Het heeft mij behaagd mij reeds vroeg te begeven naar wat toevallig mijn werk is. Om vijf uur behaagde het mij het diner te gebruiken in wat toevallig mijn huis is. Daarna behaagde het mij behagen te scheppen in wie toevallig mijn vrouw is. Tenslotte behaagde het mij 's nachts zeer wel te rusten. Het heeft mij behaagd dit te hebben gezegd.