit Komrij


Uit: Gerrit Komrij Alle gedichten tot gisteren Amsterdam, De Arbeiderspers, 1999

zaterdag 31 januari 2009

Op het marktplein (voor Leo)



MENSENBIJVAL



Is niet heilig mijn hart, nieuw en dieper vervuld
sinds ik liefheb? Waarom gold ik u zoveel méér
toen ik trotser en wilder
woordenrijker en holler was?

Ach! de velen behaagt wat op 't marktplein voldoet;
en de knecht heeft slechts ontzag voor de dwingeland;
aan het goddelijke geloven
zij alleen, die het zelve zijn


Friedrich Hölderlin


Uit: Gerrit Komrij Aan een droom vol weelde ontstegen. Poëzie uit de Romantiek 1750-1850, bloemlezing, Amsterdam, J. M. Meulenhoff, 1982

woensdag 28 januari 2009

Slagschiphoogte



 DE DICHTER



Toen het letterkundig tijdschrift
Hem een briefje toe deed komen,
Waarin stond: 'Mijnheer, uw verzen
Waren lang niet slecht, we zullen
Er eerdaags een paar van plaatsen,'
Zwol zijn borst tot slagschiphoogte.
Heel zijn leven werd nu anders.
Hij ging doen alsof hij grote
Mensen hoogstpersoonlijk kende.
Hij zei stad wanneer jij blad zei.
Hij zei held wanneer jij speld zei.
Hij zei ach wanneer jij dag zei.
En daarvan wilde hij leven!



© Gerrit Komrij







Uit: Gerrit Komrij Alle gedichten tot gisteren, Amsterdam, Arbeiderspers, 1994