dinsdag 8 maart 2011
De ware reiziger
VAARWEL
Al ga ik zeer ver weg, wil mij getroost beminnen,
het is geen ander ik dat op een steven staat
om onder feller licht een leven te beginnen
met dromen die gaan bloeien voor een nieuw gelaat.
Mijn ogen blijven thuis; bij u blijven mijn handen.
Naast u is rust genoeg voor hen, zelfs avontuur;
want beter dan wie ook weet ik dat vreemde landen
niets anders voor ons zijn dan de oude, blinde muur
Dus zeg ik u tot ziens, oprecht, daar zal ik keren.
Bewaar dit huis terwijl ik elders zwerven moet
Waarom, ik weet het niet. Misschien om eens te leren
dat gij die achterblijft de ware reizen doet.
© Karel Jonckheere
Uit: Karel Jonckheere Poëtische inventaris, Amsterdam/Brussel, Paris-Manteau, 1972
- met dank aan M.C.
zondag 6 maart 2011
Broekzoom
VOORWAARDE
Voorwaarde was dat hij iets meenam
als hij terugkwam
een souvenir een symbool een bewijs
een goedmakertje voor zijn weggaan
Tour Eiffel aan een kettinkje
een indianenveer een pelsmuts een potscherf
een ruwe diamant woestijnzand in een broekzoom
of een vreemd lied op zijn lippen
alleen dan liet men hem node
had hij dat goed begrepen?
node gaan
hij beloofde het grif
alles om van hen af te zijn
kon nog net voorkomen een afscheidsfeestje
uitgewuifd door vrienden en familie
hoempaorkest of wat ze verder verzonnen
in het diepst van de nacht ging hij op weg
brood niet mee en zonder kompas
zomaar lopen dag sterren dag aarde
dag adem dag stilte voorgoed
© Remco Campert
Uit: Remco Campert Een oud geluid Amsterdam/Rotterdam, De Bezige Bij-Poetry International,
Gedichtendagbundel, januari 2011
Lankmoedige dagen
EEN MEISJE
Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.
Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,
ze danst door deuren en door ramen
en door lange lankmoedige dagen -
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer -
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt,
denkt ze: Ik?
ik val niet, ik dans.
© Toon Tellegen
Uit: Toon Tellegen Kruis en munt, Amsterdam-Rotterdam, Em. Querido/Poetry International, 2000
- verschenen t.g.v. de eerste Gedichtendag, januari 2000
zaterdag 5 maart 2011
Lijnen
ONTHAND
Buiten is van papier en potlood, de hand
is weg. Er wandelen stripfiguren, maar
het wit drukt overal doorheen. Ik was de hand
achter de kantlijn.
Er breken stripfiguren door de lijnen,
in en uit. Hun verhaal duwt, bonkt,
tegen de slapen. Als een ballon waarin
tekst groeit en zich opblaast.
Binnen is van papier en potlood,
Een hand tekent een gang om in te
verdwijnen. Met stripfiguren ren ik,
langs genummerde deuren het wit in.
© Erik Spil
Gepublic. in: Meander afl. 410, 6 maart 2011
Volmaakt
GEOGRAFISCH
Tussen oorlog van met zijn tweeën
en ontberingen van alleen zijn
moet de volmaakte omgang liggen.
© Elly de Waard
Uit: Elly de Waard Afstand, Amsterdam, De Harmonie, 1978
Confetti van glas
CARNAVAL
Ver weg in een ándere wereld vond het plaats
dit carnaval
het ezeltje dwaalde door de verlaten straten
waar niemand ademde
gestorven kinderen stegen aldoor ten hemel
kwamen even terug om hun vliegers op te halen
die ze vergeten waren
er viel sneeuw confetti van glas
verwondde de harten
een wouw geknield
verdraaide haar ogen als een dode
er kwamen alleen colonnes soldaten voorbij links-twee
links-twee met ijskoude tanden
's Avonds kwam de maan op
carnavalesk
vol haat
men bond haar vast en gooide haar in zee
met messen doorstoken
Ver weg in een ándere wereld vond het plaats
dit carnaval
© Miltos Sachtouris
Uit: Miltos Sachtouris (1909-2005) Het hoofd van de dichter, tweetalige uitgave - uit het Grieks vertaald door Bernadette Wildenburg en Jan Veenstra - Groningen, Styx Publications, 1993
vrijdag 4 maart 2011
Gemaskerd
CARNAVALSAVOND
(BPAΔY AΠOKPIAΣ)
In de duistere cel
snakte ik naar een boom, naar iets levends.
Op de beschimmelde muren verzonk mijn blik
in wanhopige afscheidsgroeten, in namen van terechtgestelden
die met het pleisterwerk neerstortten
als opnieuw gedood onder het gelach en het harmonicaspel
van de onwetende gemaskerden die buiten op straat langsliepen.
Nog altijd had ik niet begrepen dat de natuur begon bij mij
en dat de bewakers mij niets konden afnemen.
© Titos Patríkios
- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -
Uit: Aanslag op het zwijgen - zes Griekse dichters (op Poetry International, Rotterdam), tweetalige verzamelbundel. Groningen, Chimaira Publishing, 2002
Rugnummers
DE SCHILDPADDENRACE
Wordt de plank opgetild, komt het invasieleger in beweging.
Desert Storm avant la lettre in de dierentuin.
