Posts tonen met het label Mahmoud Darwish. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mahmoud Darwish. Alle posts tonen
dinsdag 2 augustus 2011
Snaar
VERSLAG VAN EEN KWELLING
Ik wil je nog zeggen dat ik verzwijgen moest:
Schaduw op het balkon houdt de maan gevangen.
Het land waar ik woon is een slachthuis,
waarin ik al tokkelend zelf een darmsnaar werd.
© Mahmoud Darwish
fragm. uit: Mahmoud Darwish Mijn bedroefde stad - Palestijnse gedichten, vertaling Ed & Wam de Moor. Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2003
maandag 11 juli 2011
Twee talen
Mijn moeder telde van ver mijn vingers en mijn tenen
kamde mij met haar gouden lokken en zocht
in mijn ondergoed naar vreemde vrouwen
Zij stopte mijn sokken. Ik ben niet door haar opgevoed
zoals wij wilden. Wij namen afscheid bij de marmergroeve
Wolken wuifden naar ons en naar de geiten
die na ons kwamen. De ballingschap gaf ons twee talen
De spreektaal die een duif begrijpt en onthoudt
en de schrijftaal om schaduwen aan schaduwen te verklaren
© Mahmoud Darwish
Gedicht van Mahmoud Darwish (1941-2008, Palestina) - vertaling Kees Nijland en Assad Jaber - in:
Half engel half mens - 100 moedergedichten uit de wereldliteratuur, bijeengebracht door
Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, bloemlezing. Tielt (B.), Lannoo, 2010.
Ook in: Waarom heb je het paard alleen gelaten Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009
Labels:
dichterswit,
Koen Stassijns,
Mahmoud Darwish
woensdag 18 november 2009
Zaal van het verleden
GETUIGENIS VAN BERTOLT BRECHT (1967)
VOOR EEN MILITAIRE RECHTBANK
Mijnheer de rechter
Ik ben geen soldaat
Wat willen jullie van mij
Wat de rechtbank zegt, heeft niets met mij te maken
Het verleden ging snel naar het verleden
zonder een woord van mij te horen
De oorlog ging naar het koffiehuis om uit te rusten
Jouw piloten zijn veilig teruggekomen
De hemel brak in mijn taal, mijnheer
de rechter — en dit is persoonlijk —
maar uw ondergeschikten sleepten blij
mijn hemel met zich mee
Ze keken naar mijn hart, gooiden bananenschillen
in de bron en liepen haastig voor mij uit
Ze zeiden soms: goeden avond
en gingen naar mijn erf in alle rust
Ze sliepen veilig op de wolken van mijn slaap
zeiden mijn eigen woorden
in mijn plaats
tegen mijn venster en tegen de zomer met jasmijngeur
Ze herhaalden mijn droom
in mijn plaats
en huilden met mijn ogen de psalmen van verlangen
Ze zongen net als ik voor vijgen en olijven
en eigenlijk voor iedereen
Ze leefden mijn leven zoals het hun beviel
in mijn plaats
Ze liepen voorzichtig over mijn naam
en ik, mijnheer de rechter, ben hier
gevangen in de zaal van het verleden
De oorlog is voorbij
Uw officieren zijn veilig teruggekomen
en de wijngaarden zijn in mijn taal verspreid, mijnheer
de rechter – en dit is persoonlijk – als
de kerker mij benauwt dan wordt mijn wereld groter
maar uw mannen hebben woedend mijn woorden afgetast
en schreeuwden tegen Achab* en Izebel*:
erf de rijke tuin van Naboth*
Ze zeggen: onze God
en het land van God
is niet voor anderen!
Wat vraagt u, mijnheer de rechter
van een passant tussen passanten
in een land waarin de beul verlangt
dat de veroordeelden zijn eretekens prijzen
Het is tijd dat ik schreeuw
en dat ik de sluier van mijn stem laat vallen
Dit is een kerker, mijnheer de rechter, geen rechtbank
Ik ben de getuige en de rechter
u bent de beschuldigde partij
sta op en ga weg: u bent vrij
gevangen rechter
uw piloten zijn veilig teruggekomen
en de hemel is in mijn eerste taal gebroken
– en dit is persoonlijk – opdat
onze doden veilig naar ons terugkomen.
