Posts tonen met het label Antjie Krog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Antjie Krog. Alle posts tonen

woensdag 31 augustus 2011

Haar buik


OCHTENDTHEE

[Oggendtee]



terwijl zij thee zet vloeit iets vreemd
bekends langs de binnenkant van haar dijen. als inkt.
na jaren bloedt ze weer.

ze staat perplex
alsof een hele kersentuin in haar keel
opstaat. geluk sijpelt overal in door. haar lijf

duwt luiken open naar appels
naar koelte wasemend van vogels
krekels en snikhete verten

alsof een kinderlach weer overloopt in bad
ze voelt haar wangen weerloos
worden. innig blozend van een dagelijkse

verwantschap. alsof haar buik jong
en sterk opzwelt om de schoonheid die ze was
haar hals koesterend in zo veel licht

ze draagt de thee naar de veranda
de lucht is koel op dit ochtenduur
de stad ligt erbij als een volgelopen stuwmeer

hij zet zich naast haar neer. rustig roert hij
zijn thee. daar zitten ze dan. met zo veel verleden
zoveel verlies. voor hun houdbaarheidsdatum zo

zeldzaam zorgvuldig ná aan elkaar




© Antjie Krog


- vertaling uit het Zuid-Afrikaans: Robert Dorsman en Jan van der Haar -


Een fraai overzicht van het werk van Antjie Krog [1952, Kroonstad] bevat het tweetalige Kleur komt nooit alleen - met
gedichten in het Zuid-Afrkaans en Nederlands, vertaald door Robert Dorsman  (Amsterdam, Podium, 2002). Voor méér
Zuid-Afrikaans/Nederlands in druk: zie o.a. ook Gerrit Komrij's bloemlezing en vertaling van de gedichten van
Ingrid Jonker [1933-1965] in Ik herhaal je (Amsterdam, Podium, 2000).

- Met dank aan Lyrikline.org

maandag 17 mei 2010

Ondergronds


GROND


οp bevel van mijn voorgeslacht was jij bezit
had ik taal kon ik schrijven want jij was grond mijn grond

maar mij wilde je nοοit
hoe ik me ook uitstrekte οm me neer te leggen
in ruisende blauwe eucalyptusbοmen
in runderen die hun hoorns laten zakken in Diepvlei
rimpelend drinkt het trillende vel aan hun keel
in tafzijden tressen in druipend gom
in doornbomen afgegleden naar de leegten

mij wilde je nooit
mij verduren kon je nooit
keer op keer schudde je me af
duwde je me weg
grond, ik word langzaam naamloos in de mond

nu wordt om je gevochten
wordt bedongen verdeeld verkaveld verkocht verstolen verpand
ik wil ondergronds gaan met je grond
grond die mij niet wilde hebben
grond die nooit aan mij heeft toebehoord

grond die ik vergeefser dan vroeger liefheb


© Antjie Krog


Uit: Antjie Krog Om te kan asemhaal - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman - bloemlezing, Amsterdam, Atlas, 1999

dinsdag 20 januari 2009

Hoe sê mens dit



HOE ZEG JE DAT




Ik weet echt niet hoe ik het zeggen moet
je verwinterde getrimde baard is misschien
te ná, mij voor taal te dichtbij, te kiezelgrijs

ik weet werkelijk niet hoe ik je ouder wordende lijf moet weergeven
zonder de woorden 'verlies' of 'fataal'. Ik heb geen idee
ik weet niet waarom het woord 'rimpels' zo banaal klinkt
ik weet niet hoe ouder worden moet klinken in taal

de irissen van je beruchte blauwe ogen
zijn intussen doordesemd geraakt met groen
maar dan stamelender en inniger - twee

blijvende koelten die mij een leven lang liefhebben
mijn wijsvinger trekt je wenkbrauwen na
waaruit haren groeien als bliksemschichten
gezicht dat ik liefheb: gezicht van verwering

als ik je tegen me aandruk voelen je haren als dons
je hoofdhuid verbaast me om zijn textuur - evenals
de lange groeven die van je oren naar je hals lopen

