Posts tonen met het label Jana Beranová. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jana Beranová. Alle posts tonen

woensdag 6 oktober 2010

Nageur



VOLMAAKT



In vers gras vrijen
om later
veel later
in de dood nog even
na te geuren
als hooi


© Jana Beranová


Uit: Jana Beranová Kiskassend gedicht, Breda, De Geus, 1996

donderdag 13 mei 2010

Schuilplaats





Gedicht van Jana Beranová in de Rotterdamse Proveniersstraat,
op de plek waar een vliegtuigbom werd gevonden.


- met dank aan Wikepedia.nl

donderdag 31 december 2009

Boekentasje 2010



Jana Beranová, Lichtpunt

zaterdag 15 augustus 2009

Zonder pijn - hervatting (6 & slot)



DE LAATSTEN DER MOHIKANEN

Daar staan ze
gebakken uit zeldzame klei.
De punten van hun laarzen
wijzen omhoog
om de aarde
geen pijn te doen.


Jana Beranová



Uit: Ode aan mijn kleren - over poëzie en beeldende kunst, bundel naar aanleiding van een gedicht van Pablo Neruda. Oss, Uitgeverij Reinart Edities, 1997.

Ook opgenomen in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten', Rotterdam, Bèta Imaginations, 2000.

donderdag 6 augustus 2009

Met haar eigen sjaal


GEZICHT OP WENCESLASPLEIN



Ze knippen het haar van een vorstenkind.

Krullen vallen op de altaartreden
als raakgeschoten kleiduiven.
Zijn oma Ludmila is hem een schild.

Nog even maar. Ze wurgen haar
met haar eigen sjaal.


De bronzen ruiter op het plein
glimt in de zon. Uit de flanken
van zijn paard slaan vlammen,
werpen gloed op de figuren aan de voet.

De geschiedenis is een scherp zwaard:
zijn broer besteeg de troon.

Ik leg bloemen voor Palach neer.
Een stoet engelen vaart ten hemel,
die ene laatste vervloeiend met het vuur.

Dit is een stad van almaar onderweg.
Een stad van de golem, met of zonder sjem.

Ik ben louter een vleugje adem.

Wist de mens maar eens waarom hij praat.

Ontroerde ogen zijn beduidend belangrijker.
Het is bedrukt bij de dom. Bloed aan de deurknop.

Al duizend jaar. De vrome vorst ziet me aan:
ABEL EN KAÏN WAREN OOK BROERS

OF WAS HET ANDERSOM?


© Jana Beranová


Uit: Jana Beranová Kiskassend gedicht. Breda, De Geus, 1996

zondag 26 juli 2009

Aan een vinger





Bibliofiele uitgave van vers van Jana Beranová. Spierdijk, De Stolphoeve, 1975.
Nummer 2 uit de oplage van 100 gedrukte exemplaren.

donderdag 14 mei 2009

Nooit meer


14 mei 1940


Ze verbrandden steden als grofvuil.
Hun handen hingen schuil achter helse
machines. Rouwnagels zonder rouw.

Geen graven. Alleen raven als roet.
En rook voor de zon.

Pijn verdicht tot een stille schreeuw
blijft voorgoed in ons haken.
Ik ken die schreeuw. Wie zijn

verleden niet kent,
begrijpt de toekomst niet.

Glimlachend ademt de stad.
Bij het slaande hart waar ooit een gat was,
bij deze smekende armen, zweren we nu.

De woorden zijn gloeiende
gloeiende kooltjes in ons oog:
nooit meer haat



Jana Beranová



Jana Beranová is tot 2011 stadsdichter van Rotterdam.

Bovenstaand gedicht werd door haar geschreven voor de herdenking - vandaag, 14 mei 2009 - van het Duitse oorlogsbombardement op de stad, in 1940. Na die verwoesting van de Rotterdamse binnenstad, en bijna duizend doden, capituleerde Nederland waarmee een vijf jaar lange bezetting door nazi-Duitsland begon.

