Posts tonen met het label esther jansma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label esther jansma. Alle posts tonen

dinsdag 20 december 2011

Vliegtuigje


RAAM IN DE LUCHT



Vandaag kreeg ik je brief.
Ik heb hem niet geopend.
Ik heb hem op mijn bed gelegd.

Stilte, achter mijn raam
in de lucht een vliegtuigje, hier
in de kamer steeds meer

schaduw - ik wil deze dag terug,
mijzelf bewaren: meisje met brief.
Daarom open ik je brief niet.




© Esther Jansma


Uit: Esther Jansma Dakruiters. Amsterdam, Arbeiderspers, 2000

zondag 4 juli 2010

Ik oefen je voet


ZOLANG GERUSTHEID DUURT



Het is vol in dat donker en warm.
Een ragfijn gedoe van botjes en spieren.
Jij bent het, terwijl je niet denkt daar.
Je bent het vanzelf. Daar denk ik steeds aan.

Ik denk altijd aan jou. En dat mijn vingers
hier in de zon om je gebruikte huid
steeds weer moeten leren wat ze weten, het vanzelf
sprekende leven tussen je voetzool en je wreef.

Ik heb een hoofd dat gerust is zolang gerustheid duurt.
Ik oefen hebben waar de tijd tussen komt.
Ik oefen je voet en hoe die na zijn verdwijning
de tweede maal verloren zal raken

in details deze keer, algemeenheden, al die gedachten
die ik de werkelijkheid zal aandoen
als een jas omdat het stervenskoud is
en waaruit geen grond is af te leiden en te maken.


Esther Jansma


Uit: Esther Jansma Alles is nieuw, Amsterdam, de Arbeiderpers, 2005

zaterdag 12 juni 2010

Hij, spoorloos, maar nooit meer bang



HET WOORD VOOR LEEUW


Met mijn tochtende mond vol tijd,
waaigat, roep ik het dier en hij komt.
Hij komt over de deinende brug van mijn tong,
de boog van een arm die zich heft
boven water, dan wijkt en zinkt

tot spiegeling. Het woord voor leeuw
kromt en strekt zich, stijgt, krimpt.
Papier door vuur verteerd; geen woord
is groot genoeg voor zoveel
onbehouwen rood en goud.

Hij loopt niet, hij doodt afstanden.
Zijn schreeuw komt uit een buik van grond,
is instorten, dodelijk verschuiven.
Hij likt mijn tong stuk met zijn tong,
wrijft tegen de spijlen van mijn mond.

Esther Jansma


Uit: Esther Jansma Waaigat, Amsterdam, Arbeiderspers, 1993


*


POES EEFJE WEG


's Morgens heel vroeg liet ik hem uit
hij wandelde zijn gewone weggetje
door de tuin naar het hekje
ik heb hem nog nagekeken

Sindsdien is hij spoorloos
net of je kind vermist is
en toch verwacht je steeds
dat hij aan de achterdeur klauwt

Hij was gelukkig bij ons en wij met hem
de brokjes, het hart en de tuin
maakten zijn leven uit en ook
spinnend bij Judy op schoot

Misschien is hij wel dood



Kees Winkler


In: Literair Akkoord nr. 20, 1977


*


NACHTRUST


Avond. Twee tuinen verder woedt het voorjaar
en sluipen kapers door het donker.
Ergens vechten nagels om een vacht. Gekrijs
om kruimels liefde. Stukgebeten oren.
De krolse oorlog van een voorjaarsnacht.

Bijna vergeten hoe ik met dezelfde woede
door het donker joeg, hoe jij nog valser
dan een kat je nagels in drie harten sloeg.
Wat is het lang geleden en wat blijf je mooi.

Ik heb de dagen één voor één geteld
en met de beste woorden die ik heb:
ik hou van je. In jou vind ik een bed.

En het is lente en we delen hier
dezelfde nacht met alles wat dat zegt.


Menno Wigman


Uit: Menno Wigman Zwart als kaviaar, Amsterdam, Prometheus/Bert Bakker, 2001


*


POES, OVERREDEN


Zacht snorrend in zijn bloed,
suf van plezier om nooit meer
bang te hoeven zijn, met vel
dat rilde van genot, zo spoelde
tijd uit hem vandaan, verstilde
zijn beweging, in ogen zacht van
glans van ondergang.



Tom van Deel


Vier oefeningen in het verliezen (met dank aan Herman de Coninck):
- Voor J., die niet meer terugkwam

maandag 29 december 2008

De zwaartekracht van vroeger


AARDAPPELKUNDE


Het was laat en het ging over de waarheid.
Essenties vind je in het kleinste meest gewone
zei iemand, zelfs een aardappel heeft zwaartekracht

het grootste wat ik deed in mijn leven tot dusver
was niet schreeuwen maar dag zwaaien, dagdag naar alles
wat verdween en begon, doden, kinderen, alles

verandert nu eenmaal, de thermodynamica stelt
dat chaos de regel is, alles beweegt
voortdurend van gaaf naar voor altijd kapot

hieruit leidt men het bestaan van de tijd af, vandaar
ook dat wuiven van mij, van ons – correctie
tot dusver is onzin, het verleden bestaat niet

vroeger is een gedachte, een maaksel, een aanschaf
dus ik heb niets moedigs gedaan, ik heb alleen
zojuist in het donker van de kast die mijn hoofd is

getast naar het vermeende eeuwige vanzelf
van vandaag gekochte knollen en daar dacht ik iets bij
wat ik nooit eerder bij precies datzelfde dacht.


Esther Jansma


uit: Esther Jansma Alles is nieuw, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2005