Posts tonen met het label Frans Budé. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frans Budé. Alle posts tonen

zondag 28 oktober 2012

Voor morgen




Ik gluur
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots zingt
alles vandaag.

Niets is grijs,
de wolken
die kruipen
zijn voor
morgen, klaren
vanzelf op.


© Frans Budé








Stadsgedicht van Frans Budé in het Mestreechs - boven kapsalon in Maastricht, op de gevel van hoekpand O.L.Vrouweplein/Achter de Comedie









zondag 13 november 2011

Dorst & onvindbaar


Het bestaat dus echt: verward, verloren

een café binnenlopen, namen opzeggen,
een vrouw zijn dorst aanbieden,
daarna zich onvindbaar maken.

Fluisteren buren in het hotel
dat er nergens oorlog, nergens echtbreuk,
alleen maar liefde is, niemand weet hoelang.

Aan beide zijden van de straat het licht
toereikend, zolang nog niet gedoofd,
rolt zich uit, catwalk voor de nacht.

Een zuchtje wind, de lucht klaart zacht,

tilt omhoog de stad.


© Frans Budé 


Uit: Frans Budé Bestendig verblijf, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

woensdag 1 juni 2011

De dagen aan tafel


L’ISLE-SUR-LA-SORGUE





Kijken we naar de rivier, de brug komt later,
het hoge, okergele huis, de sliertige rook
die verwaait boven het kalme water,
talmende vissers bij strakgespannen draden.


Ook is er de sluwe reiger, zijn lege blik
naar onbekende vertes, hij verdwijnt voorbij
de stad waar de rivier het water haalt,
blauwe luchten schept, glimmende vissen


voor het uitgezette net. En thuis,
de dagen aan tafel, verplaatsen we ons
in gedachten, ontdekken vogels en moerassen,
verscholen in de coulissen van de nacht.




© Frans Budé


Nieuwe poëzie, gedicht van Frans Budé in: De Brakke Hond, Vlaams letterentijdschrift, voorjaar 2011

vrijdag 11 maart 2011

Aanbod





Fragment uit de afdeling "Stad" van Frans Budé in zijn bundel Bestendig Verblijf (Amsterdam, 2009).
In handschrift van de dichter, ten behoeve van www.Schrijfversinfo.nl

dinsdag 4 januari 2011

Zout dragen


ZODRA DE DOOD




Hij heeft ’s nachts staan wachten, takken
vertrapt, schimmelige bladeren op het pad.
Daar leeft hij voor, in volle lengte luisterend
aan een raam, aandachtig geritsel, behaaglijk
voor de juiste stap. Niet meteen een dans,

maar toch in minder dan geen tijd
zijn rinkelende spoor waar hij
op zachte zolen door openstaande deuren
zijn glimp laat zweven in een hoofd,
net nog niet vergruisd. Waar u ook bent,

zegt hij, het kreunen van de wind drijft u terug,
blaast u voort, krijtwit, bloot – en niemand
die uw voeten kust dan ik, ijskoud

zal ik u omsluiten, uw naam wissen, zout
naar uw slapen dragen, slijk op uw wangen,
en met u rondgaan, verder dan u dacht.



© Frans Budé



Uit: Frans Budé Blauwe rijst, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

woensdag 22 december 2010

Alles nog


TREINREIS





Te wachten op de trein, uiterst moeizaam
over de grijze brug, een gele bloem springt
open, helder in een draai, en valt niet om.

De bloei is een begin, de trein loopt prachtig
binnen, is een engel, strijkt langs de perrons.
Om niet te verdwalen stappen we in, jij,

bedachtzaam, tilt je koffers, probeert opnieuw
een brede lach. En staart. Breekt het landschap in,
regen slaat het raam, rechts een huis gegeseld –

zag je dat, een tuinschuur klapte open, er golven
hagen op de wind. Onvermoeibaar kuiert
de landweg, wegen binnendoor, staat

onverwacht een ladder, glimmend, hemelhoog.
Scheert een flits van een signaal – dat er iets is,
langzaam voortduurt, en alles nog te gaan.



© Frans Budé



Uit: Frans Budé De trein loopt prachtig binnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2003

dinsdag 7 december 2010

Opgemetseld




BRIEF AAN DE MUIS IN MIJN HUIS





Sluw getrippel en weer terug,
ademteugjes drijven op de avondwind,
tuimelen bij herhaling binnen.

