Posts tonen met het label Willem Jan Otten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Willem Jan Otten. Alle posts tonen

zaterdag 8 januari 2011

Tissue



Hoe wij in de handpalm neergeschreven zijn,
ik heb het nog niet grondig onderzocht.

Wel schat ik dat het om iets draadloos' gaat.
Zodra het een van ons alhier te gortig wordt,

bijvoorbeeld in de basiliek de diepdemente vrouw
die, met een tissue en een eeuwigheid te laat,

geschilderd bloed poogt weg te vegen van een houten
wreef, dan gloeit van haar, die niets meer weet,

de naam op in de palm van de hand. Die voelt,
vermoedelijk, hoe koel van lieverlee zijn vlees,

hoe weinig zijn presentia reëel nog scheelt
van onderzodenklam en onverrijsbaar zijn,

en weet: dat ik besta is dat zij streelt.


©
Willem Jan Otten


Uit: Willem Jan Otten Op de hoge, Amsterdam, G.A. van Oorschot, 2003

zondag 6 juni 2010

Op zachte voeten

ASYL


Ik zoek een toevlucht in de poes die met
de hond meerent op straat, in alles wat
geen stem heeft en op zachte voeten gaat,
in bomen en in eenden, in wat slaapt.


*


VLUCHTIGE VERHUIZING
(fragment)

Ik ben in beesten opgesomd
om weerklank die op vleugels gaat.
Geen rust is ooit geheel voltooid
dan die niet afziet van de vlucht.



*


Als wat niets om het lijf heeft telt,
ben ik uw man, de handen vol
aan niets.


Chris van Geel



Uit: Chr. J. van Geel Verzamelde gedichten (red. Guus Middag), Amsterdam, Van Oorschot, 1993.


Chr. J. van Geel (1917-1974), van beroep (surrealistisch) beeldend kunstenaar en tekenaar, werd pas op latere leeftijd bekend als dichter. Zijn werk wordt, vooral door zijn eenvoud en beeldspraak, tot het beste van de Nederlandse naoorlogse poëzie gerekend.

Een ander interessant, recent gepubliceerd werk van Van Geel is de bloemlezing Het mooiste leeft in doodsgevaar (keuze en inleiding door Willem Jan Otten - Van Oorschot, 2009).