Dertig kleine tankjes, rugnummers op het schild gekalkt,
beginnen aan een etappe van vier meter,
naar de streep in het zand waarachter
slablaadjes lokkend liggen uitgestald.
Met de vrienden van straat en school
gokken op het winnend nummer.
Maar vooral kijken hoe ze
adembenemend traag
naar alle kanten uitwaaieren.
Herkennen: het tempo waarin je eigen jonge dagen varen
- maandenlange reis tussen ochtend en avond -
en ook geen idee waar het heen moet.
Toch snel van elkaar verwijderd raken
alsof

(drang tot diversiteit
die de schepping eigen is)
het uiteenvallen van de levenslopen
zich al aankondigt.
Daarna limonade.
© Rouke van der Hoek
Uit: Rouke van der Hoek Bodemdaling, Amsterdam, Atlas, 2005
illustratie:
Hanne Wetzer, uit: Eindhoven Dichtstad IV
donderdag 3 maart 2011
Lettergrepen
ONZE VOET VAN OORLOG
Wanneer wij de trap oplopen om middernacht
uit onze kleren te schudden, uit onze taal
en al te verwante bewegingen, dan weten wij
dat het bed waakt en wacht en wij,
moe en stoffig van zoveel dagelijkse revoluties,
er toch zullen in stappen op onze oude voeten
van oorlog en schimmelende wellust.
Soms bedrijven wij dan de almaar luiere liefde
als in een winterslaap, want wij hamsteren
onze driften en lieve woordjes niet meer,
verstoppen ons onder de grond van jaren
die ons een voor een hebben uitgegraven.
Maar meestal doen wij niets en wachten
op het vergeten dat wij naast elkaar liggen
begraven in dit bed, dit kilste, stilste
slagveld van lijfgeur en paringsdans,
van vroeggestorven warmtes, want nu
is het koud en voelen wij de trouwe nacht
als een loopgraaf onder de lakens.
*
Gegroet, meisje dat ik nog moet,
meisje ooit en nooit meer hier,
veel te hijgend verwoord, paars
en ijselijk word jij weer het december
van mijn verbeelding en groeit nu
mijn lettergrepen uit, jij laatste dag
van een jaar zonder ringen.
© Y.M. Dangre
Twee gedichten uit: Y.M. Dangre Meisje dat ik nog moet, De Bezige Bij Antwerpen/WPG-uitgevers België, januari 2011
De oplage van Y.M. Dangre's (1987) eerste dichtbundel Meisje dat ik nog moet was eind februari jl. in amper vier weken uitverkocht: een zeldzaamheid in de wereld van de poëzie, zeker voor een debuut.
woensdag 2 maart 2011
Kuifje
TROPICAL BEACH
Oplettendheid bracht de vogel.
Hier ligt het geluste in aftel,
het aas van de vissende bomen.
Voor vogelhoofdboothuis een kano
al omgekeerd op een plankje.
De vogel het nut van de snavel.
De snavel het nut van de vogel.
De zin van kleurige wieken
naar de tak van de vissende bomen.
Droom standen vol notige zaden.
Het kuifje dat even omhoog komt
om de mens in zich te onderdrukken.
© Tonnus Oosterhoff
Uit: Tonnus Oosterhoff Hersentumor, Amsterdam, De Bezige Bij, 2005
maandag 28 februari 2011
Verloren
ALLEGORIE
(AΛΛHΓOPIA)
Toen de eik viel
hakten sommigen een tak af, staken die in de grond
en riepen op bij de boom zelf te komen aanbidden,
anderen beweenden in elegieën
het verloren bos hun verloren leven,
anderen legden verzamelingen van gedroogde bladeren aan
toonden die op jaarmarkten en verdienden hun brood,
anderen beaamden de schadelijkheid van bladverliezende bomen
maar twistten over aard of zelfs noodzaak van herbebossing,
anderen, onder wie ikzelf, beweerden: zolang aarde en zaden
bestaan, bestaat er mogelijkheid van eik.
De moeilijkheid van het water blijft open.
© Titos Patríkios
- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -
In memoriam Frans van Hasselt [Amsterdam, 1927 - Athene, 25 februari 2011],
schrijver, journalist en correspondent voor NRC Handelsblad, auteur van o.a. de verzamelbundel
De toekomst komt van achter (2010, Black Olive Press-Het Griekse Eiland)
Gedicht afkomstig uit:
Aanslag op het zwijgen - zes Griekse dichters (op Poetry International, Rotterdam)
Groningen, Chimaira Publishing, 2002
zaterdag 26 februari 2011
God van de vlinders
TUIN VAN EETLUST
op koele zomeravonden als de familie smakkend tot zich nam
groene haring, gevolgd door slierasperges in botersaus
biefstuk, salade, pommes frites, en toe
aardbeien, slagroom, mocca en vanille
dan deinden zij, de tantes, als pioenrozen, als zwaargassige
ballonnen op hun steel, of de golfslag van hun lacherigheid
in alle malse borsten koerde hoorbaar wagner
zo dronken zij wijn na wijn
tot elk hoofd paus pius twaalf leek in het Heilig Jaar
zo bleek!
tenslotte nam dan oom na oom, stomdronken, afscheid
en van elke tante wiegelde het romig achterwerk weg
alleen de nacht bleef over, die hele oude dame
die pauwblauwe waaier voor de eenzame glimlach
van het heelal
god van de vlinders, dan sliep je!
de ramen open, kostbare dromen ten prooi
© Manuel Kneepkens
Uit: Manuel Kneepkens Tuin van Eetlust, Amsterdam, De Bezige Bij, 1976
vrijdag 25 februari 2011
Grofvuil
Als het heeft gesneeuwd schudt de stad haar
ziel uit, zoals een hond zichzelf verlost
van water na een duik in de late lente;
wie het schudden wil zien hoeft niet eens op
te letten.