de mond die geniaal aan mootjes hakte rust nu
geurig tegen mijn slaap genadig als brood
je handen laten mijn borsten als glazen donkere
wijn in hun palmen zinken misschien wil ik wel zeggen

dat ik je dikke buik zo sexy vind
dat een erectie tegen de lichte glooiing
mij het water in de mond doet lopen misschien wil ik

wel zeggen dat ik mij voor de eerste keer
kan overgeven aan je dijen vanwege hun weke
witheid, dat ik het zachte lubberen van je billen
liever heb dan de jonge harde opgefokte geilheid

van vroeger het gaat je bij seks niet meer
om jezelf, maar om mij het gaat
je niet meer om de voortplanting, maar je

wijdt je in alle rust aan mij - in
deze schat aan ervaring strek ik me uit. het is
alsof je dieper in me gaat, ik stiller word, alsof we
in alle heelheid klaarkomen. hoe verzet je

je tegen de gemakkelijke smoes die oud worden botweg
tot metafoor van de dood vermomt? hoe
kom je aan de woordenschat van de ouderdom?


© Antjie Krog



HOE SÊ MENS DIT

ek weet werklik nie hoe om dit te sê nie
jou deurwinterde kortgeknipte baard is dalk
te ná, te téén my vir taal, te grys van grint

ek weet werklik nie hoe om jou ouerwordende lyf te sê
sonder die woorde 'verlies' of 'fataal' nie. ek weet nie
ek weet niet waarom die woord 'plooie' so banaal klink nie
ek weet nie hoe ouerword moet klink in taal nie

die irisse van jou berugte blou oë
het intussen onderhewig geraak aan groen
meer stamelend en innig nou - twee

blywende koeltes wat my 'n lewe lank liefhet
y wysvinger trek jou wenkbroue na
waaruit groeisels soos weerligte knal
gesig wat ek liefhet; gesig van verwering

as ek jou teen my nader trek is jou hare donserig
jou kopvel verras my met sy tekstuur - so ook
die lange kepe wat van jou ore nek af sny

die mond wat so briljant kon klief roer nou
geurig teen my slape genadig soos brood
jou hande laat my borste soos glase donker
wyn in jou palms sink ek dink ek probeer sê

dat ek jou verdikte buik sexy vind
dat 'n ereksie teen die effense ronding
my nat in die mond laat ek dink ek

probeer sê dat ek my vir die eerste keer
kan oorgee aan jou dye vanweë hulle week
witheid, dat ek die sagte losheid van jou boude
verkies bo die jong harde beneukte jagsheid

van vroeër jy gebruik nie meer seks
vir jouself nie, maar vir my uit my
wil jy niet langer voorteel nie, maar jy

maak jouself rustig bekend aan my - in
die weelde van ervaring strek ek my uit. dis
asof jy dieper in my is, ek stiller, asof ons
met groter heelheid kom. hoe verset mens

jou teen die gemaklike uitweg wat oudword bloot
tot metafoor van die dood verstom? hoe en waarmee
verwerf 'n mens die woordeskat van ouderdom


Uit: Antjie Krog Lijfkreet, gedichten. Amsterdam, Podium, 2006.
Oorspr. titel: Verweerskrif, vertaling Robert Dorsman

zaterdag 17 januari 2009

In ruil voor waarheid



LAND VAN GENADE EN VERDRIET
(I)




tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij


zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden


hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons in ligt

© Antjie Krog


Uit: Antjie Krog Kleur komt nooit alleen - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman - Amsterdam, Podium, 2002

zondag 30 november 2008

Het latwerk van een woord



LIEFDESWOORD




liefde is zo'n dun woord
voor wat drieëentwintíg jaar tussen man
en vrouw ligt – dun armzalig woord

kijk hoe weerloos begint de letter l
(zonder de steun van alleen)
kijk hoe ijl klieft de ie
hoe achter het ruisen van l en f
(twee rietstengels snipperend in de wind met i)
hoe moeizaam tand-en-lip door f zijn overgave
terugschakelt naar tand-en-tong
in de dompelende dofdode d
en terugvalt
terugvalt
naar ontronde, onteerde, ontroerde [ə]

