Posts tonen met het label Anna Enquist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anna Enquist. Alle posts tonen

vrijdag 13 juli 2012

Museum



EEN LIED VOOR DE WASVROUW




In het gunstigste geval lopen de hazen
vandaag langs de wasmand. Of gaat zij
onder massagetafel en kicksenrek de vodden
lezen, de geursporen volgen?


Maakt niet uit, even lief zijn ze haar,
de bange bewoners van het mannenmuseum,
nerveus en snel als kleine knagers. Ze tekenen
glorie en verlies in vlekken, een geschenk,


een geschiedenisboek. Bloed is het minste.
Zij vernielt het krijgskundig relict achteloos
en plichtmatig. Zij strijdt nooit. Geen moeite lieverd,
geef maar. Verdrinking, vuur, hete lucht.


Zorgvuldig vouwt ze haar prooi. Wanneer
geeft ze op? Als fluweel, met die nieuwe
wasverzachter. Als nieuw. Als verse sneeuw.



© Anna Enquist



Uit: Anna Enquist Nieuws van nergens Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2010

dinsdag 27 maart 2012

Liggend in het gras: Stadion Feijenoord (1937-2012)

75jaar_feijenoord-Stadion

Vers voor een jarige: vandaag wordt Stadion Feijenoord, in de volksmond De Kuip, 75 jaar. Het volgens deskundigen "mooiste stadion van Nederland"  is nog als werkverschaffingsproject aangelegd tijdens de crisisjaren. De roemruchte voetbaltempel in Rotterdam-Zuid werd op 27 maart 1937 officieel geopend. Bouwer en architect Leendert van der Vlugt maakte de feestelijkheden niet meer mee, hij overleed in 1936.






ALS




Als ze winnen zullen ze elkaar omhelzen
liggend in het gras, zingen ze liedjes
in de bus en gaan ze nog niet naar huis
nog lange niet, want als ze winnen

dekt een feloranje hemel alle wanhoop toe
en wist kwetsuren uit. Gezwellen slinken
en verloren kiezen staan weer gaaf
in het gebit. Wie kaal was krijgt een kop

vol haar. De doden komen terug: de vader
van Dirk Kuyt, de vriend van Engelaar. Als
ze maar winnen danst mijn dochter
door het huis en hangt de vlaggen uit.




© Anna Enquist




Uit: Anna Enquist Nieuws van nergens Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2010.


Psychoanalytica en schrijfster Anna Enquist [Amsterdam, 1945] is Feyenoordfan.
Enquist verloor haar dochter in 2001 toen die op de fiets in het centrum van de hoofdstad werd overreden door een vrachtwagen (zonder dode-hoekspiegel).

woensdag 21 september 2011

Geheugen


SMEEKSCHRIFT




Behoedzaam verschalken wij
het geheugen, voorzichtig
stappen we over haar stilte

(het zoemen van koeling,
het ontbreken van adem,
ja, adem, haar adem, ja)

- geschenk: haar kelige lach
gevormd door weldoorbloede
huig en gonzende kaalholtes.

Aandachtig naderen wij haar
in de rug, kordaat gedachten,
wegduwend aan haar kilte;

Kom, geheugen, doe maar voor
hoe het was toen wij onze hand
op haar arm legden, hoe

onder de koelte van haar huid
de slagaders juichten. Ontsteek
een koorts in haar, voor ons -

Het geheugen niet overvragen.
Blijf op afstand. Laat de blik bijten
in de bolling van haar bovenarm.

Bidden wij dan het geheugen
bij ons te blijven. Het is wat wij
hebben. Zonder haar zijn wij niet.


© Anna Enquist



in: Het Liegend Konijn 1/1, april 2003

zondag 11 september 2011

Kerven


TEGEN DE GROEI




Zij glijden van mijn schoot
de wereld in, met roeiboten,
trompetten. Stuifzand en
hapering. Hun stemmen

schieten weg, lichaam te
groot voor mijn versmalde
arm komt te nabij. Zij worden
te intieme vrienden. Sinds zij

groeiden ga ik op verdoofde
voeten door een grijs en windstil
land. De hete messen van
verlies kerven in elke hand.