Je loopt op straat en zie:
op een hoek speelt een man
op een piano die aan het begin van de avond
bij het grofvuil is gezet.
© Wim Brands
Uit: Wim Brands Neem me mee, zei de hond Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2010
donderdag 24 februari 2011
Punt
Een vleugje wind
Schrijft met de punt van zijn doek
een woord buiten de wereld
Yves Bonnefoy
- Schone regels, Rotterdams vuilniswagengedicht -
dinsdag 22 februari 2011
Overkomelijk
GELUK
Het geluk is overkomelijk. Men plaatst het
in een vitrine en gaat aan het werk.
Wie ernaar vraagt krijgt het te zien,
onder weloverwogen commentaar.
Het is gebruikelijk om ’s avonds achterover
te zitten en het geluk, zoals dat beschaafd
verlicht tentoongesteld staat, te beschouwen.
Men stoot de deelgenoot erover aan.
Die knikt of zegt heel zachtjes: ‘Ja.’
In hoeverre het geluk ons bepaalt
is niet eens een vraag: totaal. Wij zijn niets
dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn.
Slechts tijdens het afnemen van de glasplaat
slaan we soms de ogen neer. De vochtige
doek hangt slap in onze handen. Zo mooi.
© Mark Boog
Uit: Mark Boog De encyclopedie van de grote woorden, Amsterdam, Cossee, 2005
Boog (1970), die eerder voor zijn debuut Alsof Er Iets Gebeurt (2000) de C. Buddingh'-Prijs won, ontving voor deze dichtbundel in 2006 de VSB Poëzieprijs.
zondag 20 februari 2011
Misschien getuige
KLEIN MOGADISHU
Raar maar
waar is alles gebleven waar we van droomden – is alles uiteindelijk toch maar
een hoop vet van een stoel in een afvoergeul glijdend?
Uit de plooi in het normale puilt materie: vrouw
met de armen rond de buik geslagen, buiten zichzelf geschud
op de vloer van een bankkantoor. Erboven een hoofd, geduwd
in een Mickey Mouse-masker. De man heeft de loop afgezaagd
van de dingen: gulpende kern onder de handen van de vrouw,
knipperlichtogen, rode vinger op zoek naar de alarmknop.
Men beweert dat materie bestaat
uit leegte, als hij al bestaat. Of dat de dingen niets meer zijn
dan mogelijke bewegingen van het bewustzijn, neuronenwindingen
waaruit vonken opspatten.
Een tepel trekt samen op de borst
van de vrouw. Een vlek vormt een plas
kloppend als een kinderhart. Een vlies trekt over de leegte
onder de hand van de vrouw, verhardt
tot een ruggengraatje.
Misschien zijn we getuige, misschien medeplichtig,
misschien zijn we ons leven anders aan het dromen, maar we knielen bij de vrouw
als betuigen we eer aan een wonder. Hoofdje, schouders, materie
in onze handen. De glazige navelstreng. We voelen ons menselijk.
Na de feiten trekt betekenis terug in de dingen. Het masker lost op
en de man loopt achterwaarts het bankkantoor uit. De plas kruipt
in de vloertegels. De vrouw komt moeizaam overeind. We rapen
een brandende sigaret van het trottoir en elke keer als we zuigen
wordt de sigaret langer. We stappen in een auto en rijden naar huis.
We worden liefdevol gekust.
Niet langer dan een seconde zijn we ons
van geen kwaad bewust.
© Peter Verhelst
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008
Comedie
GESCHIEDENIS
Hier en daar een dorpsgek
vecht nog zijn eigen oorlog,
leunt nog tegen zijn leeggeruimd
toneel van de wereld en wacht nog
op volgende week betere komedianten.
© Hans Andreus
Uit: Hans Andreus (1926-1977) Verzamelde gedichten, Amsterdam, Bert Bakker, 1984
zaterdag 19 februari 2011
Fantasie
"Het is een misvatting te denken dat wie geen talent heeft voor fantasie dan nog wel talent heeft voor de waarheid."
- Nelleke Noordervliet
Keertij
STROOMVERSNELLING
In deze zeeën die ik mij verkoos,
lig ik verdronken, eindeloos
diep op den bodem, zonder wil.
Het water boven mij staat stil.
Zo ben ik in een transparanten doos
geklonken, ver van storm en hoos
stortzee en vloed – mijn hart doet pijn,
het wil een snelle zeemeeuw zijn,
een zil’vren vis, beweeg’lijk in den stroom.
Maar als een anemoon, die loom
op donker water wiegt en deint
en aan het eigen spel verkwijnt,
sta ik geworteld in vervloekte rust,
van tij noch keertij mij bewust,
diep op den bodem zonder wil.
Het water boven mij staat stil.
© Hella Haasse
Uit: Hella Haasse Stroomversnelling Amsterdam, Em. Querido, 1945.
vrijdag 18 februari 2011
Te doen alsof
EILAND
Woensdag, we hebben het plan. Van dit eiland te vluchten. (Allemaal vanwege de zee.)
