Posts tonen met het label Willem van Toorn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Willem van Toorn. Alle posts tonen
zondag 8 januari 2012
Vaargeul
EILAND
Zeker een eiland zijn. Zeker de brug
nog weigeren zolang je kan, de dijk
niet denken. Buiten het bereik
blijven van wat daar op de grens
van lucht en water loert: het land
waar eindeloos hongerig land achter ligt.
Maar wel de steiger teren voor het veer,
de vaargeul open houden, het uitzicht
bewaren op wat voor ieder kind weer
in dromen opdoemt: later ooit nog van
hier oversteken naar wat daar onzicht-
baar lokkend ligt: de overkant.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Tegen de tijd Amsterdam, Querido, 1997
woensdag 28 december 2011
Grap van water
DE RIVIER 5
Eenzaam ben je altijd aan het water
van een rivier, omdat het je achterlaat
met je gedachten aan de dood. En later
als het weerkomt nog altijd water
is maar ander water, terwijl jij dezelfde
blijft daar op de kant, waar het veer
is opgeheven en de schepen, meer
dan vroeger en blinder en sneller,
als treinen in hun eigen richting razen.
Maar dat zou ik immers voor je weglaten
uit deze prent. Is mijn klein schip al daar?
Laten wij dan nog één keer met elkaar
de heren zijn van dit lange papier,
ingrijpen in die boosaardige grap
van het water. Kijk naar de rivier.
Nu staat hij stil. Bewegingloos. En hier
stroomt het met jou en mij weg, stralend
en bloeiend zeewaarts, ons landschap.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn De aardse republiek, Amsterdam, Querido, 1988
zondag 8 mei 2011
Geluiden
Als het zo nauw niet luistert
met die klanken als we dachten
mogen dan ook deze erin
of klinken die te erg naar mens:
de hopeloze schreeuw van de zwerver
in de doodlopende steeg,
het ratelen van de tank
die boven de keien van het plein
dat de naam van een heilige draagt
zijn kanonsloop traag naar jou toe draait
terwijl je geen kant meer op kunt?
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn De hofreis, Amsterdam, Querido, 2009
woensdag 7 juli 2010
Schaduw
TWEE MANNEN IN EEN LANDSCHAP
Voor een goeie vriend maak ik hier
een weg tussen twee rijen bomen,
zo te zien populieren. Er komen
twee mannen aan. Het is zomer-
avond op dit papier.
De vraag is: hoe waar kan dit zijn.
Je twijfelt al of je daar loopt.
Maar wat niet bestaanbaar zou zijn
kan niet gedacht worden ook.
Neem aan dat jullie het zijn,
vader en zoon.
Vullen we verder aan:
Brabants land van toen,
paarden, een oude schuur,
wollig van mos, een geur
van warm rijp gras; daar gaan
ze samen doorheen, langzaam
pratend met elkaar.
Misschien kun jij ze verstaan.
Twintig jaar geleden,
ze hebben dus alle tijd:
niets gaat meer voorbij
in dat verplaatste heden.
Loop achter ze en luister
naar hun bedachtzaam spreken.
In hun andere dimensie
is er misschien een teken
voor jou dat ik hier niet zie.
Maar vergeef ze als het niet komt,
als ze niet uit kunnen spreken
de woorden die ontbreken
aan jouw veertig jaar leven.
(Vader.
Hoor je.
Waarom.)
Mannen praten niet zo,
niet zo vaak althans.
Misschien gaat het over de krant
of iets op de radio
van geen enkel belang.
Maar luister, tussen de woorden
zeggen de norse stiltes
wat jij al zo lang wil horen.
Luister dan.
De rode zon hangt laag
waar ze vandaan kwamen.
Tussen de lage huizen
vallen hun schaduwen samen.
Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Gedichten 1960-1997, Amsterdam, Querido, 2001
woensdag 18 november 2009
Bedacht domein
ROTTERDAM
Steen voor steen moet ik de stad herzien.
Straten die in mijn hoofd bestonden, worden
na deze ondergang weer opgetrokken.
Gedacht domein. Vrede. De ramen zien
Op andere pleinen uit dan ze voordien
kenden. Parken opnieuw berekend
met vijvers waar het onwennig in regent:
water waarin ons spiegelbeeld misschien.
Wolken zoeken een weg over het plan
dat ons zo lang we samen zijn betekent
en moeiteloos even omvatten kan.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Gulliver en andere gedichten. Amsterdam, Querido, 1985.
Rotterdam, Museumpark, herfst 2009: Nederlands Architectuur Instituut
(ontw. Jo Coenen)
zondag 13 september 2009
Aan de rand van een glas
FOTO
Voor Jan Eijkelboom
Op de foto de man.
Op de arm van de man zijn kind.
Misschien bomen. Een schaduw van wind
in het woelige haar van de man.