Wie sluipt hier in het donker rond,
schokkend door de nacht, jakkert

door mijn hoofd? Lenig ben je, mijn stem
houdt jou niet tegen op je kronkelpad.
Je haren onder hoogspanning, plooitjeshuid.

Waarom niet onzichtbaar in de tuin gebleven,
dromend van kleinigheden
waarboven de hemel zich spant?

Bevend van aandrang heb je mijn huis verkozen
- er is geen heen hier, muren heb ik
opgemetseld, geen uitzicht dan mettertijd de dood
achter het witte pleisterwerk, al stel ik die nog uit.

Tot hier dus en niet verder.
Laten we dít weten van elkaar,
nu het weer stil is op de vloer,
jij elders rondspookt,
een tijdspanne opgejaagd door eerzucht
en verlangen: wat zoek je toch
tussen de vlokken onder mijn bed -
je veile tanden in mijn veters, leren zolen,

noem dat maar pret, als je langs de afgrond loopt,
de klem vanzelf sluit. Iets in je hoofd
stelt vast: verman je, het is uit.
Dit ten afscheid - hoezeer het me spijt.



© Frans Budé



Uit: Frans Budé Bestendig verblijf, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

zondag 7 november 2010

Onbetreden


JUNI 1673 / JUNI 2003




Wat onbetreden is, ons aangereikt, een graf
verbeeldt - kinderen bouwen er een hut,
languit gestrekt, op paardendekens zuigen ze

zich vol, meibloementhee, dropwaterschuim.
En iedereen op weg, de post reikt brieven aan,
de gemeente veegt de straat, of dit nu vrede is

wil men horen. Verwonderd lopen de dagen,
knarst de schommel, de tuin vol vragen.
Wind neemt plaats tussen de kinderschaar.

Er wordt geroepen, luid geklapperd, slordig
zakt een speelgoedtent langzaam in elkaar.


© Frans Budé


Uit de cyclus Een Huis In De Grond, in:
Frans Budé Blauwe rijst, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

In de tuin van zijn huis in het Jekerdal trof de dichter in de jaren zeventig menselijk skeletmateriaal aan. Onderzoek na de vondst wees op Franse soldaten die gesneuveld waren in juni 1673, tijdens het beleg van Maastricht door de Zonnekoning (Louis XIV).

zondag 18 juli 2010

Bewaking



Heden is gebleken men heeft mij in de war

gekregen, geen plaats mij aan het raam, meters
van het kerkhof uitgeklapt mijn kermisbed.

Hoe in schemerduister geen klok meer slaat,
een wormpje aan mijn deurkast klopt en vindt
wat hier geschiedt. Over dokters nooit te klagen,
ook geen kamerhuur, ze treden binnen, zeggen:

'U laat u bewaken, daarom geen bezoek vandaag.

Schrijf een brief dat men u komt halen.'


© FRANS BUDÉ


Uit de afdeling Opname, in:
Frans Budé Bestendig verblijf, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

maandag 24 mei 2010

Aankomst



OEVER





De aanzet tot het niet-zijn. Straks
geen kleren meer als men meereist
met de sterren boven het ijs de over-


zijde tegemoet, de allerverste winter in
waarin men aanlegt naast een veld
van sneeuw. Het helder wordend
licht dat invliegt, dat men spelt,


onafgebroken lezend in de palm
van zijn hand. Men verstaat wat wij
wilden toen nog geen ruis van overkant
de schelp streelde, het woord niet ving


dat zong: Oever! Aankomst! Weelde!


© Frans Budé


Uit: Frans Budé In Remersdaal, Amsterdam, Meulenhoff, 1997. 


Ook opgenomen in Lang leve de dood - een bloemlezing in honderd en enige gedichten 
door Gerrit Komrij, Amsterdam, De Bezige Bij, 2003

vrijdag 11 december 2009

Verengoed



VROEGE LENTE


In elke lente vliegt wel eens een vogel
tegen het dichtgeslagen raam. Ik zoek de merel
verloren in het gewas, raap het uit de lucht
gevallen verengoed. Vanwaar die schrik?

De bloesems sterven snel dit jaar, een mol graaft
in de verkeerde hoek de ingedutte wormen weg.
Te vroeg dat ik naar buiten ga, de tuin
ligt onder sluimerzaad. Al te ijl
klimt daar een stengel uit, breekt de dorte
van de straat, vangt het licht dat

als een vreemde komt - smalle schaduw
aan het raam dat langzaam opengaat.