We zijn vreselijk dorstig. Kunnen bijna niet schrijven.
Uit de slanke pen groeit een harde, groene schelp, het eerste velletje briefpapier is leeg. Niemand is meer gewend een zinderende brief te schrijven op een tropisch hete dag.
Dinsdag, we hebben het plan om te vluchten. Te vluchten in de zee van het eiland, te doen alsof alles perfect is als in het begin.
Te doen alsof wij het eiland zijn, en onze ogen maanlicht. Zodat we de hitte niet meer voelen.
© Ye Mimi
- uit het Chinees vertaald door Silvia Marijnissen -
Ye Mimi (1980, Taiwan) publiceerde in 2004 haar tot nu toe enige dichtbundel, Pikdonker. Sinds dit debuut is haar ster snel rijzende.
Voor nadere informatie en meer vertaalde poëzie van Ye Mimi, zie:
http://www.silviamarijnissen.nl/2010/ye-mimi-wat-voor-spook-gedichten/
Gedragen
ZE LIEPEN MET KAARSEN DE BERG OP
Ze liepen met kaarsen de berg op
en zongen daarbij een muziek die klonk
als klagen dat door het licht omhoog
werd gedragen. Hem droegen ze
levend en dood, de moeder droegen ze
ook, maar die wankelde zo alsof de dragers
er de brui aan gaven. Die er waren
sloten zich aan bij de stoet: een schare donker
en licht die zingend of zwijgend
bleef klimmen en dalen.
© Hester Knibbe
Uit: Hester Knibbe De buigzaamheid van steen Amsterdam/Antwerpen, de Arbeiderspers, 2005
donderdag 17 februari 2011
Onhandig
AAN HET EINDE VAN DE DAG
Aan het einde van de dag,
als iemand aan komt hollen met de liefde,
als je moe bent en onhandig en toevallig net verward in
een warnet
van angsten –
wat moet je doen,
wat moet je met de liefde doen, donzig, schrikachtig,
die iemand je nog brengt?
© Toon Tellegen
Uit: Toon Tellegen Alleen liefde, Amsterdam, Querido, 2002
woensdag 16 februari 2011
En de anderen maar dansen
HET THEATER VAN DE SLAAP
Voor Yorgos Michaïlidis
Werkelijk ik was haar vergeten
ik was haar gezicht en haar stem vergeten
en herinnerde mij niet eens
de straat het huis en de trap
zo plotseling in een zwarte jurk
op blote voeten net als toen
trad zij mijn donkere droom binnen
kom zei ze
en we daalden op de tast de trap af
we gingen weer op de treden zitten en ik omhelsde haar
en waar ga je heen vroeg ik
en kan me niet schelen zei zij
en ik wilde haar
en ík wil jou wél zei ik
het is de Oorlog zei ze
stil nu maar mijn lief
misschien zien we elkaar op een dag weer
ze woelde mijn haar in de war
en je bent nog jong zei ze
je vindt wel andere vrouwen je zult me vergeten
je zult niet meer weten dat je me vergeten bent
en de anderen boven maar dansen
en iemand boog met een kaars over de trap
riep van boven
is er iemand op de trap
en we spraken niet
en mijn adem was in haar adem
net als toen
maar nu wisten we dat we wanhopig speelden
we speelden de liefde
ons voorbije leven
in mijn donkere droom
als twee onhandige acteurs
die sidderen voor de regisseur.
© Yorgos Pavlópoulos
- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -
Een van de twaalf door Hokwerda vertaalde verzen van Pavlópoulos ter gelegenheid
van het optreden van deze dichter bij Poetry International, Rotterdam juni 2003
dinsdag 15 februari 2011
Wandspiegel
Weer wat kleren heb ik uitgetrokken
en ze mijn knechtje laten verpanden bij het wijnhuis…
Nu kijk ik omhoog naar de heldere hemel
en dit is wat ik de maan vraag -
‘Luister eens: Li Po, die oude zatlap,
wat was hij vergeleken bij mij?’
- Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek
Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek (ca. 1700) was oorspronkelijk politieman, doch verwierf roem als zanger.
*
Ik wil je vergeten,
maar dat schijnt onmogelijk…
Ik wil mijn liefde als zinloos zien
en in bed keer ik mijn gezicht naar de muur,
maar de wand wordt een spiegel
en die toont slechts jouw gezicht.
- anoniem -
Twee gedichten uit: Liefde rond, liefde vierkant - bloemlezing uit de sijo-poëzie. Zeven eeuwen Koreaanse poëzie, vertaald uit het Koreaans en beschreven door dr. F. Vos.
De Oosterse Bilbiotheek, Leiden/Amsterdam, Meulenhoff, 1978
maandag 14 februari 2011
Ik drink uit jouw ogen
DE SAAMHORIGHEID
Jij zult gaan schrijven
"Zij zocht in haar handtas naar een aansteker"
en als ik uitroep: saamhorigheid verbindt ons
dan zul jij gaan schrijven:
"Zij zei: verberg mij en ontdek mijn plekje"
en na ons verzoekje om onderdak zul je gaan schrijven:
"Zij was droevig als Hagar"
Het is niet onwaarschijnlijk dat het gedicht zo eindigt:
"Jij drinkt uit jouw kopje
en ik drink uit jouw ogen"
Of zo:
"de tastbare dingen zijn verbindingen naar de ideeën"
Of zo:
"Ik ben niet onschuldig en geen marionet"
en daarom: ik zal mijn mond niet opendoen,
maar jij, ook jij zult gaan en schrijven:
"Zij deed haar mond niet open
omdat haar hart open stond"
© Helmi Salim
Helmi Salim (1951, Egypte) in:
Onbereikbare Liefde - tweetalige bloemlezing van Arabische dichtkunst (red. Ibrahim Cohen, Ronald Kon en Abderazak Sbaïti), Amsterdam, El Hizjra, 1995
Dezelfde hemel?