© Mahmoud Darwish

- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten.
Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
* Achab, Izebel en Naboth: zie Oude Testament, I Koningen, 17-22.
Bertolt Brecht (r.)
Labels:
Bertolt Brecht,
dichterswit,
Mahmoud Darwish
vrijdag 4 september 2009
Waar je bent en hoe je kwam
DE ENE REIZIGER ZEI TEGEN DE ANDERE
WIJ KOMEN NIET TERUG ZOALS
Ik ken de woestijn niet
maar aan haar randen grοeide ik in woorden
die woorden zeiden en ging
als een verstoten vrouw, als haar gebroken echtgenoot
Ik οnthield niets dan het ritme
dat ik hoorde
en volgde
en ophief als een duif
op weg naar de hemel
van mijn lied
Ik ben een kind van de Syrische kust
waar ik woon als punt van vertrek οf verblijf
tussen zeevolk
maar de luchtspiegeling bindt mij in het oosten
aan oude bedoeïenen
Ik drenk de mooie paarden
en voel de klop van het alfabet in de echo
Ik kom terug als een venster naar twee kanten
Ik vergeet wie ik ben
οm een menigte in één persoon te zijn, tijdgenoot
van gezang van vreemde zeelui onder mijn venster
een brief van soldaten aan hun familie
Wij komen niet terug zoals wij gingen
Wij komen niet terug, ook niet af en toe
Ik ken de woestijn niet
al bezocht ik die vaak in gedachten
In de woestijn zei de verborgene tegen mij
Schrijf
Ik zei: in de luchtspiegeling is een ander schrift
Hij zei: schrijf, opdat de luchtspiegeling groen wordt
Ik zei: ik mis verborgenheid
en ik zei: ik heb de woorden nοg niet geleerd
Hij zei tegen mij: schrijf οm ze te kennen
en te weten waar je was en waar je bent
en hoe je kwam, en wie je morgen bent
Leg je naam in mijn hand en schrijf
οm te weten wie ik ben, en ga als wolken
de ruimte in
En ik schreef wie zijn verhaal schrijft, erft
de wereld van het woord en bezit de betekenis
Ik ken de woestijn niet
maar neem afscheid: dag
stam ten oosten van mijn lied: dag
familie van wie velen door het zwaard vergingen: dag
zoon van mijn moeder onder zijn palm: dag
mοe'allaqa die onze planeten kenden: dag
volkeren die voorbijgaan als een herinnering: dag
begroeting van mij tussen twee gedichten
Een gedicht werd geschreven
en een andere dichter was verliefd gestorven
Ben ik ik
Ben ik daar οf hier
In elk 'jij' ben ik
Ik ben jij, de aangesprokene. Het is geen verbanning
jij te zijn. Het is geen verbanning
dat mijn ik jij is en geen verbanning
dat zee en woestijn
het lied zijn van een reiziger voor een reiziger
Ik kοm niet terug zoals ik ging
Ik kοm niet terug, ook niet af en toe
© Mahmoud Darwish
- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
donderdag 27 augustus 2009
Vrouw die zich opmaakt
IK HEB EEN WOLK IN MIJN HAND
Zij zadelden de paarden
zonder te weten waarom
Zij zadelden de paarden in het dal
Alles was klaar voor zijn geboorte: een berg
voorouderlijk basilicum keek naar het Oosten
en het Westen. Een olijfboom
vlak bij een olijfboom in de Koran, tilde het taaldak op
azuurblauwe rook maakte de dag klaar voor een vraag
die alleen God aanging. Maart is een verwend kind
onder de maanden. Maart weeft katoen op amandelbomen
en geeft een maaltje kaasjeskruid op het kerkplein
Maart is de plaats voor een zwaluwavond
en voor een vrouw die zich opmaakt
οm in de woestijn te schreeuwen... en zich uitstrekt
in een eik
Nu wordt een kind geboren
en zijn kreet
woont in de kieren
Wij namen afscheid op de trap. Ze zeiden
dat mijn kreet te voorzichtig was geweest
voor gedachteloze planten
dat in mijn kreet regen was
Heb ik mijn broers en zusters iets misdaan