lief-[də]
liefde

tussen de ruisende fricatieνen
flikkert geen beschadiging
geen afranseling van dromen
geen bronstig hert in dorre streken
geen dolk begraaft zich in een rug

liefde is zo'n pover woord
voor wat wij hier hebben
wij hijgen door dezelfde strot
wij teren aan dezelfde klier
we bestaan niet apart van elkaar
we schijten samen

en om alles te bekronen
is het latwerk van het woord liefde
geen aanduiding
dat we elkaar tot bloedens toe bevechten
en bevelen en elkaar al bloedende
te gronde verachten en beminnen


© Antjie Krog

Uit: Antjie Krog Kleur komt nooit alleen - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman - Amsterdam, Podium, 2002

dinsdag 1 juli 2008

Waar slaapt mijn liefde vannacht? (ek kan jou nie afleer nie)



zwaar was het nooit
je lichaam is kleur en
overal kom je uit
ik ken je beter dan valstrik οf tafzijde οf touw

ik kan jou niet afleren
als ik je maar steviger kan vasthouden

er wordt een deur opengestoten naar behaaglijke
zon elke keer dat ik je zie

soms word ik moe van het benoemen
van het worstelende zelfgevecht
woedend en tot de dood toe
wordt wat ondergronds is graf

grijp me vast, houd mijn hart vast,
ik kom van jou nοοit lοs
ik wou dat je hier was je hand voor altijd schuin
gedraaid in warm winterweefsel tegen mijn wang
ik ga de kou binnen — alleen
met de dunne blauwe lijn van bergen in de verten
het is vοοrbij, zeg jij ondergronds
waar ik zojuist vandaan kom, terugkom
en een vergeefs landschap bewoon
hier niét
niet hier

boven functiοneer ik niet meer
alles laat mij onverschillig
alles breekt lοs
wat ben ik hier kwijtgeraakt?
wat heb ik hier te zoeken

οp de plek
waar ík altijd afwezig ben?

mijn hart heb ik opgegeven en ik leef alleen nog
in mijn nagels
waar slaapt mijn liefde, mijn liefde vannacht?

intussen is het winter geworden
ik droom hem te gronde in het geraamte van mijn hart
geruggesteund en plotseling paraat
frommel ik hem voetstoots ondergronds
zijn ogen verblauwen als laatste
voor ik de herinnering dichtklap

nοοit heb ik zο liefgehad
als οp het ogenblik dat ik hem verliet



©
ANTJIE KROG



swaar was dit nooit
jou liggaam is kleur
en nérens bly jy terug nie
ek ken jou beter as lokval οf tafsy οf tοu

ek kan jou nie afleer nie
as ek jou net stywer kan vashοu


'n deur word οοpgestοοt na behaaglike son
elke keer as ek jou sien

soms word ek mοeg van naamgee

van die worstelende selfgeveg
woedend en tot die dood toe
word ondergronds graf

gryp my, hou my hart,
ek kom van jou nοοit lοs nie
ek wens jou hier jou hand vir altyd skuinsgedraai

in warm winterweefsel teen my wang
ek gaan die kοue binne — alleen
met die dun blοu lyn van berge in die vertes

dis verby, sê jy ondergronds
van waar ek vandaan terugkom
en 'n vergeefse landskap bewoon
hier nié
nie hier nie

ek funksiοneer nie meer bο nie ek is verby alle οmgee
alles breek lοs
wae het ek verloor hier?
wat soek ek hier

in die plek
waar ek altyd afwezig is?
ek het my hart οpgegee en leef nog net
in my naels

waar slaap my liefde, my liefde vannag?

intussen het dit winter geword
ek droom hom ten gronde in die geraamte van my hart
gerugsteun en plotseling paraat
bondel ek hom voetstoots ondergronds
sy οë verblοu laaste
voor ek die herinnering digklap

nοοit het ek sο liefgehad
as die οοmblik toe ek hom verlaat



Uit: Antjie Krog Kleur komt nooit alleen - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman - Amsterdam, Podium, 2002