WEG
Is het naar mij
net zo ver als naar jou?
Voel jij als het koud is
dezelfde kou?
Voel jij als het warm is
dezelfde hitte?
Zie je dezelfde
opaatjes zitten?
Staat de zon
aan dezelfde hemel
te schijnen?
Is mijn straat de jouwe
en jouw straat de mijne?
Is de weg
net zo recht dus
en echt dus en vrij?
Waarom kom ik dan hier?
En jij nooit eens
bij mij?
© Edward van de Vendel
Uit: Edward van de Vendel Superguppie krijgt kleintjes Amsterdam, Querido, 2005
zaterdag 12 februari 2011
Tussendoor
IN HET RESTAURANT
Jonge vrouw met gouden hoofddoek
vreemde zwarte zwaan zelden waargenomen
in de bijt van dit restaurant
net als ik zit ze nijver te schrijven
tussen de gerechten door
het lijkt wel een wedstrijd
ik durf haar niet aan te spreken
vroeger van verlegenheid
nu van ouderdom
als ze opkijkt kijk ik neer
en opeens wat een timing! is ze weg
en ben ik alleen met een luchtspiegeling
© Remco Campert
Uit: Remco Campert Een oud geluid Amsterdam/Rotterdam, De Bezige Bij-Poetry International, Gedichtendagbundel 2011
vrijdag 11 februari 2011
In de vroegte
IK NOEM JE ETC.
ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe
ik noem je: bloemen in de nacht
© Jan Hanlo
Uit: Jan Hanlo Verzamelde Gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1970
Ander volk
DE OPLOSSING
(Die Lösung)
Na de opstand van de 17e juni
Liet de secretaris van de schrijversbond
Op de Stalinallee pamfletten uitdelen
Waarin stond dat het volk
Het vertrouwen van de regering verloren had
En het slechts door twee keer zo hard te werken
Terug kon winnen. Was het dan toch
Niet eenvoudiger dat de regering
Het volk ophief en
Een ander koos?
© Bertolt Brecht
Door Brecht, die steeds meer twijfelde over de nieuwe mens in het 'betere' - communistische - Duitsland, geschreven na het bouwvakkersoproer van 1953 in de DDR.
Oorspr. in Buckower Elegien, hier uit:
Bertolt Brecht Over de aardse liefde en meer - samenst. en vert. Martin Mooij - Rotterdam, Ad. Donker, 1998
donderdag 10 februari 2011
Mummies
WEG MET DE FARAO
Men noemt Egypte het volk van de farao’s…
O, ja? Hebben zij de piramiden gebouwd
stapelden zij moeizaam, steen op steen
beulden zij zich af in de brandende zon?
Nee, dat deden zij niet
dat deed het volk
Het volk, dat zij sloegen en niet kreeg te eten
Al eeuwen zijn er geen farao’s meer
Hun graven zijn verlaten, hun schatkamers leeg
Hun mummies grijnzen in museumvitrines
O, ja? Zijn er geen farao’s meer?
En Hosni Mubarak dan?
Zijn knokploegen slaan het volk van Egypte
dat roept om vrijheid
waar het recht op heeft. Zoals alle volkeren
En nog steeds heeft het volk niet te eten
Weet, Nederland, als Egypte niet vrij is,
dan zijn wij ook niet vrij
want wij zijn EEN volk op aarde
En daarom zeg ik: Hosni Moebarak
laatste levende mummie van Egypte, verlaat ons!
Farao, go home !
© Manuel Kneepkens
Gedicht voorgelezen tijdens een Egypte-demonstratie afgelopen zondag bij het Rotterdamse World Trade Center (WTC)
Blues
DE PIJN IN DE OCHTEND
Op een zomeravond, het stikt van de muggen,
kan je beter op de stoep van je huis gaan zitten
waag een gokje, het is zomer in de stad
er kan van alles gebeuren, de lucht is als een zwarte zee
iedereen wil wel iemand in z’n armen houden
laat je hart toch breken, wat kan jou het schelen,
dan kan je tenminste als je bij de hemelpoort aanklopt
zeggen , god wees lief voor me, ik heb een gebroken hart
nu nog niet, niet je zakken vol stenen
het water is niet koud genoeg
pik iemand op
het is zo’n heerlijk avond, de lucht
licht van de maan en stil als de zee
en god die je gebroken hart lijmt
holy shit, zegt god, die chick heeft de blues
ze moet op de stoep voor haar huis gaan zitten
pech van die muggen
en een gokje wagen.
© Carla Bogaards
Uit: Carla Bogaards Dat zwart gewalste hart Amsterdam, Veen, 2006
woensdag 9 februari 2011
Boordlicht
'S NACHTS
's Nachts varen de landstreken naar huis.
Op volle kracht, elkaar met brandend boordlicht
omzeilend. Het schuurt aan boomwortels,
boegwater klotst in vijvers.