Het kind proeft aan de rand
van een glas waar het leven begint.
De man weet er alles al van:
het leven is niet onderin,
je moet omhoog ernaar toe.
En omdat in liefde geluk
niet geheel ondenkbaar is, moet
het glas nog lang niet stuk,
de man nog lang niet moe.
En dat is hij ook niet, hoor. Hoe
veel licht ook de rimpels aanraakt
in zijn gezicht - je vindt
in zijn ogen oneindig het kind.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Gulliver en andere gedichten. Amsterdam, Querido, 1985.
vrijdag 21 augustus 2009
Dit veel te grote blauw
EEN KRAAI BIJ SIENA
Hoe een kraai vliegt over de heuvels
bij Siena: een verkreukelde zwarte lap
boven het koperen landschap.
Werkt zich rot, denk je van onder af,
met die averechtse vleugels.
Door de kijker zijn slimme snavel,
zijn eigenwijs hoofd: hij lapt
het toch maar. Niet de begaafde
vlechtwerken boven de stad
van de zwaluwen - hij blijft een aardse
zitter, die heeft gedacht
waarom zij wel verdomme? en is opgestegen
om zich verbaasd te begeven
naar dit veel te grote blauw.
Hoe zich deze woorden bewegen
ongeveer van mij naar jou.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Een kraai bij Siena, Amsterdam, Querido, 1979.
dinsdag 18 augustus 2009
Nergens waar jij was
PIANTA MONUMENTALE DELLA CITTÀ
Plattegrond van een stad:
de namen betekenen
illusie van altijd zekere
toegangen. Daar zijn. Houvast.
Het oog tast van links naar rechts.
Via Emilia Est.
In lichtgroen Stendhals Chartreuse.
Pleinen. Abdij. De grijze
rivier. Het park. Het paleis. De
Via Emilia Ovest.
Exact daaromheen de rest.
Maar nergens de stad waar jij was.
Je haren langs mijn gezicht
als een rivier. Kamer. Licht
door jalοezieën. Er past
geen kaart op hoe je daar ligt
anders dan dit gedicht.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Gulliver en andere gedichten. Amsterdam, Querido, 1985
zondag 9 augustus 2009
Waar ik je denk
ZUILICHEM, 7 AUGUSTUS 1671
bij een tekening van Constantijn Huygens jr.
Onvindbaar als je bent,
moet je zijn waar ik je denk.
Bijvoorbeeld te Zuilichem
in de diepten van deze prent,
driehonderd jaar geleden
getekend door Huygens' zoon.
Twee mensen staan doodgewoon
(lees doodstil en sprakeloos)
in dat bevroren heden,
op de voorgrond. Op een landweg
gezien vanaf de Waaldijk,
zodat je over ze heen kijkt
naar wolken boven hun hoofd,
in de witte lucht stilgezet.
Achter hen daken. Rook
roerloos op schoorstenen.
Binnen het dorp verdwenen
wil ik dat je loopt.
Enig teken van leven
zolang de taal het gelooft.
Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Gulliver en andere gedichten. Amsterdam, Querido, 1985
donderdag 23 juli 2009
Wachtend gras
IN MEMORIAM
Ik droomde dat je naast me lag vannacht.
Je was al ziek. Je zei: tot in mijn merg
ben ik van dood. Vind je het erg
dat je niet in me kunt? Hou me maar zacht
tegen je aan. Ik zei: je was zo wit
en moe toen ik je zag – en dan onzicht-
baar in een kist waar ik het pad af ging,
de regen en het dorp in.Wachtend gras
lag naast de kuil in zoden opgetast.
Hoe ben je dan weer hier. Je zei: ik wou
nog doen wat ik waarom had nagelaten:
praten met je in bed hoe levens praten.
Maar wat ik nu ben heeft geen taal bij jou.
Er was geen lamp. Hoe ik je dan toch zag.
'k Viel in de droom in slaap. Je hield me vast.
Koud bleef de kamer tot ver in de dag.
Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Gulliver en andere gedichten. Amsterdam, Querido, 1985
zondag 11 mei 2008
In toen
IN WIT 5
Deze nacht was de bol weer omgekeerd,
zodat het traag ging sneeuwen in het donker.
Als op de kast bij oma, waar hij stond in
de mooie kamer, als geheim beheerd.
Ochtend. Het dorp staat doodgewoon rechtop:
barokke kerk en huizen onder donzen
wit. Berg met twee wolken. Alles klopt.
Maar ik weet dat je ergens teruggevonden
moet kunnen worden achter het verbazend
secuur decor, binnen het ronde glazen
heelal hier voor mijn oog. Ik zet je weer op
de kast, in toen, tussen de blauwe vazen.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn Gedichten 1960-1997, Amsterdam, Querido, 2001
Abonneren op:
Posts (Atom)