Posts tonen met het label Jotie T'Hooft. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jotie T'Hooft. Alle posts tonen
woensdag 1 december 2010
Wind
ZUIVER
Zuiver komt de avond af, liefste
en ruikt naar wind gelijk uw haar,
uw lippen als ge lacht.
Een wolk schuift tegen de bleke hemel
voorbij, mijn hand
over het zachte vel van uw hand.
© Jotie T'Hooft
Uit: Jotie T'Hooft Verzamelde gedichten, Amsterdam/Brussel, Elsevier-Manteau, 1981
vrijdag 25 juni 2010
Toren
SCHULDBEKENTENIS
Ja, ik geef het toe, ik beken het openlijk:
mijn lichaam was altijd een toren zonder uitkijk.
Ik heb hem steen voor steen in folianten gepend
ik heb mij geplooid naar de tijd en de trend.
De stenen die ik uit de wand verwijderd heb
zijn de woorden waar ik dit gedicht mee schep:
ik kijk naar de wereld waarin gij woont
en al zie ik onscherp en ben ik vreselijk stoned
er is iets dat mij niet ontgaan kan
mijn toren is gebouwd in mijn eigen toren.
Ik weerhield mijn lijf niet in de groei tot man
maar ik zaag geduldig aan de pijlers die mij schoren.
Het lijkt niet erg duidelijk misschien
mijn keel snoert dicht en mijn tong heb ik gebroken
toen ik spreken leerde. Ik heb niemand ontzien.
Ik ben wereld, in mij is onstuitbaar de doodsbloem
ontloken.
© Jotie T'Hooft
Uit: Jotie T'Hooft Verzamelde gedichten, Amsterdam/Brussel, Elsevier-Manteau, 1981
donderdag 24 december 2009
Harnas
SAMEN
Moeder, gij hebt mij moeizaam uitgespuwd
En van elk jaar de harde striem verdragen
Want mijn waaien was niet gauw geluwd
Ik wou eerst in alle kieren klagen.
In uw hagelwit harnas gemetseld
Zijn wij samen door de tijd verwond
Die ons nimmer wilde dragen
En bittere lijnen kerfde rond de mond:
Of er een vrucht is van dat alles
Vraag ik mij niet langer af,
Maar ik probeer u te benaderen,
Nog even, voor het graf.
© Jotie T'Hooft
Uit: Jotie T'Hooft Verzamelde gedichten, Amsterdam/Brussel, Elsevier-Manteau, 1981
zondag 18 oktober 2009
Ogen
LIEFDE EN ELLENDE
Brood van weken oud heb ik geweekt in water
en opgegeten, terwijl de kou aan mijn tenen
knaagde. Met naalden heb ik in mijn bloed
gewoeld en gezocht. En niets gevonden.
Ik heb op straatstenen geslapen met honger
die door niets nog gestild kon worden
leek het wel.
In nachten, nat en donker, was ik alleen
en mijn stem hoorde niemand. Ziektes
hebben mij bezocht in de jaren, ik wou
vluchten in de dood.
Maar niets was erger dan nu, ik wou
dat je bij me kwam en in mijn ogen keek.
© Jotie T'Hooft
Uit: Jotie T'Hooft Poezebeest, Brussel, Manteau, 1978
De neo-romanticus Jotie T'Hooft [1956-1977] was - bij leven - auteur van o.a. de dichtbundels Schreeuwlandschap (1975) en Junkieverdriet (1976).
Na eerdere mislukte pogingen pleegde hij door een overdosis cocaïne zelfmoord, op een oktobernacht
in 1977 in een kamertje in Brugge.
In zijn woonhuis nabij Brussel, dat binnenin helemaal zwart geschilderd was, lagen twaalf afscheidsgedichten op de schoorsteenmantel.
Voor zijn zelfmoord zette de verslaafde schrijver het nummer "The End" van The Doors op.
Abonneren op:
Posts (Atom)