's Nachts wonen we in Midden-Duitsland.
Langs het raam schaduwen de hardnekkigste
creaturen van de gebroeders Grimm, zijzelf wellicht,
treurend om iets van duizend jaar geleden,
ze zijn het vergeten.
's Nachts sluit zich om ons het bos
vol echo's van boerenkrijgen. Kinderen
door wanhopige ouders achtergelaten
bidden om wedergeboorte uit een wolf.
Maar kijk, tussen de stammen een licht!
Dan is het tijd. Ochtend. Opluchting.
Hun lot is toch niet ons lot.
Varen terug. Tongval weer vertrouwd.
Enige twijfel blijft.
© Rouke van der Hoek
Uit: Rouke van der Hoek Het magnetische noorden, gedichten Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2001
Op ooghoogte
DAG EN NACHT
De blozende dag vertoont zich in een
kleurrijke mantel,
op ooghoogte hangen de lichamen te drogen,
ze worden ongeduldig, ze worden
onbesuisd.
De nacht maakt de houten gaten zwart,
het bos beraamt,
de hoestende voertuigen banen zich een weg,
er brandt al licht boven de struiken.
© Armando
Uit: Armando Gedichten 2009, Amsterdam-Antwerpen, Augustus, 2009.
De bundel werd recent op de Dag van het Gedicht bekroond met de VSB Poëzieprijs 2011
maandag 7 februari 2011
Strik
VOORZICHTIG
voorzichtig
heb ik de gevangen vogel
uit de strik verlost
ik laat hem vliegen
hij geeft mij vleugels
© Willem Hussem
Uit: Willem Hussem (1900-1974) Warmte vergt jaren groei - een
keuze uit de gedichten en tekeningen (samenst. F. Eerhart en H. Steenbruggen). Tevens tentoonstellingscatalogus bij de Hussemexpositie in Enschede, Rijksmuseum Twenthe. Eindhoven, uitg. stichting Plint, 1992.
Méér over de kunstenaar-dichterWillem Hussem staat op:
http://www.rogerarts.com/artists/hussem/hussemdescr.htm
zaterdag 5 februari 2011
ademloos
die daar als knoflook geur heeft geplakt
tussen de plooien van je vingerkoten
waar je je neus in neigt om je te wanen
onder het kirrende van haar sproeisel, onder
het minnelijke van haar buidel, onder het
moederlijke van haar memsel, dat jou
in je strot kroelt en bijstert en
houdt vanwege het lood dat langs
de regenboog van haar kijker je long
in loopt, vanwege het cellofaan waarmee
de schaterlach van haar toekomst de
tocht over je tong stopt en je dwingt je te
wentelen in wie jou is, in wie jij zijn zal:
luidloze, hooploze, tijdloze
© Henk van der Waal
Uit: Henk van der Waal Zelf worden Amsterdam, Querido, 2010
vrijdag 4 februari 2011
Iets onzegbaars
GEVLEUGELD EN BIJTEND DONKER
Een zin met ‘gevlekte schaduw’ erin.
Iets onzegbaars
dat stiekem als een lijster
uit de ochtendstilte gutst.
De andere man, de officier, die uien bracht
en wijn en zakken meel,
de majoor met de opgezwollen knie,
wilde na afloop een intelligent gesprek.
Omdat ze geen keus had, voorzag ze ook daarin.
Potsdamer Platz, mei 1945.
Toen de eerste klaar was wrikte hij haar mond open.
Bash? vertelde Rensetsu sensationele stof te vermijden.
Indien de verschrikking van de wereld de waarheid behelsde,
zei hij, zou er niemand zijn om het te zeggen
en niemand om het tegen te zeggen.
Ik denk dat hij de beschrijving van het lichtelijk opgewonden
zwermen van insecten bij een waterval aanbeval.
Wrikte haar mond open en spuugde erin.
Wij geven deze dingen blijkbaar door
omdat we zijn wat we ons kunnen voorstellen.
Iets onzegbaars in de ochtendstilte.
De geest die hongert naar gelijkenissen. ‘Gevoelige hemel,’ enz.,
buigt het spoor van de zwaluw om in de lucht.

© Robert Hass
- uit het Engels vertaald door H. C. ten Berge -
Uit: Robert Hass Een verhaal over het lichaam, een keuze uit het werk van deze Amerikaanse dichter (1941, San Francisco) met vertaling door H.C. ten Berge.