©
Frans Budé


Uit de afdeling Refugium, in:
Frans Budé Blauwe rijst *, Amsterdam, Meulenhoff, 2009



* Aantekening van de dichter bij het titelvers op pag. 13 in de cyclus Routekaart / Briefing:

'Blauwe rijst' ook wel 'blauwe hap'genoemd. In een persbericht over Nederlandse militairen op missie in Irak werd vermeld dat veel soldaten dit gerecht (Indische maaltijd, traditioneel op woensdag) hoog op hun culinaire verlanglijstje hadden staan.

woensdag 20 mei 2009

Woorden om te stelpen



AANBLIK


Het oog ziet soms te veel: een mond
loopt weg, een hand raakt niet gevuld.
Zo breed de angst die opspringt
in het lijf, dat wat doet en weg-

haalt. Men schiet nabij, draagt
woorden toe als om te stelpen de vloed
die kronkelt in het stille hoofd.

Horen dat er wolken zoemen, een zucht
omhoog klimt, het raam nog open
want zomerdag - weten hoe
de huid weer plots zo glad.


© Frans Budé


Uit: Frans Budé Alles gaande, Amsterdam, Meulenhoff, 2001

dinsdag 31 maart 2009

Vliegers




LANGS DE HIGHWAY



Als ik je nu de oceaan liet zien, verdwaald
en buiten adem, één groot geratel.
Sommigen erlangs in dunne kleren,
geliefden, glimmend, argeloos

in de ijle lucht een weg op die zij kennen.
En keren terug naar het ogenblik,
de vrouwen boven de sturen - alles wat
zich afspeelt, het hele leven door, have en
goed één richting uit, godvergeten oorden.

Ergens laat men vliegers op, vraag mij niet,
wit en groen - het gaat om de belofte,
de milde bries die tot uitzien dwingt.

© Frans Budé


Uit: Frans Budé De trein loopt prachtig binnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2003

maandag 9 februari 2009

Sappelen om niets




DE BADKAMER



Sta ik hier te sterven tot zelfs de druppels,
ook de tranen ruim en beeldschoon vallen.
Te sappelen om niets, geen zwarte kleren aan,
niet eens pijn. En woon met anderen,
heb ik vannacht gedroomd. De kamer

laat ik dicht vandaag, alleen jij, je hand

op mijn schedel, zolang je wilt heel even
strelen. En loopt het bad over, acht uur
's ochtends - de damp, de geur, de honing,
zoveel trager dan geweest.


© Frans Budé


Uit: Frans Budé De trein loopt prachtig binnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2003

donderdag 29 januari 2009

Iets onverstaanbaars


Edward Hopper in 1947 na het voltooien
van 'Pennsylvania Cοal Town':


De omtrek van een tuin, boom
aan het waaien in slinkend zomerlicht.

Het is laat geworden, rοlluiken klateren,
geen toegang tot een sleutelgat waar eerst

een huis, welgevallig, plots angstvallig leeg.
Dit is een straat, van buiten naar binnen

gekeerd, iemands stem roept iets
onverstaanbaars, speelt op, twijfelt,

verwacht een antwoord. Misschien een kus
die niet verraadt, οf anders een gedachte,

nee geen droom, een hand die afdaalt,
langzaam de hoofden tegen elkaar, en buiten

verzint de aarde een nieuwe geur, schrikt,
ondeelbaar ogenblik, een hond zich dood.


© Frans Budé




in: Ouverture Maastricht, gedichten in het Engels en Nederlands (red. Hans van de Waarsenburg), Maastricht International Poetry Nights Series i.s.m. Verlag Ralf Liebe, 2008



Edward Hopper, uit dezelfde schilderijenreeks: Dawn in Pennsylvania - met dank aan Art.com

maandag 16 juni 2008

Hoor het wiel


Veerhuis, Neer


Hoor het ratelen van het wiel –

waar is de veerman nu, de stoom
die uit zijn kleren dampt, zijn lijk-
bleek aangezicht? Zo haastig
is de vraag niet: er wacht een

stroom daar, geen gladgestreken water

Het licht dat staat valt later
drijft van angst naar schroom


© Frans Budé

Uit: Hans Berghuis / Frans Budé De Maas en andere sproken. Maastricht, Het Gonst, 1990.
Beide dichters volgden voor deze publicatie de loop van de rivier de Maas.
Bibliofiele uitgave in cassette, zes exemplaren van de oplage van in totaal 100 stuks - gebrocheerd resp. in gebonden linnen met stofomslag - werden van schilderingen voorzien door Frans Budé.