toen ik zei dat ik voor het huis
engelen met wolven had zien spelen
Ik herinner mij
hun namen niet en ook niet
hoe zij spraken - hoe moeiteloos zij vlogen
Mijn vrienden spreidden 's avonds hun vleugels en lieten
geen sporen na. Zal ik mijn moeder zeggen
dat ik andere broers en zusters heb
die een maan op mijn balkon leggen
en een mantel van kamille weven met hun naalden
Zij zadelden de paarden
zonder te weten waarom
Zij zadelden de paarden
tegen het einde van de nacht
Zeven aren zijn genoeg voor een zomertafel
Ik heb zeven aren en in elke aar
laat de akker een graanveld groeien
Mijn vader haalt water uit zijn put, zegt
droog niet ορ. Hij pakt mijn hand
om te zien hoe ik groei als postelein
Ik loop oρ de rand: ik heb twee manen
één hoog boven mij
en één zwemt in het water... ik heb twee manen
net als eerdere manen, zeker van hun gelijk
Wetten... ze hebben ijzeren zwaarden
tot ploegen gesmeed
Het zwaard zal niet goedmaken wat
de zomer bedierf, zeiden ze. Ze baden
lang, zongen lofzangen op de natuur
en zadelden de paarden
om een paardendans te dansen
in de zilvernacht
De wolk in mijn hand deed pijn
Van de aarde wil ik niet meer dan
deze aarde: de geur van kardemom en stro
tussen mijn vader en het paard
De wolk in mijn hand deed pijn
maar ik wil van de zon
niet meer dan een sinaasappelpit en
goud dat vloeit uit de oproep tot gebed
Zij zadelden de paarden
zonder te weten waarom
Zij zadelden de paarden
tegen het einde van de nacht en wachtten
tot een schim uit de spleten kwam
© Mahmoud Darwish
- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
maandag 17 augustus 2009
Wat heb je met onze klei gedaan?
DE ZIGEUNERIN HEEFT EEN GEOEFENDE HEMEL
Je hebt de lucht ziek achtergelaten in de moerbeiboom
maar ik
ik zal naar zee lopen om te ademen
Waarom deed je wat je ons hebt aangedaan, zigeunerin
Waarom had je er genoeg van
om te wonen in een wijk van lelietjes-van-dalen
Wij hebben zoveel goud als je maar wenst en onbezonnen
bloed in het nageslacht. Verpulver met je voeten
de icoon van het heelal en de vogels komen aangevlogen
Er zijn engelen en een afgerichte hemel
Doe wat je wilt! Breek harten als een notenkraker
en paardenbloed gaat stromen
Er is geen land voor jouw haren
geen woning voor de wind
geen dak voor mij in de Plejaden van jouw borst
Om de lachende seringen
rond jouw nacht loop ik het haartjespad
alleen. Alsof jij jezelf
hebt gemaakt, zigeunervrouw
Wat heb jij na dat jaar met onze klei gedaan
Jij kleedt je met de streek alsof je
snel een vuurbroek aanschiet
De aarde heeft geen ander werk voor jou
dan kijken wat bij weggaan hoort: enkelringen
voor het water. Een gitaar voor de lucht
Een fluit opdat India verder gaat
Ζigeunerin, laat ons niet achter zoals
een leger droeve sporen achterlaat
Toen jij in het gebied van de zwaluw neerstreek bij ons
hebben wij, onderdanig
onze deur voor de eeuwigheid geopend
Jouw tent is een gitaar voor zwervers
Wij kwamen en dansten tot de bloedrode
zon op jouw voeten scheen. Jouw tent
is een gitaar voor de paarden van de rovers van weleer
die tot legenden werden
Als zij een snaar bewoog, raakte haar Djinn ons aan
en kwamen wij in een andere tijd
Wij braken in haar ritme onze kruiken
één voor één
Wij waren niet goed of slecht zoals men zegt
Met tien vingers bepaalde zij neuriënd ons lot
De duiven droegen haar als een wolk uit onze dromen
Zal zij morgen terugkomen? Nee. Zij zeggen dat
de zigeunerin niet komt. Ζij trekt niet tweemaal
door een land. Wie zal de paarden
naar haar mensen brengen?