Amsterdam, Meulenhoff, december 2010
donderdag 3 februari 2011
Daar lag ik
ONDER DE STERREN
© Juliën Holtrigter
woensdag 2 februari 2011
College
PORTIER
rook uit de jaren zeventig slaapt in zijn snor als woede op
kinderen in een rijdende ford escort waar vader het woord
zijn onbewezen ongelijk logeert
even kijken wie de lekkerste borsten heeft tijdens het college
even snoepen van de truitjes in de pauze
mijn mond is een klooster vol oeh’s en ah’s
maar ik laat mijn broek niet zakken
ik laat mijn kaak niet zakken
voor de docent
in zijn dorp vechten meerkoeten en eksters
aan zijn tak wipt een doezelende druif op en neer
ik wil een machtige sleutelbos als conciërge
ik wil een niet te beledigen behendigheid
met apparaten
en
tijdens het vele repareren
wil ik vaak niets liever dan hartelijk komen kijken
bij wie de heerlijkste borsten had
in mijn dorp vechten meerkoeten en kraaien
© Tsead Bruinja
Uit: Tsead Bruinja Batterij, Amsterdam, Contact, 2004
dinsdag 1 februari 2011
Cadeau
IK WIL
een stad voor mijn verjaardag
met mensen huizen en een plein
een vijver met daarin een zwijn van
steen een kleine perenboom vol merels
en kerels wil ik van die potige met
kisten op hun schouders oude laarzen
en meisjes met mutsen van konijnenbont
en harde wimpers en gezoete lippen en
stippen wil ik in de plaats van strepen
nee zebrapaden zijn zo dun dat
je hun ribben door het asfalt ziet
en brievenbussen wil ik niet en regen
vuilnisbakken kan ik heel slecht tegen en
baby's die ruiken naar poeder en verdriet
nee ook baby's kale bleke baby's niet
© Eva Cox *
Uit: Eva Cox Een twee drie ten dans, Amsterdam, De Bezige Bij, 2009
* Met Armando, Kreek Daey Ouwens, Paul Bogaert en Henk van der Waal genomineerd voor
de VSB Poëzieprijs, januari 2011
zondag 30 januari 2011
Hakken
PEGASUS
Ik heb mij plotseling bedacht
al weet ik niet waarom. Ik jaag
de trappen af
omlaag
omlaag
Op straat
heb ik mijn draai verloren
en raak ik buiten adem van zijn naam.
Ik sta te zwaaien naar een verre man
en zoek de woorden om hem te herroepen.
Dan keer ik op mijn schreden terug
en tel de gaten die mijn hakken
als paardehoeven in ’t plaveisel sloegen.
© Catharina Blaauwendraad
Uit: Catharina Blaauwendraad Niet ik beheers de taal, Haarlem, uitg. Holland, (nieuwe) Windroosreeks, 2004
Vanilla Skim Latte
– Menigten drommen pakken samen.
Een schervenglinstering belet elk zaaien van
de dubio dignitatis, iets wat je echter al wist.
Dan maar in conclaaf met de libido die niet
onzijdig worden wil. Je slaat op haar met een
plastic zak, waarin je voor de gelegenheid je
hoofd verborgen hebt. Daarna bestel je koel
en loslippig een Grande Sugar Free Alpacino
Vanilla Skim Latte. De strijders beleggen weer
een vergadering. Hopelijk zijn er broodjes bij,
per halfuur verzorgd opgetast door de bonden.
Jean heeft een lange snor, zijn schoonmoeder
is homo. Het is de vraag wat je in hen voor een
maat ziet. Daartoe maak je de passeerbeweging
met bal. Er is een ongenoemd blijvende iemand
die nu eenmaal zijn dagelijkse Porsche moet.
Gun dat, gun dat, goal. Niet elke eend is een
citroen. Laat dat nu, wolkenkind, en ga eindelijk
verticaal klasseren. Zaad is gewoon dik bloed
zonder factoren, weet je nog. Voor het kielgat.
Je opent een tube componentenlijm bij het
reglement van internen, terwijl je glas knaagt –
© Marc Kregting
Uit: Marc Kregting Zoem! Evoluties. Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2009
zaterdag 29 januari 2011
Uitgewist
MATHNAWI-GEDICHTEN
In de nacht van jouw ogen.
Geen licht geneest me, behalve de lamp van mijn lichaam.
Met welk been dans ik met je?
En alle naaj-fluiten zijn stom in mijn lichaam.
Waarom wellen de woorden op?
Waarom welt het zwijgen op... hoe wis ik dat uit uit mijn lichaam!
Alles wordt in mij uitgewist als ik word uitgewist.
Niets blijft na het uitwissen van mijn lichaam over
... ...
... ...
behalve:
mijn lichaam.
© Hassan Nadjmi
Uit: Onbereikbare Liefde - tweetalige bloemlezing van Arabische dichtkunst (red. Ibrahim Cohen, Ronald Kon en Abderazak Sbaïti), Amsterdam, El Hizjra, 1995
vrijdag 28 januari 2011
Voor als ze komen
POËZIE
Eergisteren was het oorlog
gisteren ook
en nog altijd in mijn heden
dat niet alleen van mij is
geld sluipt rond over de wereld
betaalt zichzelf met oorlog
oorlog mag zijn naam niet dragen
noemt zichzelf defensie
poëzie is het struikgewas
waarin ik me verberg
als de soldaten komen
in hun gierende tanks
© Remco Campert
Uit: Remco Campert Een oud geluid Amsterdam/Rotterdam, De Bezige Bij-Poetry International
- Gedichtendagbundel 2011, (thema "Nacht"), verschenen ter gelegenheid van de XIIe Gedichtendag, 27 januari 2011
Vrijwillig

EEN JAS
Ik maakte van mijn lied een jas
met manchetten en met kragen
van legenden en van sagen,
en alles precies pas.
Tot de dwazen hem grepen
en hem in ’t openbaar droegen
als hadden ze hem gemaakt.
Al scheurden ze hem aan repen,
ik liep met het grootste genoegen
vrijwillig naakt.
© W.B.Yeats
- vertaling uit het Engels: Jaap Blom -
Muurgedicht in Leiden sinds 1995, Lange Mare 31-33
Haperend
OUDERDOM
Ik oefen als een jonge vogel op de rand
van ’t nest, dat ik verlaten moet
in kleine haperende vluchten
en sper mijn snavel.
