Posts tonen met het label Miriam Van hee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Miriam Van hee. Alle posts tonen

donderdag 25 augustus 2011

Troepen


DE EERSTE LENTEDAG



op het plein werd nog gevoetbald
aan open ramen werd muziek geoefend
er was iets zuiders in de straat
de deuren stonden op een kier

we brachten brieven naar de post
blij en opgewonden als kinderen
de avond voor de schoolreis

elders kwamen de troepen
weer in beweging


© Miriam Van hee





Uit: Miriam Van hee De bramenpluk Amsterdam, De Bezige Bij, 2002

vrijdag 7 januari 2011

Reizigersgeluk


HET KARIGE MAAL



Onder de lamp aan tafel
zwijgend eten wij; onze handen
als witte vlekken komen en gaan;
onze beringde vingers achteloos
met het vertrouwde brood spelend.


Geen vreugde niets ongewoons
is er in de klank van onze
messen en vorken.

En natuurlijk weten wij niets
van het geluk van reizigers
in een avondtrein.


© Miriam Van hee


Bron: Miriam Van hee Het karige maal, Gent (B.), Masereelfonds, 1978

vrijdag 29 oktober 2010

Richtingen


ZOMEREINDE AAN DE LEIE
*



dit is wat een schilder zou zien:
de gebleekte graskant, kastanjes
en linden, het warme maar heengaande
licht van de avond en tegen de haag
op de andere oever een loper, en zijn
gedachten, hoe schilder je die
en boven het water de meeuwen
en tussen het licht- en het donkerder groen
de plecht van een jacht, het schuiven
der dingen, de richtingen

het water zelf kun je hier waar wij zitten
niet zien en ik vraag me nog af hoe je
afstanden schildert, steeds lichter misschien
tot je wit overhoudt, en hoe het verleden
toen jij daar nog liep

hoe schilder je dat je nooit weer
daar zult lopen, tegenstribbelend
aan je vaders hand


© Miriam Van hee


Uit: Miriam Van hee Buitenland Amsterdam, De Bezige Bij, 2007

* Herman de Coninck-Publieksprijs voor het ‘Beste Gedicht’

zaterdag 22 mei 2010

Al het stof


DOOD IN LISSABON


wat konden wij doen, beginnen
als alles een einde kon nemen -
een ogenblik, wisten we, maar wanneer
dat wisten we niet, daarom
schreven we toch
en waren alleen
er waren musea, straten en pleinen
wind van de zee, van de verte
je weet wel van angst en verlangen
van wachten, van ooit

stel je dan voor hoe verloren
we liepen, altijd uitkomend
bij de rivier, we vroegen ons af
wie de lichten ontstak op de brug,
wie de vrachtwagens nieuwe
opschriften gaf en waarvandaan
al het stof in de wereld bleef komen.


©
Miriam Van hee


uit: Nieuw Wereld Tijdschrift, Antwerpen, 1997 (dubbelnummer 5/6)

Gedicht naar aanleiding van de dood van Herman de Conink, die op 22 mei 1997 in Lissabon tijdens een congres op straat temidden van collega's overleed aan een hartstilstand. De Coninck werd 53 jaar oud.

maandag 29 maart 2010

Een soort accordeon


DE RIBBEN ZIJN VAN HET GERAAMTE



De ribben zijn van het geraamte
het mooiste onderdeel, ze doen
aan vleugels denken of een soort
accordeon waar leven in- en uitgaat
je ziet ze beter
na de hongersnood of in het massagraf
het zijn de rimpels in het zand
als de zee zich heeft teruggetrokken
het zijn de breekbaarste takken
van de bomen die in open vrachtwagens
worden weggevoerd


©
Miriam Van hee


Uit: Miriam Van hee Reisgeld, Amsterdam, De Bezige Bij, 1992

woensdag 2 september 2009

Ontcijfering


ER ZIJN GEEN ARGUMENTEN


er zijn geen argumenten
in de liefde geen bewijzen
ik zou je kunnen vragen
om nooit van me weg te gaan
je zou een antwoord kunnen geven
een teken dat ik moet ontcijferen
soms lachen wij en zijn onszelf
zo leven wij en zoeken
diep in elkaar naar een plek
waar wij het liefste zijn
een ogenblik een dag

daarna weer en dieper
zoals eenden naar de bodem duiken
en het is nooit genoeg


©
Miriam Van hee



Uit: Miriam Van hee Reisgeld, Amsterdam, De Bezige Bij, 1992

maandag 24 augustus 2009

Herfst


REEËN



ik vroeg of je nog van me hield
en je zweeg lange tijd
tot je 'kijk', zei, 'beneden'

daar stonden in langzaam
en laaghangend licht
twee reeën een ogenblik stil,
toen vluchtten zij snel en gewichtloos
het struikgewas in

hier en daar werden bladeren geel
dat was wat je daarna zou zeggen
'september, de herfst komt er aan'


© Miriam Van hee


Uit: Miriam Van hee De bramenpluk, Amsterdam, De Bezige Bij, 2002

maandag 1 juni 2009

Jongensachtig



LE MISTRAL


welke naam de wind ook heeft
hij is mannelijk in alle talen
of liever jongensachtig
overal blaast hij jurken bol
rukt hij aan wasgoed
en slaat verwoed en wispelturig
de bladen om van boeken

en van kranten

waar het niet waait
vallen geen bladeren
en maakt niemand bewegingen
zoals jij nu met je hand
door je haar zo sierlijk
en vergeefs


© Miriam Van hee



Uit: Miriam Van hee De bramenpluk, Amsterdam, Bezige Bij, 2002

vrijdag 27 maart 2009

Teken


LENTE IN DE SCHILDERSSTRAAT




ik zag je aan de overkant
als was je uit een schuilkelder
gekomen: voorzichtig en verbaasd
over het licht dat op de huizen scheen
je had je lange winterjas nog aan
ik had een teken kunnen geven
ik had je vragen kunnen stellen
de straat lag tussen ons als water


achter mij zaten moeders in het park
rond het museum, hun kinderen
kregen klappen tot ze huilden
mij heeft de tijd gered,
de afstand, dit gedicht


©
Miriam Van hee


Uit: Miriam Van Hee Het verband tussen de dagen Amsterdam, De Bezige Bij, 1998