woensdag 13 mei 2009

Een kuil vol woorden


IN VREDESNAAM



Mijn nacht is breekbaar
als een kolibrievlinder

vreemde stappen naast mijn bed
laarzen groot als wolkenkrabbers

’t bliksemt en knalt en ik sta weer
op straat klein alleen

Ik ren naar het slagveld
om een gedicht te schrijven

graaf geen kuil
voor gevallen woorden

ik laat de bomen
stapelverliefd ruisen

de bergen elkaar
opnieuw ontmoeten

en om geen kind te zijn
dat nooit meer slapen kan

geef ik landen voeten
om het geluk met ons te delen

Voor vrede plant ik
een stokroos een echte

met kaarsrechte rug



© Jana Beranová



Gedicht geschreven in opdracht van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Voor meer poëzie over de meidagen zie het Gedichtenarchief Gedichten voor 4 mei en/of de reeks Dichter bij 4 mei op: http://www.4en5mei.nl/herdenken/herdenking_organiseren/gedichten_voor_4_mei

woensdag 21 januari 2009

Stadsdichter



EEN HANDJE WOORDEN


Vandalen braken vannacht
in bij een kleindierenvereniging.

Ze verschaften zich toegang
door de deur te forceren.

Verminkten vervolgens vijftien
parkieten door hun pootjes
af de draaien, knepen dertien

kanariepieten tot moes en smeten
tweeëntwintig eieren van zeldzame
volièrevogels stuk tegen de wand

van het hok. De inbrekers namen
een lokeend en een ganzenbord mee.


© Jana Beranová

Uit: Jana Beranová Tussentonen. Gedichten. Breda, De Geus 2004.
Het Rotterdamse gemeentebestuur heeft Jana Beranová vandaag benoemd tot nieuwe stadsdichter.
Met de aanstelling van de in Tsjechië geboren schrijver-vertaler, die geldt voor 2009 en 2010, kiest Rotterdam "voor een dichter die een ambassadeur is voor de poëzie, zich op de multiculturele samenleving van de stad richt en er met alle zintuigen voor wil gaan", aldus een gemeentelijk persbericht.

Jana Beranová schrijft proza en poëzie, vertaalt en presenteert. In 2008 ontving zij de Erasmusspeld voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren. Beranová heeft een roman en zeven dichtbundels op haar naam staan. Daarnaast was ze betrokken bij tal van literaire activiteiten en boekprojecten. Ook vertaalde de Tsjechisch-Nederlandse werk van onder anderen Milan Kundera (proza), Miroslav Holub en Jaroslav Seifert (gedichten).

Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg ze in 2005 in Praag een bijzondere onderscheiding. Daarnaast is ze een veel geziene gast op literaire podia en werkt ze graag samen met beeldend kunste­naars. Ook doceert ze poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam.
Kort na de tweede wereldoorlog, in 1948, vluchtte Jana Beranová - als kind - met haar ouders uit het toenmalige Tsjechoslowakije.
In 1975 vestigde ze haar naam met een inmiddels beroemde tekst, aanvankelijk geschreven voor een rijmprent (affiche) van Amnesty International.
als niemand
luistert
naar niemand
vallen er doden
in plaats van
woorden

vrijdag 13 juni 2008

Suikerwijn


VERTREK


De dood is oranje net als de zon.

Dood spoor van binnen

verbrandde zijn huis
zoals vroeger de zon in Zuid-Frankrijk.
Daar, hoog in de Alpen,
waar Hannibal ooit met zijn troepen trok,
voerde hij vlinders dronken met suikerwijn.
Wat hebben wij toen alle drie gelachen.

Nu, hoog in de kussens,

kleeft het leven alleen nog aan zijn brein.
Zijn lichaam gelooft hij niet.
De dood heeft hem al bijna gedoofd,
zijn sleutel is op slot.
Ik klim als een Mohammed
3 x daags over het balkon
naar mijn berg.

De zevende dag zei hij verbaasd:
"Eindelijk dat je d'r bent!"
En hij lachte
op de rand van zijn bedgraf
beide benen in één broekspijp.


© Jana Beranová


uit: Jana Beranová Geen hemel zo hoog, Bussum, Agathon, 1983

dinsdag 10 juni 2008

Duizenden

DEUREN


Elke dag
worden duizenden mensen geboren
elke dag
gaan duizenden mensen dood

Elke dag vrijen duizenden
met andere duizenden
en moorden enkelingen
duizenden uit

Elke dag zoek ik naarstig
naar mensen
en ga
met mijn kop
door duizenden muren


© Jana Beranová


Uit: Jana Beranová Geen hemel zo hoog. Bussum, Agathon, 1983.