Wie zal na haar het zilver laten blinken?
Mahmoud Darwish
- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
vrijdag 14 augustus 2009
Hang mijn dromen aan de kast
DE ZEVEN DAGEN VAN DE LIEFDE
- twee fragmenten -
(...)
Woensdag: Namis
Vijf en twintig vrouwen is haar leeftijd. Zij werd geboren
zoals zij wilde. Zij loopt rond haar spiegelbeeld
alsof zij in het water iemand anders is: mij ontbreekt
een avond om in mijzelf te rennen en mij ontbreekt
de liefde om boven de toren uit te springen. Zij stapt weg
van haar schaduw om de bliksem voorbij te laten gaan
zoals een vreemdeling voorbijgaat in zijn gedicht
(...)
Vrijdag: Een nieuwe winter
Als je ver weg bent, hang mijn dromen
aan de kast als herinnering aan jou of mij
Er zal een nieuwe winter komen en ik zal
twee duiven op de stoel zien. Dan zie ik
wat je met de kokosnoot deed: uit mijn taal
is melk over een ander kleed gevloeid
Als je weg bent, neem de winter!
© Mahmoud Darwish
- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
Oorspr. titel Limâdhâ Tarakta al-Hisân Wahîdan (Beirut, 1995).
Mahmoud Darwish (1942-2008, Palestina) is een van de belangrijkste hedendaagse dichters uit het Arabisch taalgebied. Zijn poëzie is verschenen in meer dan dertig talen. In Nederland is hij vooral bekend door zijn optredens als gastdichter tijdens het Poetry International-festival in 1972 en 1986. 'Waarom heb je het paard alleen gelaten' wordt gezien als een collectieve herinnering van het Palestijnse volk aan wat dat sinds 1917 overkomen is. De dichtbundel wordt door velen beschouwd als hoogtepunt van het werk van Darwish.
De latere Stem van Palestina, geboren in Al Birwa (Galilea), moest in 1948 als zesjarig kind met ouders en familie naar Libanon vluchten toen hun dorp werd vernietigd tijdens de Arabisch-Israelische oorlog. In Haifa, waar hij later lange tijd woonde, sloot hij zich oorspronkelijk aan bij Rakah, de Israelische communistische partij. Darwish werd herhaaldelijk gearresteerd en gevangen genomen omdat hij zijn woonplaats zonder toestemming had verlaten en uiteindelijk werd hem ook zijn Israelische nationaliteit ontnomen.
Uit de dichtbundel Staat van beleg (Hâlat Hisâr ) is dit bekende fragment van hem afkomstig:
Hier, tussen de glooiende heuvels, bij zonsondergang
staan we voor de afgrond van de tijd,
bij boomgaarden die van hun schaduw werden beroofd
en doen we wat gevangenen doen,
doen we wat werklozen doen:
we koesteren hoop.
[Breda, De Geus, 2009 – met vertalingen van Ward Vloeberghs, John Nawas en Tine de Betue]
Mahmoud Darwish ontving diverse internationale onderscheidingen, in Nederland kreeg hij in 2004 voor zijn literaire verdiensten de Prins Claus prijs.
Hij overleed vorig jaar op 66-jarige leeftijd in Houston, Texas.