© Vasalis
Uit: M.Vasalis Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot, 2006
Franse kaas
MATERIALIST
Vandaag heb ik de flessen van drie weken geleden,
je laatste verjaardagsfeestje, weggebracht.
Op de stoep zijn er per ongeluk of expres
een stuk of zes kapotgegaan. Ik heb geveegd. Ik was toch
aan het boenen, dingen voor je aan het netjes maken.
Ik heb de kast met foto's aangewezen, die gaan
met je ouders mee. Er is nog Franse kaas die je
te veel had ingekocht, die vind ik vies, maar de vla
is bijna op. Wat ik met de sleutel moet dat weet ik niet.
© Vrouwkje Tuinman
Uit: Vrouwkje Tuinman Wat ik met de sleutel moet Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2011
Twijfelaar
DICHTER GROET 'S MORGENS DE DINGEN
Dag kruk, dag zeikerds, dag café,
hé fiets, ha slot, ga nou eens open,
juist. Zeg voorwiel, blijf eens recht,
o handen hou dat stuur nou vast,
dag schots en scheve sterrenbeelden,
vlieg toch niet zo snel voorbij,
dag harde koude kinderhoofdjes
blauwgroen in mijn ribbenkast -
ha die voordeur, leeg portiek,
hoi trap, daar kom ik, stommel stommel,
antwoordapparaat vol ruis,
we zijn weer thuis. Dag twijfelaar,
wat ben je koud en leeg
zo zonder haar.
© Ingmar Heytze
Uit: Ingmar Heytze Alle goeds, Amsterdam, Podium, 2001
donderdag 27 januari 2011
Mijn brood
Ik heb u geschonden
Bij twijfel
WAAROM SCHRIJF IK
Ik schrijf omdat ik wil schrijven
dat ik gelukkig ben.
Op een dag zal het zover zijn
en zal ik schrijven -
met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,
en met rode oren en rode wangen;
ik ben gelukkig.
Als ik daarna ooit nog twijfel
en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij
of zelfs reddeloos verloren,
kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:
gelukkig.
© Toon Tellegen
Uit: Toon Tellegen Gewone gedichten, Amsterdam, Querido, 1998
Vooruitgang
De tijd kan vooruitgaan, de wetenschappen, de filosofie en het openbare leven zich vervolmaken en veranderen - maar de poëzie blijft waar ze is.
Aleksandr Poeshkin
In kasten (XIIe Dag van het Gedicht)
In de kerken en ziekenhuizen
zag ik zuilen van licht en vingernagels van staal
en ik hield stand want ik greep de handen van mijn moeder vast.
leg ik crêpe en onderhuidse injectienaalden weg:
ik zoek de handen van mijn moeder in de kasten vol schaduw.
- vertaling: Bart Vonck -
Uit: Antonio Gamoneda (1931, Spanje) Brandend verlies, Leuven, Uitgeverij P, 2009.
Ook opgenomen in: Half engel half mens - 100 moedergedichten uit de wereldliteratuur,
bloemlezing door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Tielt (B.), Lannoo, 2010
Zolder
Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon
© Rien Vroegindeweij
Uit: Rien Vroegindeweij Een vliegtuig van beton Amsterdam, De Bezige Bij, 1973
woensdag 26 januari 2011
Hoge hoed
WERKTAFEL
Iedere morgen knispert moed
iedere morgen trek ik het rolluik op
schakel mijn antwoordapparaat in
slijp potloden van de supermarkt
en zet mijn bokkepruik op
het begint met contramine
elk woord mort op de schroothoop
alles is toch al gezegd?
muisstil wachten in mijn chaos
blocnotes, fopneuzen, rouwkaarten, plakband
koffiedik, scheermesjes, boeken over Zenboeddhisme
cassettes met Miles Davis, Mussolini, Erik Satie
zoemende wespetailles, pendules die luid
slaan, smeltkroezen en 1 hoge hoed
listig ontstaat een gedicht
© Jaap Harten
Uit: Jaap Harten Wie beweegt er nog in het mausoleum? Amsterdam, Contact, 1993 (2e dr.)
Dictaat aan Dante
DE MUZE
Wanneer ik 's avonds wacht of zij zal komen,
Dan hangt het leven, lijkt het, aan een draad.
Wat maal ik nog om roem, jeugd, vrijheidsdromen
Als zij met haar schalmei daar voor mij staat.
Daar is ze. Met haar sluier teruggeslagen,
Kijkt ze mij aan met onverholen blik.
'Was jij het die aan Dante,' zal ik vragen
'De Hel dicteerde?' 'Ja,' is 't antwoord. 'Ik'.
© Anna Achmatova
- uit het Russisch vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes -
Uit: Het zesde zintuig - gedichten van Anna Achmátova, Nikolaj Goemiljov en Osip Mandelstam. Leiden, Plantage, 1997.
MUZA
Kogda ja noč'ju ždu ee prixoda,
Žizn', kažetsja, visit na voloske.
Cto pocesti, cto junost', cto svoboda
Pred miloj gost'ej s dudockoj v ruke.
I vot vošla. Otkinuv pokryvalo,
Vnimatel'no vzgljanula na menja.
Ej govorju: "Ty l' Dantu diktovala
Stranicy Ada?" Otvecaet: "Ja".
- Anna Achmatova