© Anna Enquist


Uit: Anna Enquist Soldatenliederen Amsterdam, De Arbeiderspers, 1991

vrijdag 26 augustus 2011

In haar fietstas



ESSENTIE VAN HET MISSEN



Ik mis de linkshandige, schitterend
spiegelbeeld naast mij aan tafel, ik mis

haar tot brakens toe dagelijks. Het is
de kern van gemis, het missen zelf,

zegt men. Dat zal ik, met gestrekte
hals, fijntjes ontkennen. Dat zal ik

schuimbekkend tegenspreken. De tijd
is een ruimte, je bent altijd bij haar,

zegt men. Ik kijk in de lege spiegel.
Geleerde onzin, schandalige troost.

Ze reed weg met mijn goud, mijn geluk
in haar fietstas, hief haar smalle hand

en verdween tussen de weiden. De kern
van gemis laat mij koud, geen wijsgerige

held gaat mij helpen. Ik mis
het vlees, het linkshandige lichaam.



© Anna Enquist


 
Uit: Anna Enquist De tussentijd Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2004

woensdag 10 augustus 2011

Orkaan


NIEUWS VAN NERGENS



Daken schuiven van de huizen, geven
buizen bloot. Geluidloos breken
berken af. In het hart van de orkaan

vertelt zij wat ze ziet, verslaggeefster
van niets. Hulpdiensten, windkracht?
Herkansing in het late nieuws, ze zegt

een slachtoffer met halflang haar,
opstopping, sneeuwalarm.
Haar stem klinkt hoog en bang.

Kijker gaan koffiezetten, klikken door.
Hier dreigt ontslag, dat zie je zo. Maar
tot het zover is staat op een berg,

te dun gekleed, iemand te briesen
in een microfoon, een eindeloze stroom
met nieuws van nergens.


© Anna Enquist


Titelgedicht, uit: Anna Enquist Nieuws van nergens Amsterdam, de Arbeiderspers, 2010

zondag 10 juli 2011

Medailles


PAUZE




De bus moet drinken en stopt
langs de snelweg. Binnen kletsen
ze door tegen druipende ruiten.

Wij klimmen langs scherpe knie-
schijven en venijnige voorleesboeken
naar buiten. In onze benen droesem

van opgeschreven woorden, sediment
van tempels en theaters. Naast de toiletten
van het pompstation trilt het echte leven,

het heeft ons gebruikt en gebroken.
Weg met medailles, contracten; ruim baan
voor de woede. Zwijgend en waakzaam

staan wij te roken.



© Anna Enquist


Anna Enquist in: Poëzie is een daad - Gedichten voor Remco Campert.
Amsterdam, De Bezige Bij, 2009

vrijdag 14 januari 2011

Watervlak



STUWMEER



Toen de dam klaar was
begon het water te stijgen.
Kilte ving aan in de berg-
wand. De bomen begrepen
niet hoe zij stikten in wat
hen lief was. Vissen kwamen
te zwemmen in de wijngaard.


Schreeuwend breken mijn kinderen
het gladde watervlak. Ik wil
hen roepen: acht niet de pijn
van tekort, maar vrees de on-
keerbare kracht van teveel, hoor
mij, hoe ik roep, hoe ik keihard zwijg.


Zij maken fonteinen en regenbogen.
Zij lachen en luisteren niet, daar
aan de bovenkant van de diepte,
aan de overkant van de tijd.



© Anna Enquist



Uit: Anna Enquist Soldatenliederen Amsterdam, De Arbeiderspers, 1991

dinsdag 19 oktober 2010

Haar hakken



ANDANTE

Als de tocht niet meer voert naar de
plaats waar alles weer goed komt,
wat houdt haar gaande? Rood zand
op het fresco verbleekt, troost verkleint
tot een blik, tot een handpalm.
Als niet wanhoop met windkracht tien
in haar rug staat, wat houdt haar in gang?

De straatstenen houden haar gaande
ogen likken de gevels, de keel
is gulzig naar lucht. Haar houdt
in gang het plezierpaard lijf dat
geen halt verstaat. Haar hakken
slaan vuur uit de tegels: Dat zij gaat
houdt haar gaande. Zij gaat.


© Anna Enquist


Uit: Anna Enquist Soldatenliederen. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1991

vrijdag 27 augustus 2010

Over wateren en weiden


OPROEP




Ik ben de jongen en het meisje kwijt. Beiden
ben ik verloren toen de tijd
verstreek. Ik kan hun kleine
stemmen niet meer horen.
Ik zoek hen voor een nieuw
afscheid. Ik roep hen over wateren en weiden.

