Posts tonen met het label Hans Lodeizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans Lodeizen. Alle posts tonen
dinsdag 3 juli 2012
Vlieger
In de bedding
van je heupen wil ik slapen
door de hemel van je
ogen bedekt
je voeten zijn ver en toch
behoren ze bij je als een
vlieger zijn ze opgelaten
in een zomerdag
ik woon
in een ander huis; soms
komen we elkander tegen
ik slaap altijd zonder jou
en wij zijn altijd samen.
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Het innerlijk behang en andere gedichten Amsterdam, G.A.van Oorschot, 1966
maandag 23 januari 2012
Mandarijn
morgen is de dag die de andere
dagen verdeelt als een moeder de
maaltijd voor haar kleine kinderen
wij zijn arm van vreugde schip
en wind zullen wij trotseren zonder
een partje van de mandarijn te krijgen
en wanneer wij landen is het schemer.
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996
woensdag 14 december 2011
Danser
O KUS MIJ, O OMARM MIJ
ik heb lang in de regen gestaan
ik heb lang op de bus gewacht
ik heb geen taxi kunnen krijgen
ik heb lang wakker gelegen
ik heb ontzettend gedroomd
ik heb niets gegeten
ik heb gestolen
o kus mij, o omarm mij
ik ben de witte slanke jongen
ik ben degene die droomde
ik ben de schim in de regen
ik ben de danser, de dirigent
ik ben de man bij het avondrood
ik ben het lichaam
ik ben de enige.
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996/2007 (2e dr.)
maandag 22 augustus 2011
Gered
AAN ZEE, SEPTEMBER 1949
een paar wolken een mooi lichaam
de wereld rolt sneller waar is
het oog der mensen? ik zie het niet
waar is het groot geluk? op aarde.
ik heb aan jou gedacht: in de zachte
wind heb ik je neergelegd in de zee
heb ik je hoofd gered en je stille
lijk dreef naar het strand soepel
bewegelijk de zee werd eenzaam.
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996/2007 (2e dr.)
donderdag 5 mei 2011
Voor alle vensters bloemen
Muurgedicht van Hans Lodeizen in Leiden, Haarlemmerstraat 78.
Voor meer Leidse Muurgedichten, zie:
http://www.muurgedichten.nl/
(linksonder op homepage, klikken op 'zoeken naar dichter/straat/taal')
zaterdag 1 januari 2011
De zon openhouden
VOOR JOU
1
voor jou
als ik je ooit zal tegenkomen
of als ik nooit in je hart
zal wachten op een brand van kussen
voor jou
ik zal de ring van trouw bewaken
ik zal de zon openhouden
ik zal de nacht strelen
voor jou zal ik de waardigheid
van de mens op aarde zichtbaar maken
en mijn bed zal wit zijn
voor jou zal ik wachten.
2
ook al zal ik je nooit zien
in je tropenpak voor de bar
tennissend in shorts of zwemmend
of paardrijdend in de duinen
ook al zal ik je nooit zien
en mijn hand die al moe is
laat vogels los van haar vingertoppen
en het wankele geluid van de straat
hangt een sluier voor mijn ogen
ik zal je nooit zien
en ik zal verder lopen
(want geen ongeluk kan ons overkomen
want ik ben toch alleen )
de nacht zal in mijn oor suizen
de wind zal lachen in mijn gezicht
de dag zal geel als een traan zijn
ik zal verder lopen
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996
vrijdag 31 december 2010
Smeltende uren
eens toen ik bij de mieren
in Zwitserland woonde
hoorde ik dat de wijsheid
een bergbeek voorstelt,
klaterend uit de hemel
maar ik luisterde niet
later wachtte
ik voor de open rots
maar de uren smolten
het blauwe kristal niet
eindelijk viel
een lange regen
in mijn voetstappen.
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996
donderdag 27 mei 2010
Vlinderuur
en toch, ofschoon
de wind nu is gaan
liggen, en het bos wuift
en knikkebolt,
nu dat de slaap als
een harp klinkt en
de kinderen zingen
leg ik mijn elleboog op de
donkere middag en huil
muziek vallend door het bos
als herfstbladeren een lied
gezongen door de sopraan der eiken
vang de lange buit
maar om weg te gaan
voordat het uur een vlinder is
die opvliegt en verdwijnt.
Hans Lodeizen
Oorspr.in: Het innerlijk behang en andere gedichten (1949).
