Posts tonen met het label Anneke Brassinga. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anneke Brassinga. Alle posts tonen
maandag 11 oktober 2010
Alles meenemen!
HOE TE ZOENEN OP STRAATHOEKEN
Laat op de avond laat het zijn of vroeg
in nanacht, licht liefst ver –
al leent ook paarlemoeren dageraad
aan dit publieke werk subliem cachet.
Het zij een zwijgen van koralen
vergaan van dorst in lafenis –
van wakend ontslapen bevinding wellicht
doe dus vooral de ogen dicht.
Men neme niet de tijd
die schenkt zich wijd en wijd –
in deze zachte voorportalen
heerst onafzienbaar innigheid.
Men neme afscheid evenmin
al is de hoek er om uiteen te gaan –
de weg is geen verwijdering.
men neme alles mee, alleen.
© Anneke Brassinga
Uit: Anneke Brassinga Verschiet, Amsterdam, de Bezige Bij, 2001
maandag 3 mei 2010
Het ongehoorde
ALLE DAGEN -
De oorlog wordt niet meer verklaard,
maar voortgezet. Het ongehoorde
is alledaags geworden. De held
blijft uit de gevechten weg. De zwakke
is naar de vuurlinies opgerukt.
Het uniform van de dag is het geduld,
het ereteken de armzalige ster
van de hoop boven het hart.
Het wordt verleend
als er niets meer gebeurt,
als het trommelvuur verstomt,
als de vijand onzichtbaar is geworden
en de schaduw van eeuwige bewapening
de hemel bedekt.
Het wordt verleend
voor de desertie,
voor de dapperheid tegenover de vriend;
voor het verraden van onwaardige geheimen
en het in de wind slaan
van om het even welk bevel.
Ingeborg Bachmann (1926-1973)
- Alle Tage, geschreven in 1953, vertaald uit het Duits door Anneke Brassinga -
in: Anneke Brassinga Verschiet, Amsterdam, Bezige Bij, 2001.
Labels:
Anneke Brassinga,
dichterswit,
Ingeborg Bachmann
vrijdag 26 februari 2010
Betijen
OP WEG
Mocht ik in het holst van het hart
van donkerste dagen te lijf gaan
achter al het uiterwaardse een stuk of wat
verlaten kusten onder razende luchten
waar albatrossen op hun wieken sinds jaar
en dag en eeuwen worden weggeblazen-
graag zou ik boven lege oceanen regen zijn
op reusachtige hoeven, zinnentuimel
van tempeest, het stormend paard dat louter
water is, uiteenvalt in geschuimbek-
zocht ik bij voorkeur echter diepten
die geen daglicht velen, omtrent
een steenworp van d’onoirbaar gloeiende
kern; daar zal betijen wat mij jaagt.
© Anneke Brassinga
in: De Academische Boekengids, ed. januari 2010
zondag 22 maart 2009
Als hij lacht
LIEFDESLIED
Als hij lacht dan sneeuwt het rozen
zijn wenkbrauw is een dennenbos
of brandnetels, wuivend in de wind.
Als hij lacht dan sneeuwt het rozen,
ik heb hem lief, ik ben zijn kind.
Zijn oor een vat vol fluistering,
het fluistert er vol rozen
en honinggeur hangt in zijn haar,
zijn hand, een korenaar.
Het sneeuwt, als hij lacht, vol rozen.
In een zwerm vlinders wandelt hij
aan mijn zij, tussen berken.
De vlinders aaien de rozen,
ik aai zijn korenaar
als een vlinder sneeuwt hij rozen.
© Anneke Brassinga
Uit: Anneke Brassinga Aurora. Amsterdam, De Bezige Bij, 1987
zaterdag 28 februari 2009
Taai oneetbaar hart
AANZOEK
Ik ben al vaak door mijzelf op straat gezet,
heengezonden, onbewoonbaar verklaard,
uitgerookt, door ploffende kachels beroet.
En nu hier, het lekt er en tocht. Te moe
voor ander onderdak. Maar ruimte is er
te over voor wie ik bij me heb, in armen sluit
als liefste doorluchte, als kroonluchter
ontvlammen laat, in rust voel aan 't geraamte.
Een klein maar taai oneetbaar hart blijft fier
zich weren tegen binnenschuivend donker. Blijf.
Blijf met mij hokken in die schrale ribbenkast
in het innig bed van geest, bij het weerlicht
getemperd door weemoed, van ons verstand.
Anneke Brassinga
Uit: Anneke Brassinga Verschiet, Amsterdam, Bezige Bij, 2001.
Abonneren op:
Posts (Atom)