Na drie dagen van nationale rouw, afgekondigd door de Palestijnse president Mahmoud Abbas, werd Darwish op 13 augustus 2008 door een stoet van duizenden mensen begraven in Ramallah.
donderdag 16 juli 2009
Ander adres
LESSEN VAN EEN PARADIJSMAAGD
Ik dacht aan weggaan toen een goudvink op haar hand neerstreek
en sliep. Omdat ik even met een wijntak
speelde, wist zij dat mijn glas was volgeschonken
Omdat ik vroeg ging slapen, zag zij duidelijk
mijn droom die zij die nacht bewaakte
Een brief van mij liet haar weten
dat mijn adres in de gevangenissenstraat veranderd was
en dat zij de spil was van mijn dagen
Mahmoud Darwish
- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish (1942-2008) Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009
vrijdag 12 juni 2009
Vreemde vrouwen
Mijn moeder telde van ver mijn vingers en mijn tenen
kamde mij met haar gouden lokken en zocht
in mijn ondergoed naar vreemde vrouwen
Zij stopte mijn sokken. Ik ben niet door haar opgevoed
zoals wij wilden. Wij namen afscheid bij de marmergroeve
Wolken wuifden naar ons en naar de geiten
die na ons kwamen. De ballingschap gaf ons twee talen
De spreektaal die een duif begrijpt en onthoudt
en de schrijftaal om schaduwen aan schaduwen te verklaren
*
Ik leef nog steeds in jouw wereldzee. Jij zei niet tegen mij
wat een moeder haar zieke kind zegt, toen
de koperen maan op de bedoeïnentent me ziek maakte
Herinner jij je onze tocht naar Libanon, waar je mij
en de zak brood vergat
Ik schreeuwde niet om de soldaten niet te wekken
Dauwgeur zette mij op je schouders, jij hinde die daar
haar leger en haar bok verloor
*
Er was geen tijd voor lieve woorden
Je hebt de hele middag basilicum gemengd
en hanekam gebakken voor de summak*
Ik weet wat jouw doorpriemde hart brak
toen je opnieuw uit het paradijs verdreven werd
Onze wereld is anders, onze stemmen klinken anders
en onze groet valt geluidloos als een knoop
in zand. Zeg: goede morgen
Zeg iets tegen mij als lief gebaar
© Mahmoud Darwish
* Summak = specerij die wordt gewonnen uit de bessen van de summakboom
Fragmenten II, III en IV uit de cyclus Lessen Van Een Paradijsmaagd, in:
Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten, vert. Kees Nijland en Asad Jaber.
Oorspr. titel Limâdhâ Tarakta al-Hisân Wahîdan (Beirut, 1995).
Maassluis, Uitg. de Brouwerij, juni 2009.
Mahmoud Darwish (1942-2008) wordt beschouwd als een van de belangrijkste Arabische dichters van deze tijd. Zijn werk is in meer dan dertig talen uitgegeven, maar tot nog toe zijn weinig van zijn gedichten in het Nederlands verschenen.

Op zaterdag 13 juni as. wordt in samenwerking met Poetry International de Nederlandse vertaling van Darwish’ dichtbundel ‘Waarom heb je het paard alleen gelaten’ ten doop gehouden.
Dat gebeurt samen met een grote kunstveiling in het Centrum Beeldende Kunst (CBK) aan de Rotterdamse Nieuwe Binnenweg.
De vertalers van de bundel Kees Nijland en Asad Jaber houden een inleiding en dragen tweetalig uit de bundel voor. Van 13.00 tot 16.00 uur vieren bekende Nederlandse en internationale dichters de publicatie van het boek met voordrachten in het Arabisch, Engels en Nederlands door onder anderen Mourid Barghouti, Dunya Mikhail, Matthew Sweeney, Luke Davies, Salah Hassan, Rien Vroegindeweij, Jana Beranová, Menno Smit, Marco Nijmeijer en Anne Borsboom.
Abonneren op:
Posts (Atom)