Later opgenomen in: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten - bezorgd door Wiljan van den Akker, Redbad Fokkema en Mirjam van Hengel. Amsterdam, Van Oorschot, 1996.
dinsdag 13 april 2010
Onzichtbaar
DE BUIGZAAMHEID VAN HET VERDRIET
in een wereld van louter plezier
kwam ik haar tegen, glimlachend,
en ze zei: wat liefde is geweest
luister ernaar in de bomen
en ik knikte en we liepen nog lang
in de stille tuin.
de wereld was van louter golven
en ik zonk in haar als een lijk
naar beneden het water sloot
boven mijn hoofd en even
voelde ik een vis langs mij strijken
in de stille zee.
dag zei ik tegen haar dag kom
ik je nog eens tegen, glimlachend
maar de wind blies weg
haar gezicht in het water
en ik knikte en ik werd onzichtbaar
in het stille leven.
Hans Lodeizen
Oorspr.in: Het innerlijk behang en andere gedichten (1949).
Later opgenomen in: Hans Lodeizen (1924-1950) Verzamelde gedichten - bezorgd door Wiljan van den Akker, Redbad Fokkema en Mirjam van Hengel. Amsterdam, Van Oorschot, 1996.
zaterdag 2 januari 2010
De koffers
als ik nu ga zal het zachter
zijn, in de wind, in de huizen,
zal het hart zachter proeven aan
de zonnebloemen en aan de lange
stem die uit de kamer hangt
in de tuin vol nachtegaalgezang
als ik nu ga zal het minder
wreed in je schouder bijten en
ook plezier op je lichaam leggen
als veel fruit op een schaal als
ik nu ga zal het het regenen de
wind zal sprookjes weven in
de avond als ik nu ga zal
het zomer zijn voor het garen
maar ik lig nog aan je armen
verankerd in de haven van de
stad maar ik ben nog bij je
maar mijn stem glijdt nog over
je als een strijkstok maar ik
houd toch van je dat weet je
maar ik slaap nog op je borst
ik ben nog niet heengegaan
de treinen zijn allemaal vertrokken
ik ben nog niet heengegaan
de kaartjes zijn verkocht
de koffers zijn ingestapt
ik ben gebleven
als ik nu ga zal het zachter
zijn, in de wind, in de huizen.
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten; bezorgd door Wiljan van den Akker, Redbad Fokkema en Mirjam van Hengel. Amsterdam, Van Oorschot, 1996.
zondag 29 maart 2009
Silhouet
je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven
want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
dwaalde, zag ik je silhouet in het glas
van een badkamer
en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent
laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon jij de enige was die
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige die
zonder mij niet kan leven
en ik heb geglimlacht
ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit
maar je kunt me niet verlaten
© Hans Lodeizen
Uit: Hans Lodeizen Het innerlijk behang en andere gedichten. Amsterdam, Van Oorschot, 1949.
Naderhand opgenomen in Verzamelde gedichten; bezorgd door Wiljan van den Akker, Redbad Fokkema en Mirjam van Hengel. Amsterdam, Van Oorschot, 1996.
maandag 30 juni 2008
Ik wou dat ik je ergens vinden kon
toen ik nog in een middeleeuws
kasteel woonde en de wereld
plezierig voortreed, was ik ridder
en slotvoogd van mijn genot
maar nu woon ik op een klein
kamertje en in een vreemd huis
door mijn ogen echter stroomt het
water en op de rots van mijn oor
zingt de Lorelei
*
ik wou dat ik je ergens vinden kon
de nacht is uitgegaan als een kaars
de wind heeft haar uitgeblazen
waar komt de muziek vandaan?
de wereld heeft haar versierselen afgedaan
er is een kaal huis, red mij, kom;
ik wil niet alleen zijn
maar ik weet dat je nergens bent
alleen zal ik leven
alleen doodgaan.
HANS LODEIZEN
Hans Lodeizen (eig. Johannes August Frederik) stierf enkele dagen voordat hij 27 jaar zou zijn geworden in de zomer van 1950 in Zwitserland, in een sanatorium in Lausanne. Lodeizen had last van een slechte gezondheid en hij leed aan leukemie.
Kenmerken van zijn enige bij leven verschenen bundel uit 1949 zijn melancholie, een romantisch verlangen en vooral de ontoereikendheid daarvan.
De rest van zijn werk werd na zijn dood door J.C. Bloem, Jan Greshoff en Adriaan Morriën samengesteld met als titel Het innerlijk behang en andere gedichten (1952), uitgegeven door Van Oorschot in Amsterdam.
De twee gedichten hierboven zijn afkomstig uit deze bundel (1989, 15e druk).
Voor het kleine maar mooie oeuvre dat Lodeizen naliet werd hem in 1951 postuum de Jan Campertprijs toegekend.
Abonneren op:
Posts (Atom)