Verblind mijn blik, ontbind mijn stem. Lijken
en lotgenoten leren zwem-
men in dat tijdloos water.
Ik ook. Til uit het grote
zwart dit beeld: zij pakt
hem bij de hand, ze hollen over weilanden en dijken.



© Anna Enquist


Uit: Anna Enquist Een nieuw afscheid Amsterdam, De Arbeiderspers, 1994

woensdag 5 mei 2010

Aan land


HET KIND UIT VIJFENVEERTIG



Mijn vader had twee levens. Eén
kort en vlammend, zonder mij. En één
daarna. Mijn vrijheid was een plicht.
Ik speelde in een pasgeboren luwte;
wat ik voor vol aanzag was innerlijk
ontwricht. Verhalen gingen onvoorspelbaar

dicht en vragen ketsten terug. Ik zweeg.
Als ik aan tafel zat stond er een horde
hol van honger in mijn rug. Ik at.

Hij nam een boot. Geen vijand kan
op open water schuilen. Mijn vader
klemde in zijn vuisten schoot en roer.

Gevangen in een cel van hout dwong
hij de vrede af. Hij vocht met storm.
Opluchting dreigde als een tweede dood.

Mijn vader had twee levens: één
sloeg zijn brandmerk in het ander
en het ander joeg een schaduw over mij.

Ik ging aan land, ik voel de wind
en in die schaduw ben ik vrij.


© Anna Enquist


Gedicht uit 1995, met dank aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei, in:
De verleden tijd van vrede, dichters over 4 en 5 mei. Amsterdam, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) & Nationaal Comité 4 en 5 mei (2005)

maandag 20 april 2009

Hoe hier losgeraakt


HET RAADSEL




Tijd heeft mij op de tuinbank neergezet,
een soplap in mijn hand gelegd. Toen
ik niet keek werd bloesem fruit,
hebben de wilgen zich verzilverd,
heeft het kind zijn eigen maaltijd
klaargemaakt.


Hij ziet ons zitten bij de vijgeboom,
wij lieten het konijn los in de tuin.
Het kind is achttien, wringt zijn hart
uit van verlangen en begrijpt niet
hoe hij hier kan blijven, hoe hij hier is
losgeraakt.


Verniel de haag, verzaag de stam,
vertrap de rozen, breek. Ik veeg
de spiegel schoon: nieuw gras
met glazen bloemen, jonge ouders
met hun kleine zoon, door tijd niet
aangeraakt.



© Anna Enquist



Uit: Anna Enquist Klaarlichte dag. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1996

woensdag 21 januari 2009

Het kapje van het ei


EEN BESLISSEND ONTBIJT



Hoe zal het gaan? Een reuzin,
regelloos, hakt het kapje
van dit ei, mijn arme hoofd.

Haar lenige tong likt kleuren
en klanken, de herinneringen
en alle verbindingen daartussen

mijn levenswerk plakt vermorzeld
tegen haar verhemelte. Hoe zij
dan slikt. Heerlijk. Leeg

zal ik achterblijven, eens, spoedig,
later. Niets meer weten, niets
dat mij invalt. Geen ik, niet mij.

Zo zal het gaan. En nu:
aan het werk. Het kan niet
anders, er moet gegeten worden.



© Anna Enquist


Uit: Anna Enquist De tweede helft. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2000
 

vrijdag 13 juni 2008

San Marco - voetbalvers (8)



ONGEZIEN

Een baaierd van blikken bewees
zijn bestaan. Kijkers kenden
de contouren van zijn schouders.

Onder het krakend harnas van roem
begon het zeurend te branden.
Afleggen. Men rouwde. Ook hij.

Toen niemand meer keek
kroop hij verkreukeld het veld op,
rekte zijn nek onwennig. Vrij.


© Anna Enquist

- geschreven naar aanleiding van het door aanhoudende blessures afgedwongen afscheid van voetballer Marco van Basten, oorspr. gepubliceerd in Hard Gras nr. 17, december 1998,

ook opgenomen in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs - met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.


De Amsterdamse Anna Enquist is supporter van een voetbalclub te Rotterdam-Zuid, blijkens een vermelding in het boek van oud-Dordtenaar Ronald Giphart e.a.: De liefde die Feyenoord heet (1999).