Posts tonen met het label Amir Afrassiabi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amir Afrassiabi. Alle posts tonen

woensdag 15 december 2010

Plekje



DE ZONDE


Ik zondigde, een zonde vol plezier
Naast een trillend dronken lichaam
O God, hoe weet ik wat ik deed
In dat schemerige, stille en besloten plekje

In dat schemerige, stille en besloten plekje
Keek ik in zijn geheimzinnige ogen
Mijn hart bonsde in mijn borstkas
Opgewonden door de begerige blikken uit zijn smachtende ogen

In dat schemerige, stille en besloten plekje
Zat ik verward naast hem
Toen zijn lippen lust in mijn lippen goten
Vergat ik het verdriet van mijn onrustige hart

Ik fluisterde liefdeswoorden in zijn oor:
Ik wil je, o maat van mijn ziel!
Ik wil je, o leven gevende boezem!
Ik wil je, o krankzinnige minnaar!

De lust vlamde in zijn ogen
De rode wijn danste in de kelk
Mijn lichaam trilde dronken op zijn borst
In de zachtheid van dat donzige bed

Ik zondigde, een zonde vol plezier
In een boezem, warm en vurig
O God, hoe kan ik weten wat ik deed
In dat schemerige, stille en besloten plekje


© Forugh Farrokhzâd


Uit: Forugh Farrokhzâd Mijn minnaar - uit het farsi vertaald door Amir Afrassiabi.
Breda, De Geus, 2007

maandag 16 februari 2009

Alles smelt



NOOD



Moeder had een bevroren god
in haar geërfde ijskast,
bewaarde hem daar
voor de dagen van nood,
de snikhete zomerdagen.
Wie zomaar van hem at, wachtte
vreselijke straf. Het was
aangrijpend te horen hoe Vader
hem in zijn vloeken ontzag:
Nu is het tijd, de hoogste tijd,
de tijd van nood is aangebroken hier.
Het is snikheet. Het is zo warm geworden,
alles smelt. Ook
de ijskast.


© Amir Afrassiabi


Uit: Voetsporen, nieuw werk van zes dichters. Met een introductie door Remco Ekkers en Astrid Roemer. Rotterdam, Dunya, 2000.

A. Afrassiabi (1934, Isfahan, Iran) woont sinds 1986 in Nederland. In Teheran was hij architect. Hij heeft vier dichtbundels (in het Perzisch) op zijn naam staan. In 2005 verscheen bij uitgeverij Bornmeer zijn eerste volledige bundel gedichten in het Nederlands, Ballingschaap.