Posts tonen met het label Eddy van Vliet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eddy van Vliet. Alle posts tonen
maandag 29 augustus 2011
Door dromen beschut
DE STAD
De stad is overstelpt door plekken die
je mij ontnam. Vol gemeenschappelijke
voetstappen, vol gemeenschappelijk lachen.
Zij werden door dromen beschut en desnoods
greep de liefde naar het geweer om hen te beschermen.
Vertel mijn benen hoe zij moeten
ontlopen wat hun toebehoorde.
Vertel het hun. Zij willen niet geloven
dat de theaters zijn afgebrand, in de restaurants
de pest is uitgebroken, de terrassen in de lucht
zijn opgegaan, de hotels werden gesloten,
de binnenplaats is afgebroken.
Zoals ik door het buigen van mijn hoofd
aan de regen denk te ontkomen,
zal ik vergeten wat mij is ontnomen.
© Eddy van Vliet
Uit: Eddy van Vliet De toekomstige dief, Amsterdam, De Bezige Bij, 1991
dinsdag 3 mei 2011
Trein
VERBAASD
Wetende en toch steeds weer verbaasd
dat het vertrek van de trein die naast
je staat je stilstaand rijden doet.
Dat uit het fototoestel dat de vader
achterliet, hoe hard de grimas ook een lach
betracht, geen vogeltje vliegt.
Dat het verwijderen van een tegel,
jaren geleden in de tuin gelegd, toont
hoeveel leven zich aan het oog onttrekt.
Wetende en toch steeds weer verbaasd
dat zelfs wie dagelijks de dood voorspelt
nooit aan het eigen graf staat.
© Eddy van Vliet
Uit: Eddy van Vliet (1942-2002) Verzamelde gedichten, Amsterdam, De Bezige Bij, 2007
zondag 20 maart 2011
Seizoenen
DE BINNENPLAATS
Op de binnenplaats waar het gekoer van duiven
zich al te gemakkelijk voorspellen liet,
hoorde ik een fluiten, dat, zich losmakend
van de zeurende ijsregen om ons heen,
lente vermoeden deed.
Wij keken op. De vogel hield zijn bek.
Evenmin als wij geloofde hij, die gekooid
en eenzaam de seizoenen door elkaar had gehaald,
in de omkeerbaarheid van de tijd, al had
zijn fluiten ons afscheid even vertraagd.
© Eddy van Vliet
Uit: Eddy van Vliet De binnenplaats, Amsterdam, De Bezige Bij, 1987
zaterdag 17 april 2010
Vriendschap
Ik wist het sinds december en stelde de waarheid
uit tot ik haar las. Zelfs tijdens de slapeloze
nacht die ik in je straat heb doorgebracht.
Zozeer in beslag genomen door een afscheid
tussen levenden. Ik logeerde op nummer acht.
Dichter zouden wij elkaar nooit meer naderen.
Tegen beter weten in bleef ik je verwachten
op Poetry International. In de bar van Hotel Central
waar je zo dikwijls mijn tongval aandachtig imiteerde.
Geen junimaand ging voorbij zonder dat wij
hadden afgesproken dat je naar Antwerpen zou komen.
Ik ben het blijven geloven tot ik je
in ademnood uitgesproken woorden aanhoorde.
In de zaal waar ik een jaar voordien nog
onnozel van vreugde staande applaudiseerde,
nam ik mij voor je te schrijven.
Ik wachtte tot nu en schaam mij zeer.
EDDY VAN VLIET
Uit: Half slapend in een hotel vol gedichten in de maak, in:
Kijk, het heeft gewaaid - Veertig jaar Poetry International Festival (1970-2009) in Rotterdam. Veertig jaar in veertig gedichten, red. en samenst. Janita Monna, Amsterdam / Antwerpen, De Arbeiderspers, juni 2009.
De dichter en collega die Eddy van Vliet verwachtte in Hotel Central, de 'poëtenverblijfplaats' van het festival, was Hans Faverey. Wegens ziekte kon Faverey niet naar Rotterdam komen. Faverey (1933) overleed in de zomer van 1990, toen de Belgische dichter-jurist Van Vliet sinds 1973 al meer dan drie Poetry-optredens op zijn naam had staan.
Eddy van Vliet (1942) stierf in 2002.
Labels:
dichterswit,
divers,
Eddy van Vliet,
Hans Faverey
donderdag 27 augustus 2009
Over elkaar gelegd
DE WANDELAAR
De wandelaar hijgt. Bij het achterlaten
van niets heeft hij ervaren hoe alles blijft.
Langs de jaren voordien ging zijn tocht.
Wat tot bedaren werd gebracht,
als met water besprenkeld stof, wordt herdacht.
In over elkaar gelegde landschappen
vindt hij één voor één iedereen terug.
Alleen: omkeren naar zichzelf kan hij niet.
© Eddy van Vliet
Uit: Eddy van Vliet De binnenplaats, Amsterdam, De Bezige Bij, 1987
vrijdag 20 juni 2008
Te nat, te vol, te ver
VERLIEFD
Zo gaat het, zo ging het en zo zal het altijd gaan.
Afspreken in cafés op de sluitingsdag.
Aan de verkeerde zijde van bruggen staan.
Tussen duim en wijsvinger, als brandende as,
het fout begrepen telefoonnummer.
Parken te nat, hotels te vol, Parijs te ver.
Liefde als een veelvoud van vergissingen.
Onbeholpen woorden als zo-even op zak en
zoveel zin om, los van de wetten
van goede smaak en intellect, te schrijven
dat van de stad waar je elkaar voor het eerst zag,
een plattegrond bestaat, waarop een kus,
die het nauwelijks was, geregistreerd werd.
© Eddy van Vliet
In: Eddy van Vliet [1942-2002] Gigantische dagen (verzamelde gedichten),
Amsterdam, De Bezige Bij, 2002
zaterdag 14 juni 2008
Houd mij niet voor de gek
DOOD
Dood. Heb geen angst. Talm niet
voor mijn deur. Kom binnen.
Lees mijn boeken. In negen van de tien
kom je voor. Je bent geen onbekende.
Hou mij niet voor de gek met kwalen
waarvan niemand de namen durft te noemen.
Leg mij niet in een bed tussen kwijlende
kinderen die van ouderdom niet weten wat ze zeggen.
Klop mij geen geld uit de zak
voor nutteloze uren in chique klinieken.
Veeg je voeten en wees welkom.
EDDY VAN VLIET (1942-2002)
Uit: Eddy van Vliet De toekomstige dief, Amsterdam, De Bezige Bij, 1991
maandag 9 juni 2008
Zoon en vader (2)
VADER
Vader. Ontkleed je. Nu het nog kan.
Toon mij wat de tijd heeft aangericht
sinds wij samen in bad zaten en ik bewees
dat waterdruppels elkaar willen raken.
Schaam je niet. Wij hebben dezelfde structuur.
De benen, de rug, de nagels en ontelbare gebaren.
Ik wil geen zevenentwintig jaar wachten
alvorens te zien hoe ouderdomsvlekken
zich verspreiden, de huid verslapt en
aderwanden het begeven.
Wijs mij wat er rest als de liefde
niet langer wordt bedreven.
Noem mij vrouwennamen en laat ons
berustend schateren.
© Eddy van Vliet
Uit: Eddy van Vliet De toekomstige dief, Amsterdam, De Bezige Bij, 1991
Abonneren op:
Posts (Atom)